Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

4. Geloofsbelijdenis van Athanasius

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

4. Geloofsbelijdenis van Athanasius

15 minuten leestijd

Ontstaan

Deze geloofsbelijdenis heeft twee namen. De bekendste is wel Athanasianum (de belijdenis van Athanasius), hoewel deze naam pas vanaf de tiende eeuw gebruikt wordt. Ook de naam Quicunque (vertaald: 'wie ook maar'; uitspraak: 'kwiekoenkwe') komt voor. De laatste naam is het eerste woord van deze belijdenis in de Latijnse grondtekst.

Hoewel deze belijdenis op naam van Athanasius staat is het duidelijk dat hij niet door Athanasius geschreven kan zijn. Dit blijkt onder meer uit het feit dat er in de werken van Athanasius en in andere literatuur uit zijn tijd niets over dit geschrift bekend is. Daarnaast is het oorspronkelijk in het Latijn opgesteld, terwijl de taal van Athanasius het Grieks is. Deze belijdenis wordt pas in de twaalfde of dertiende eeuw in het Grieks vertaald. Ook de formuleringen over de drie-eenheid en over Christus zijn uit een later stadium in de ontwikkeling van de theologie afkomstig. Waarschijnlijk is deze belijdenis naar Athanasius genoemd, omdat zijn opvatting over de drie-eenheid hierin beleden wordt.

Het oudste document waarin deze belijdenis voorkomt is een preek uit ongeveer 542. Daarin wordt gezegd dat de kennis van deze belijdenis noodzakelijk is voor zowel de geestelijken als de leken (de niet-geestelijken). De inhoud laat veel overeenkomst zien met uitspraken van verschillende Spaanse synoden. Daarnaast zijn er stukken in deze belijdenis die sterk doen denken aan Augustinus' boek over de drie-eenheid ('De Trinitate'). Over het algemeen denkt men dat de belijdenis tussen 435 en 500 ontstaan is.

Velen denken dat de belijdenis ontstaan is als een reactie op de leer van Nestorius, met name vanuit wat beleden wordt in de artikelen 35 en 36. Nestorius stelt namelijk in een discussie dat Maria de moeder van Christus is, maar hij wil niet accepteren dat Maria de moeder Gods is.

Inhoud

Na twee artikelen over de noodzakelijkheid om met de inhoud van deze belijdenis in te stemmen volgt in het eerste hoofddeel de belijdenis van de leer van de drie-eenheid (artikel 3-27).

In deze artikelen wordt eerst de gelijkheid in wezen van de drie Personen beleden. Deze belijdenis wordt kort samengevat in artikel vijf en zes. Daarna wordt in de artikelen zeven tot en met achttien een uitwerking gegeven van de eenheid in God. Alle drie de Personen, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, hebben gelijke eigenschappen. Ze zijn ongeschapen, onmetelijk, eeuwig en almachtig en ze worden ook allen God en Heere genoemd. Toch zijn er niet drie Almachtigen, drie Eeuwigen en drie Goden, maar is het één Almachtige, één Eeuwige en één God.

In de artikelen 21 tot en met 24 wordt de drieheid in God uitgewerkt. De Vader is een andere Persoon dan de Zoon en ook de Heilige Geest is een andere Persoon. Van de Vader wordt beleden dat Hij niet gemaakt of geschapen is en dat Hij door niemand is voortgebracht. De Zoon is ook ongeschapen en ongemaakt, maar wordt eeuwig door de Vader voortgebracht. Zonder de Vader is er geen Zoon, en zonder de Zoon is er geen Vader in God. Over de Heilige Geest wordt beleden dat Hij van de Vader en de Zoon uitgaat. Hieruit blijkt dat deze belijdenis uit het westen komt, omdat men in het oosten niet erkent dat de Heilige Geest ook van de Zoon uitgaat. Dit is het zo genoemde 'filioque' wat de kerk in het westen wel belijdt, zodat er niet, zoals in het oosten, twee wegen tot God zijn: één via de Zoon en één via de Heilige Geest.

Nadat in de artikelen 25 tot en met 27 de belijdenis over de drie-eenheid in God is samengevat wordt in artikel 28 er nog eens op gewezen dat, als iemand zalig wil worden, hij de beleden leer over de drie-eenheid moet geloven.

In artikel 29 wordt het tweede hoofddeel ingeleid: om zalig te worden is het ook nodig dat men gelooft dat de Heere Jezus mens geworden is. Hier wordt dus de twee-naturenleer beleden: Christus is echt God en echt mens. In de volgende artikelen (artikelen 30 tot en met 43) wordt deze belijdenis uitgewerkt. Christus is echt God vanuit God de Vader van eeuwigheid en mens vanuit Zijn moeder, geboren in de tijd. Hij is gelijk aan de Vader als God, maar naar Zijn mensheid is Hij minder dan de Vader. Toch is er geen Goddelijke en menselijke Christus, maar is Hij God en mens in één Persoon. Vervolgens worden de stappen van Christus' vernedering en verhoging beleden, met als laatste Zijn wederkomst om te oordelen de levenden en de doden.

