Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

ï. Habakuk, de profeet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

ï. Habakuk, de profeet

14 minuten leestijd

Veel profeten, zoals Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Amos, introduceren zichzelf aan het begin van hun boek. Zo vertelt Jesaja over zijn afkomst, de tijd waarin hij leefde en over zijn roeping (Jesaja i en Jesaja 6: 8). Een profeet als Amos begint zijn boek ook met een korte introductie: De woorden van Amos, die onder de veeherderen was van Thekoa, dewelke hij gezien heep: over Israël, in de dagen van Uzzia, koning van Juda, en in de dagen van jerobeam, zoon van Joas, koning van Israël; twee jaren voor de aardbeving (Amos i: i).

De profeet Habakuk doet dat niet. Hij noemt in vers i van het eerste hoofdstuk alleen zijn naam en taak: De last, welken Habakuk, de profeet, gezien heeft. De profetie, die hij heeft ontvangen, noemt hij een 'last', een boodschap die zwaar is. Habakuk heeft het er moeilijk mee, zoals ook blijkt uit de andere verzen uit het boek. Verder vertelt hij niets over zichzelf.

Over de afkomst van Habakuk bestaan verschillende overleveringen. Sommige Joodse rabbijnen menen dat Habakuk de zoon was van de Sunamietische vrouw, die door een wonder van Elisa uit de dood werd opgewekt. In de Bijbel is daar echter niets over te lezen. Volgens het apocriefe geschrift 'Van Bel en de draak' zou Habakuk door een engel naar Babel gebracht zijn om Daniël van voedsel te voorzien in de leeuwenkuil. Ook dit idee berust niet op bijbelse gegevens en lijkt in tegenspraak met de geschiedenis in het bijbelboek Daniël. Daar zegt Daniël zelf dat God een engel heeft gezonden (Daniël 6: 22 en 23). Tenslotte bestaat er een rabbijns verhaal dat Habakuk afkomstig zou zijn uit de stam van Simeon, uit het plaatsje Beth Zacharia. Of die rabbijnse uitleg juist is, is niet duidelijk. De Bijbel geeft geen directe bevestiging van dit verhaal, maar het wordt ook niet duidelijk tegengesproken.

In Israël kregen veel kinderen een naam met een betekenis. Daniël bijvoorbeeld: 'Mijn rechter is God'. En Jozua: 'De HEERE zal redden'. De betekenis van de naam 'Habakuk' is onzeker. Misschien betekent zijn naam 'de zeer geliefde'. Anderen denken dat zijn naam 'omarmer' of 'omhelzer' betekent. En weer anderen denken aan de naam van een tuingewas, een 'chambakuku', een slingerplant bijvoorbeeld.

Tijdgenoten

Wie Habakuk precies was en wat zijn naam betekende, is dus onbekend. Over de tijd waarin Habakuk leefde, is meer te zeggen. Uit zijn profetie is af te leiden dat hij waarschijnlijk leefde in de tijd van koning jojakim, de koning van Juda, die regeerde van 608 tot 597 voor Christus. Habakuk schrijft in het eerste hoofdstuk van zijn boek: Want ziet, Ik verwek de Chaldeeën, een bitter en snel volk, trekkende door de breedten der aarde, om erfelijk te bezitten woningen, die de zijne niet zijn (Habakuk 1: 6). Die Chaldeeën - waarmee het volk van Babel wordt bedoeld - zijn inderdaad gekomen en hebben Jojakim en zijn volk onderdrukt. Het bijbelboek wekt de indruk dat Habakuk de vervulling van zijn profetie ook zelf heeft meegemaakt: Ik werk een werk in ulieder dagen (Habakuk 1: 5). 'Ulieder dagen' zou kunnen wijzen op de dagen van Habakuk, de tijd waarin hij leefde. Daarmee zou Habakuk een tijdgenoot zijn van de profeet Jeremia en een jongere tijdgenoot van Zefanja. Vooral Jeremia beschrijft de goddeloosheid van Jojakim en het volk van juda.

Omstandigheden

In zijn profetie gaat Habakuk in op de politieke en godsdienstige situatie in Juda. Het koninkrijk Juda is ontstaan na het uiteenvallen van het rijk Israël in een tienstammenrijk, dat Israël bleef heten, en een tweestammenrijk, ook wel Juda genoemd. Koning Jojakim was één van de koningen die over Juda heeft geheerst. Jojakim was de zoon van koning Josia die in 608 of 609 voor Christus sneuvelde in een oorlog. De nieuwe koning Jojakim was een goddeloze en onrechtvaardige koning (2 Koningen 23: 37). Ook de profeet Jeremia schrijft daarover: Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit! Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem (Jeremia 22: 18 en 19). Na een grote veldslag bij Karchemis in 605 voor Christus werd Jojakim vazal - een ondergeschikte - van Nebukadnézar, de koning van Babel, (Jeremia 26: 2) tot hij drie jaar later Babel ongehoorzaam werd. Nebukadnézar, zelf een Chaldeeër, stuurde strafexpedities van Moabieten, Ammonieten en Chaldeeën. Ten slotte kwam Nebukadnézar zelf met een leger (2 Koningen 24: 1 en 2). Jojakim stierf waarschijnlijk bij een uitval tijdens het beleg van Jeruzalem.

