Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

2. De praktijk van de zondag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

2. De praktijk van de zondag

35 minuten leestijd

Teellinck en de indeling van de zondag

Willem Teellinck schrijft als één van de eersten een heel boek over de praktische invulling van de zondag. Een verblijf in Engeland is voor Teellinck van doorslaggevende betekenis geweest. Nog voordat hij de opleiding tot predikant gaat volgen, logeert hij een aantal maanden bij een puriteinse familie in Engeland. Daar maakt hij kennis met een manier van leven die helemaal doortrokken is van het dienen en zoeken van de Heere. Het valt Teellinck speciaal op hoe deze mensen de zondag doorbrengen, 's Morgens komt het hele gezin bij elkaar om samen een hoofdstuk uit de Bijbel te lezen en te bidden. Thuisgekomen overdenkt iedereen de preek nog voor zichzelf en bidt om Gods zegen daarover. Tijdens het middageten wordt de preek besproken; na de maaltijd zoekt iedereen weer de afzondering op om zich in gebed voor te bereiden op de avonddienst. Aan het einde van de dag komt het hele gezin weer samen en wordt de dag geëvalueerd: wat is de belangrijkste betekenis van de preken en wat vraagt God daarin van ons? Op deze manier, schrijft Teellinck later aan een Nederlands publiek, maakten deze puriteinse mensen het Woord van God heel concreet tot een lamp voor hun voet en een licht op hun pad (Psalm 119 : 105). Later, als Teellinck zelf een gezin heeft in Middelburg, brengt hij zijn kinderen

Later, als Teellinck zelf een gezin heeft in Middelburg, brengt hij zijn kinderen ook zo'n levensstijl bij. De viering van de zondag is daarin heel belangrijk. De zaterdagavond staat al helemaal in het teken van de voorbereiding op de zondag; op deze manier ben je er meer voor in de stemming dan als je er pas op zondagmorgen achterkomt dat het de dag des Heeren is. Zoals in het puriteinse gezin in Engeland wordt ook hier veel tijd uitgetrokken voor de persoonlijke verwerking van de preken. Op het eerste gezicht lijkt het misschien alsof deze gezinnen op zondag erg naar binnen gekeerd leven en zich niet met andere mensen bemoeien. Dat is echter niet waar: Teellinck wil juist op zondag een open oog hebben voor de behoeften van andere mensen, 's Middags nodigt het gezin van Teellinck Middelburgse armen uit voor de maaltijd. Aan bejaarde en zieke mensen die niet naar de kerk kunnen komen wordt ook gedacht: als het even kan worden zij op zondagmiddag door iemand bezocht die zijn of haar ervaringen van deze zondag met hen deelt. Teellinck vindt verder dat predikanten hun gemeenteleden moeten stimuleren om na de dienst in groepjes van vijf of zes mensen bij elkaar te komen om de preek te bespreken, psalmen te zingen en elkaar op te bouwen in het geloof.

Geoorloofd en niet geoorloofd

Teellinck gaat niet voorbij aan de vraag wat nu wel en niet mag op zondag, in zijn Verclaringhe van des Autheurs ghevoelen over het stuck van den Sabbath, die verschijnt in 1647, is hij hierover heel duidelijk en concreet. God vraagt van iedereen dat hij of zij op de rustdag het dagelijks werk laat liggen. Voor een ambachtsman is dit zijn ambacht, voor een student is dit zijn studie. Teellinck vindt dat mensen ook in hun gedachten en in hun gesprekken afstand moeten nemen van hun doordeweekse werk. Ze moeten zich heel letterlijk richten op God en op het navolgen van Hem. Dat kunnen ze doen in de kleinste dingen. Als u een vuur aansteekt, schrijft Teellinck, denk er dan bijvoorbeeld aan dat de Heere beloofd heeft dat Hij mensen zal dopen met de Heilige Geest en met vuur (Mattheüs 3 : 11), en bid Hem of Hij het 'vuur des vuurs' in u wil ontsteken. Welke dingen zijn er op zondag nog meer geoorloofd, behalve naar de kerk gaan en geestelijke dingen overdenken? Teellinck begint:

Alle natuerlijkcke wercken, die wij daghelijcks te doen hebben tot het wel wesen van dit tegenwoordig leven; als sijn eten, drincken, opstaen, slapen, ende wat daer toe belanght; als onse bedden te maken, vuer te maken, onse spijse van nieuws te coke, oft gecockt sijnde te verwennen; te wandelen buyten in de locht ofte ons te vermaken in een Hof, ende wat dier gemeyne dingen meer zijn van den selven aert, dienende tot behoorlijcke verquickinghe van de mensche.