In het laatste artikel wordt nogmaals met klem beleden dat het onmogelijk voor iemand is om zalig te worden wanneer hij niet met deze belijdenis instemt.

Gebruik

In de oosterse kerk wordt deze belijdenis niet gebruikt, mede omdat het 'filioque' (de belijdenis dat de Heilige Geest ook van de Zoon uitgaat) erin beleden wordt. In de kerk van het westen is het daarentegen wel een gezaghebbende belijdenis, die regelmatig gebruikt wordt om het geloof te belijden.


Geloofsbelijdenis van Athanasius

ï. Zo wie wil zalig zijn, dien is vóór alle dingen nodig, dat hij het algemeen geloof houde;

2. en zo wie dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwiglijk verloren gaan.

3. Het algemeen geloof is dit: dat wij den Enigen God in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid eren;

4. zonder de Personen te vermengen, of het wezen, de zelfstandigheid te delen.

5. Want de Persoon des Vaders is een ander, die des Zoons is een ander, die des Heiligen Geestes is een ander;

6. maar de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest, hebben één Godheid, gelijke eer, en gelijke eeuwige heerlijkheid.

7. Hoedanig de Vader is, zodanig is ook de Zoon, zodanig is ook de Heilige Geest.

8. De Vader is ongeschapen, de Zoon is ongeschapen, de Heilige Geest is ongeschapen;

9. onmetelijk is de Vader, onmetelijk is de Zoon, onmetelijk is de Heilige Geest;

10. de Vader is eeuwig, de Zoon is eeuwig, de Heilige Geest is eeuwig;

11. nochtans zijn het niet drie Eeuwigen, maar één Eeuwige;

12. gelijk ook niet drie Ongeschapenen, noch drie Onmetelijken, maar één Ongeschapene, en één Onmetelijke.

13. Desgelijks is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig;

14. en nochtans zijn het niet drie Almachtigen, maar één Almachtige.

15. Alzo is ook de Vader God, de Zoon God, de Heilige Geest God;

16. en nochtans zijn het niet drie Goden, maar het is één God;

17. alzo is de Vader Heere, de Zoon Heere, de Heilige Geest Heere;

18. en nochtans zijn het niet drie Heeren, maar het is één Heere;

19. want gelijk wij door de Christelijke waarheid genoodzaakt worden, een iegelijk Persoon afzonderlijk God of Heere te noemen,

20. alzo is ons ook door het algemeen geloof verboden drie Goden of Heeren te belijden.

21. De Vader is van niemand gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd;

22. de Zoon is van den Vader alleen, niet gemaakt, noch geschapen, maar gegenereerd;

23. de Heilige Geest is van den Vader en den Zoon, niet gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd, maar uitgegaan.

24. Zo is er dan één Vader, niet drie Vaders; één Zoon, niet drie Zonen; één Heilige Geest, niet drie Heilige Geesten.

25. En in deze Drieheid is niet eerst, of laatst, niet meest of minst;

26. maar de ganse drie Personen hebben gelijke eeuwigheid, en zijn elkander alleszins gelijk;

27. zodat in alle opzichten, gelijk nu gezegd is, de Eenheid in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid te eren zij.

28. Daarom zo iemand zalig wil worden, die moet aldus van de Drievuldigheid geloven.

29. Maar het is tot de eeuwige zaligheid nodig, dat hij ook de menswording van onzen Heere Jezus Christus getrouwelijk gelove.

30. Zo is dan het rechte geloof, dat wij geloven en belijden, dat onze Heere Jezus Christus, Gods Zoon, God en mens is.

31. Hij is God uit de zelfstandigheid des Vaders, vóór alle tijden gegenereerd, en mens uit de zelfstandigheid Zijner moeder, in den tijd geboren;

32. volkomen God, volkomen mens, hebbende een redelijke ziel en menselijk vlees;

33. den Vader gelijk naar de Godheid, minder dan de Vader naar de mensheid.

34. Die, hoewel Hij God en mens is, zo is Hij nochtans niet twee, maar één Christus;

35. Hij is één, niet door verandering der Godheid in het vlees, maar door de aanneming der mensheid in God;

36. Hij is één, niet door vermenging der zelfstandigheid, maar door eenheid des Persoons;

37. want gelijk de redelijke ziel en het vlees één mens zijn, alzo is God en mens één Christus.

38. Die geleden heeft om onze zaligheid, nedergedaald is ter helle, ten derden dage weder is opgestaan van de doden;

39. opgevaren ten hemel, zit ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders;

40. en vandaar zal komen om te oordelen de levenden en de doden;

41. bij Wiens komst alle mensen zullen wederopstaan met hun lichamen,

42. en van hun eigen werken rekenschap geven.

43. en die goed gedaan hebben, zullen in het eeuwige leven gaan, maar die kwaad gedaan hebben, in het eeuwige vuur.

44. Dit is het algemeen geloof; hetwelk, indien iemand het niet getrouw en vast V gelooft, die zal niet kunnen zalig worden. J

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2007

AanZet | 83 Pagina's

4. Geloofsbelijdenis van Athanasius

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2007

AanZet | 83 Pagina's

PDF Bekijken