De Chaldeeën spelen dus een belangrijke rol in de tijd van Habakuk. In het eerste hoofdstuk van de profetie wordt beschreven hoe de Chaldeeën zullen komen om luda te straffen voor de zonde van de koning en het volk. De Heere gaat de Chaldeeën als instrument in Zijn hand gebruiken om de goddelozen te straffen.

Onder leiding van de Chaldeeër Nebukadnézar bereikte het Babylonische rijk, waar de Chaldeeën deel van uit maakten, haar hoogtepunt. In 597 voor Christus viel Jeruzalem door de Babylonische overmacht en in 587 of 586 werd de stad verwoest. Het volk, waaronder waarschijnlijk ook Daniël, werd weggevoerd in Babylonische gevangenschap. In 539 voor Christus keerde een deel van het volk terug uit deze ballingschap.

Habakuk geeft duidelijk aan wat de reden is voor de verwoesting van de hoofdstad in de klacht die hij uit. Waarom laat Gij mij ongerechtigheid zien, en aanschouwt de kwelling? Want verwoesting en geweld is tegen mij over, en er is twist, en men neemt gekijf op. Daarom wordt de wel onderlaten, en het recht komt nimmermeer voort; want de goddeloze omringt den rechtvaardige; daarom komt het recht verdraaid voor (Habakuk 1: 3 en 4). In Juda wordt geruzied, de wet wordt niet meer gehandhaafd; 'onderlaten' betekent 'nalaten'. Rechters worden omgekocht of zij verdraaien het recht door gunst of afgunst. Het volk van Juda ruziet met de profeet Habakuk en is Gods wet vergeten.

Juda zal op een vreselijke manier gestraft worden voor die zonden. De profetie van Habakuk bevat niet alleen een oordeel over het volk van Juda, maar ook over de Chaldeeën, de Babyloniërs. De overwinningen maken de Chaldeeën hoogmoedig: Dan zal hij - de Chaldeeër - den geest veranderen, en hij zal doortrekken, en zich schuldig maken, houdende deze zijn kracht voor zijn God (Habakuk 1: 11). Het machtige leger van de Chaldeeën zal de overwinning dus aan eigen kracht toeschrijven. Maar hoogmoed komt voor de val: Omdat gij vele heidenen beroofd hebt, zo zullen alle overgeblevene volken u beroven; om het bloed der mensen, en het geweld aan het land, de stad, en alle inwoners derzelve (Habakuk 2: 8). In die tijd, waarin Juda in zonde leefde en een nieuwe wereldmacht opkwam, leefde Habakuk.


Slag bij karchemis

Toen Ninevé, de hoofdstad van Assyrië, in 612 voor Christus door de Babyloniërs werd ingenomen, weken de Assyriërs uit naar de stad Harran (in het huidige Turkije). Drie jaar later werd ook Harran aangevallen door de troepen van Babel en moesten de Assyriërs opnieuw vluchten. Karchemis (op de grens van het huidige Turkije en Syrië) werd de nieuwehoofdstad van Assyrië. Het was een zwaar bewaakte stad met dikke, dubbele muren met torens en poorten. Die bewaking was ook wel nodig, want Karchemis was een belangrijke handelsstad, strategisch gelegen bij een belangrijk kruispunt in de buurt van de rivier de Eufraat.

Egyptische troepen, onder leiding van farao Necho II, snelden het afbrokkelende Assyrische rijk te hulp. Bij Megiddo vielen troepen uit Juda, onder leiding van koning Josia, de legers van de farao aan. De aanval mislukte: voor Juda liep die aanval fataal af (2 Koningen 23: 29). Toen de Egyptische militairen eindelijk bij Karchemis arriveerden, wachtte daar het grote leger van koning Nebukadnézar. Assyrië en Egypte verloren de slag bij Karchemis, waarna het Assyrische rijk instortte en Egypte zich terugtrok van het politieke wereldtoneel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2007

AanZet | 84 Pagina's

ï. Habakuk, de profeet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2007

AanZet | 84 Pagina's

PDF Bekijken