Naast de taken die nodig zijn voor het levensonderhoud en de gezondheid mag je ook alles doen wat de kerkdiensten mogelijk maakt: predikanten mogen hun boeken lezen, de koster mag de klokken luiden, en je mag "een mijl of twee of meer gaan om het woord Gods te horen of te prediken." Verder zijn er wat Teellinck noemt 'noodzakelijke werken'. Stel je voor dat iemand op zondag verneemt dat één van zijn schuldenaren hem wil bedriegen, moet hij dat dan voorbij laten gaan? Nee, hij mag daartegen actie ondernemen. En als zeker is dat het koren zou vergaan als het nu niet in de schuur gebracht wordt, mag men ook op zondag het koren in de schuur brengen. Maar, zegt Teellinck, we moeten hier verstandig mee omgaan! We moeten oppassen dat we niet precies in de drukke oogsttijd nalaten om op zondag van ons dagelijks werk te rusten; dan hebben we het juist het hardst nodig.

Vervolgens spreekt Teellinck van de 'werken der barmhartigheid', waaronder alles valt dat duidelijk tot het 'tegenwoordige welzijn' strekt. Dieren mogen verzorgd worden; dokters, verplegers en apothekers mogen hun werk doen; ze mogen hiervoor ook betaald worden, maar ze moeten wel speciaal op zondag de liefde - die in dit werk centraal hoort te staan - in het oog houden, niet hun salaris. Een vierde soort van dingen die toegestaan zijn op zondag omvat alles wat netheid, beleefdheid en goed burgerschap betreft. Als wij op zondag ons kleed scheuren, zodat we niet meer kuis of netjes op straat of in de kerk kunnen verschijnen, mogen we dat repareren. Een schipper die van zee komt, mag op zondag een paar schoenen kopen als hij die niet heeft. Als een vriend onverwachts op zondag bij ons langskomt en wij niets in huis hebben, mogen we daar buitenshuis in voorzien. Maar we moeten ons niet bezighouden met 'allerlei kleuterwerkjes', zoals Teellinck ze noemt: kleren wassen, straatjes schuren, en andere dingen die wij ook op een andere dag hadden kunnen doen.

Tot slot noemt Teellinck nog de dingen waarmee mensen zich ontspannen - waaronder bijvoorbeeld het wandelen in het veld of het zich vermaken in de tuin ook vallen. Hierover zegt hij dat iedereen moet doen wat hem aan de ene kant het meest verkwikt en aan de andere kant het minst hindert in de godsdienst. Het doel hiervan moet zijn dat je zorgt dat je beter in staat bent om met het dienen van God bezig te zijn. Helemaal aan het eind van zijn verklaring benadrukt Teellinck nog dat er ook gewone dingen zijn die een mens mag doen op zondag. Hij verdedigt zich tegen mensen die hem een Farizeeër hebben genoemd: natuurlijk wil hij niet verbieden om een briefte openen die men op zondag ontvangt of zelf een briefte sturen.

Andere nadere reformatoren

Teellincks adviezen voor de invulling van de zondag zijn voor veel nadere reformatoren een voorbeeld geweest. In de boeken die later in de zeventiende eeuw verschijnen ligt het accent op de vraag waaróm de rustdag eigenlijk moet worden gehouden, maar als de praktijk van de zondag aan de orde komt herkennen we Teellincks puriteinse ideeën. Die zien we terug in de boeken van Hoornbeeck, Voetius, Koelman en ook Wilhelmus a Brakel (1635-1711). Op sommige punten zijn zij wel strikter of juist soepeler dan Teellinck.

Bij Koelman komen we een striktere opvatting over de zondag tegen. In reactie op de discussie over het waarom van de zondag benadrukt hij dat het gebod om op de zevende dag te rusten voor alle mensen en voor altijd geldig is. Er is geen sprake van dat christenen minder aan de viering van de sabbat hoeven te doen dan het Joodse volk, stelt Koelman. Het enige dat veranderd is, is de verschuiving van de zaterdag naar de zondag en de grotere nadruk op de geestelijke inhoud van de sabbatsviering. Dat betekent dat de hele zondag - die al op zaterdagavond begint - met godsdienstige werken moet worden doorgebracht. Niemand mag op zondag zijn tijd aan spel of dagelijks werk geven; Gods gebod is dat alle mensen deze dag doorbrengen met "oefeningen der godzaligheid", zowel in groepsverband als individueel. Dat geldt ook voor de kinderen, ook al zal hun zondag er in de praktijk wat anders uitzien. Koelman is er heel duidelijk in: de tijd die overblijft na de preken moet helemaal worden doorgebracht met bidden, Bijbellezen, de verwerking van de prediking, het onderzoeken van zichzelf, het onderwijzen van de kinderen, psalmen zingen, en spreken over heilige en hemelse dingen. spreken over heilige en hemelse dingen. Voetius, op zijn beurt, behandelt veel praktische vragen over de invulling van de zondag. Hij besteedt bijvoorbeeld aandacht aan de vraag of men in bepaalde jaargetijden op zondag mag oogsten of de visvangst mag binnenhalen. Zijn antwoord hierop is steeds dat het alleen mag als het echt noodzakelijk is. Tegelijkertijd lezen we bij Voetius soms dingen die voor onze begrippen soepel kunnen klinken. Als iemand op zaterdag vergeten heeft brood te kopen of er die dag geen geld voor was, mag hij dat op zondag kopen (tenzij hij bij buren, familie of vrienden een brood kan halen). Voetius noemt hierbij ook mosterd, zout, brandewijn, azijn, schoenveters, spelden enzovoorts. Opvallend is verder dat Voetius ook het reizen op zondag rekent bij de werken die noodzakelijk zijn voor de godsdienst, naast werkzaamheden als klokken luiden, het Woord prediken en de sacramenten bedienen. Volgens Voetius mag je dus reizen om naar de kerk te gaan, "te voet, per schip of met vervoermiddelen te land (den wagen)."

Over het algemeen echter zijn de normen die Teellinck verwoordt door nadere reformatoren overgenomen. Omdat a Brakel in zijn bekende boek Redelijke Godsdienst (1700) op sommige punten belangrijke aanvullingen geeft, worden die hier nog wat uitgebreider besproken. Teellincks opsomming van de dingen die je mag doen op zondag wordt door a Brakel aangehouden. Bij sommige dingen geeft a Brakel een uitleg. Op zondag moet je ook heel gewone dingen nalaten, zoals het doen van boodschappen, het uitschrijven van rekeningen of het klaarmaken van de was; "in één woord," schrijft a Brakel, "alles, waarmede men geld of tijd wint. God wil op dien dag een algemeene stilte op den ganschen aarbodem hebben." Wat het wandelen in tuinen of in de velden betreft, het is inderdaad zo dat veel mensen daarin gelegenheid vinden om losbandig te zijn. Maar toch is dit iets dat je mag doen op zondag, als je het doet "om de werken van God te aanschouwen, en Hem daarin te verheerlijken, om zich naar ziel en lichaam te verkwikken; doet de wereld zulks tot zonde, dat kan de gelovige niet beletten om het geestelijk te doen." Verder legt a Brakel uit waarom de zondag niet bedoeld is voor amusement. Hij verwijst daarbij naar Jesaja 58 : 13-14, waar de Heere zegt: Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet en uw eigen lust niet vindt (...); dan zult gij u verlustigen in den HEERE. Het gaat er niet om dat wij onze eigen zin doen op zondag, maar dat wij doen wat God wil en ons in Hém verlustigen.

Zoals andere nadere reformatoren waarschuwt ook a Brakel ertegen dat we de zondag gebruiken om helemaal niets te doen. Met scherpe pen schrijft hij:

[Het is een zonde] van dien dag te maken een e z e 1 s d a g, met lui en ledig den geheelen dag om te gaan, 's morgens een gat in den dag te slapen; dan mag het gebeuren eens uit te slapen, want men heeft niet te doen; dus verslaapt menigeen de voormiddags-predikatie, vereet den namiddag-godsdienst, en verwandelt de avonddienst en zoo men al eens of tweemaal in den godsdienstoefening] geweest is, men heeft daar misschien geslapen, of met andere gedachten bezig geweest, en geen meer nut van daar gehaald dan een ezel. Dezen beelden zich evenwel in, dat ze den sabbat al wel hebben doorgebracht; want zij hebben gerust, en zijn in de kerk geweest.

Met andere woorden, het is niet de bedoeling dat de zondag een dag wordt waarop ons doordeweekse gebrek aan slaap, ontspanning en rust wordt ingehaald. Om goed met de zondag om te gaan, moeten we juist ook actief zijn. Dat begint voor a Brakel al op zaterdagavond. Dan is voorbereiding in gebed nodig: er moet gebeden worden om kracht voor de strijd tegen zonde en om verlangen om tot God te naderen en zich in Hem te verblijden. Daarnaast moet iedereen op tijd stoppen met het werk waarmee hij of zij bezig is, zodat je fit bent voor de zondag en tijd overhebt om je erop voor te bereiden. Tenslotte is het goed om te zorgen dat we genoeg eten en drinken in huis hebben, zodat we op zondag niet naar de winkel hoeven, en alvast eten klaar te maken, zodat we niet de hele zondag aan het koken zijn.

Op de zondag zelf roept God ons op onze gedachten te richten op Zijn almacht en goedheid, Zijn waarheid en barmhartigheid. We mogen bedenken dat Hij ons verlossing schenkt en ons leven en de hele wereld leidt en we mogen Hem daarvoor loven. In de kerkdiensten mogen wij horen wat Hij tot ons spreekt en Zijn zegen ontvangen. God wil ook dat wij zieken, eenzamen of mensen die andere problemen hebben opzoeken en met hen met Gods Woord bezig zijn. Daarnaast is de zondag een dag om de 'gemeenschap der heiligen' te oefenen: a Brakel spreekt van kleine bijeenkomsten waarin mensen met elkaar Gods Woord lezen, psalmen en geestelijke liederen zingen, en elkaar opwekken en vertroosten. Bij het dienen van God hoort tenslotte dat mensen hun geld of hun spullen geven voor mensen die het nodig hebben, via diakenen in de kerkdienst of rechtstreeks. Aan het einde van de zondag is het goed de dag voor Gods aangezicht te evalueren; a Brakel gebruikt hier het woord 'nabetrachting'. De Heere vraagt ons onze zonden, ook van de zondag, voor Hem te belijden. We moeten steeds opnieuw voor Hem buigen. We mogen ook danken voor datgene wat goed was op deze dag en voor al Gods zegeningen. We mogen God prijzen omdat Hij de zondag geeft waarin mensen in het openbaar kerkdiensten mogen hebben en mogen rusten. Het laatste wat a Brakel voor deze nabetrachting noemt is iets dat de hele zondag moet doortrekken:

[...] het reikhalzen en verlangen naar de rust die voor het volk Gods overig is, Hebr. 4:9. Ons in die hope verblijden, en te vergeten wat achter is, en ons uit te strekken naar 'tgeen dat voor is, en aizoo te jagen naar het wit tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus jezus. Zalig is hij, die zoo den sabbat begint, doorbrengt en eindigt.

Het doel van de zondag

Er is een groot gevaar als je precieze regels geeft voor het doorbrengen van de zondag: dat je op een wettische manier tegen de zondag aan gaat kijken. Dat je je vooral afvraagt wat er wel en niet mag op zondag, en het doel ervan uit het oog verliest. Of dat je je één dag in de week op zijn best voordoet, terwijl je de rest van de week God helemaal niet dient. De nadere reformatoren die over de zondag geschreven hebben zijn zich hiervan bewust geweest. Steeds opnieuw laten ze zien waar het met de rustdag werkelijk om gaat. Ze hebben hierover erg mooie dingen geschreven,

in de eerste plaats moeten wij bedenken dat God ons de zondag voor onze bestwil geeft, omdat wij die nodig hebben. Zoals Calvijn schreef in zijn Institutie: "Want onze zeer voorzienige en goedertieren Vader heeft voor onze behoefte, evenals voor die der joden, willen zorgen." God geeft de rustdag niet om de mens te verstrikken in de zonde, of om hem het gewone leven onmogelijk te maken, schrijft Teellinck; integendeel, de Heere wil ons tijdelijk leven verkwikken en ons geestelijk leven op een hoger peil brengen. Wij hebben het hard nodig "dat wij ons zo immers eens ter weke mochten solareren [afzonderen], op een bijzondere wijze, met alle onze hemelse vrienden, en de ganse dag door als feest houden, met de Heere onze God: verheffende als dan door de hemelse betrachtingen onze harten tot de Heere onze God, en tot de gemeente der uitverkoren heiligen: en wordende alzo door die heilige betrachtingen als veranderd naar het beeld onzes heiligen Gods, van klaarheid tot klaarheid, als van des Heeren Geest, 2 Kor. 3:18."

Zoals Teellincks woorden laten zien, gaat het er op de rustdag om dat we dicht bij God komen, en ons beeld weer herschapen wordt naar Zijn beeld. Maar hoe komen we daartoe? Hoe heffen we onze harten, boven alle aardse beslommeringen uit, op tot God? Teellinck noemt hier de kerkdienst als een heel belangrijk onderdeel van de zondag. Hij omschrijft de kerkdienst als 'de marktplaats voor de ziel': we worden er voorzien van alles wat we nodig hebben. Guiljelmus Saldenus (1627-1694), die op verschillende plaatsen predikant is om de zondag te heiligen ook heel persoonlijk opvatten. Hoornbeeck zegt dat alle vermaningen en alle discussies over wat wel en niet mag hier niet zoveel nut hebben; begin maar eens aan het heiligen van de zondag, schrijft hij, ook als u de zondag al zo vaak in zonde hebt doorgebracht, en smaakt en ziet, dat de HEERE goed is (Psalm 34 : 9). geweest, gebruikt een ander beeld om te laten zien hoe belangrijk de zondag is om de Heere te leren kennen. Stel je voor, schrijft hij, dat je elke dag anderhalf uur met iemand doorbrengt, en dan ook nog eens 52 keer per jaar een hele dag met iemand samen bent, dan zul je iemand toch wel leren kennen! Voor alle schrijvers is dit heel belangrijk: het gaat op de zondag om de verborgen omgang met God. Daarom moeten mensen het gebod

Verder is de zondag elke week opnieuw een aansporing om heilig te leven. Op de rustdag moeten onze gedachten namelijk op de toekomst gericht zijn: op de eeuwige rust, de hemelse sabbat. Er is verlossing door Christus' werk, en Christus Zelf is, toen alles was volbracht en Hij is opgestaan, "in de rust gegaan". De eerste dag van elke nieuwe week herinnert ons daaraan. Als wij in Christus rechtvaardig en heilig zijn, zullen wij ook mogen ingaan in die rust; wij zullen eeuwige rust hebben van al onze wereldse arbeid en volkomen heilig zijn, niet voor de duur van één dag maar voor de duur van de eeuwigheid. Deze gedachte moet ons aansporen om tegen de zonde te strijden. Hoornbeeck verwijst hier naar 1 johannes 3 : 2-3: Wij weten, dat als Hij zai geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.

Als mensen zich hierop richten op zondag, zullen zij niet in wetticisme vervallen. En tegelijkertijd kan het dan ook niet zo zijn dat ze doordeweeks heel andere mensen zijn dan op zondag. Daar leggen veel nadere reformatoren ook nadruk op. Ze gebruiken verschillende beelden om duidelijk te maken dat de zondag en de rest van de week niet in tegenstelling tot elkaar mogen staan, maar elkaar moeten aanvullen. Enerzijds kunnen we de week niet in als we geen rustdag gevierd hebben. De zondag is als een goede wasbeurt waarna we schone kleren aantrekken en schone lakens op ons bed leggen: we Verschonen' onze ziel voor de week die komt. Anderzijds kunnen we geen zondag vieren als we doordeweeks niet bezig zijn met het dienen van God. Het hart van de mens is volgens Teellinck als een harp of ander snaarinstrument. Op zondag moet het bij wijze van spreken geschikt zijn om een uitvoering te kunnen geven. Maar dat kan alleen als de snaren van het hart strak gespannen zijn, en als het goed gestemd is. Om het hart op de goede toon te brengen moet de christen zich daarom tijdens de hele week bezighouden met het Woord van God en met gebed. Alleen zo kan de zondag voor hem of haar rustdag zijn en voorbereiding op de eeuwige rust.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2007

AanZet | 83 Pagina's

2. De praktijk van de zondag

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2007

AanZet | 83 Pagina's

PDF Bekijken