Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

2. Wederkomst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

2. Wederkomst

20 minuten leestijd

Paulus gaat in de brieven aan de Thessalonicensen niet in de eerste plaats in op allerlei theologische vragen. Het doel van zijn brieven aan de Thessalonicensen is om hen te sterken in hun geloof. De gemeenteleden van Thessalonica hebben een sterke wederkomstverwachting, ze leven bij de gedachte, dat Jezus snel wederkomt. Daarom denken ze dat het niet meer nodig is om te werken. Als Jezus snel terug komt, heeft dat toch geen zin meer.

Mogelijk gaan de Thessalonicensen in op de uitspraak van de Heere Jezus, wanneer hij tegen zijn discipelen zegt: Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet wanneer de tijd is (Markus 13: 33). De Heere Jezus geeft hier de opdracht de wederkomst te verwachten en te bidden, maar niet om te werken. Paulus spoort in zijn brief de Thessalonicensen echter aan om daarnaast het 'gewone' leven niet te laten verslappen. De vermaningen en aansporingen in de brieven aan de Thessalonicensen zijn geschreven als oproep tot een goed leven in zowel het dagelijkse als het geestelijke leven.

Bij de Thessalonicensen leeft de vraag hoe het zal zijn bij de wederkomst sterk. Ze leven met de vraag of de mensen die gestorven zijn ook bij God zullen komen. In 1 Thessalonicensen 4: 14 geeft Paulus antwoord op deze vraag: Want indien wij geloven, dat jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Paulus wil dus als het ware zeggen, dat net zo zeker als Jezus uit de dood is opgestaan, ook de gestorven heiligen zullen opstaan om in de hemel bij God te komen. In vers 15 en 16 gaat hij hier verder mee. Om deze boodschap kracht bij te zetten, vervolgt hij dat bij de wederkomst de mensen die al overleden zijn, eerst op zullen staan. Hun ziel en lichaam worden eerst samengebracht voordat de nog levende gelovigen opgenomen zullen worden. Wanneer er een gelovige sterft, moeten de nabestaanden niet in zak en as zitten. Zij zijn immers, in tegenstelling tot de ongelovigen, niet zonder hoop (vers 13). De overledene is immers bij God in de hemel. Ze hoeven niet bang te zijn voor de toekomst. Als ze oprecht in God geloven, zullen ze na hun dood bij Hem zijn. Met het wederbrengen in 1 Thessalonicensen 4:14 bedoelt Paulus dat ziel en lichaam van de gelovigen tot één geheel samengevoegd zullen worden. De kanttekeningen zeggen: "Namelijk in het leven en in heerlijkheid, wanneer Hij hen uit de graven zal opgewekt en met hunne zielen zal verenigd hebben."

Beelden

In de Bijbel wordt regelmatig gesproken over de wederkomst. Eén ding is echter niet duidelijk, namelijk wanneer de wederkomst zal zijn. Ds. Robert M. McCheyne schrijft hierover "Denkt u, dat Jezus Christus vandaag terugkomt? Nee? Juist op het moment dat u Hem niet verwacht, dan zal Hij komen." Paulus maakt de gemeente van Thessalonica duidelijk dat niemand weet wanneer Hij zal wederkomen. Hij gebruikt hierbij het voorbeeld van een dief. lezuszal komen als een diefin de nacht. Niemand weet wanneer hij een dief kan verwachten en wanneer er ingebroken zal worden. Zo zal ook niemand weten waneer Christus wederkomt.

Een ander voorbeeld is een zwangere vrouw. Ze weet ongeveer wanneer het kind geboren wordt. Een zwangerschap duurt negen maanden, maar het precieze moment van de geboorte is niet bekend.

Zo is het ook met de wederkomst. De tekenen van de eindtijd worden in de Bijbel beschreven. Oorlogen, honger, aardbevingen en vervolgingen zijn tekenen van de naderende wederkomst. Het precieze moment is echter verborgen en alleen bij God bekend. Deze dag komt onverwachts en zal de mensheid overvallen, net als de barensnood een zwangere vrouw kan overvallen. Mensen doen er alles aan om inbrekers buiten de deur te houden. En een zwangere vrouw zal zich voorbereiden op de bevalling. Paulus spoort de gemeente van Thessalonica aan om zo voorbereid te zijn op de wederkomst.

Ten slotte roept Paulus de gemeente op niet te slapen, maar te waken en nuchter te zijn. Dat betekent natuurlijk niet dat christenen niet zouden mogen slapen. Maar ze moeten wel voorbereid zijn. Tijdens een oorlog of gevecht mogen de soldaten slapen. Wanneer de vijand echter komt, moeten de soldaten direct ten strijde kunnen trekken.

Paulus gebruikt daarom het beeld van de wapenrusting van een soldaat. Hij gebruikt in de eerste brief aan de Thessalonicensen hetzelfde beeld als in zijn brief aan de gemeente van Efeze (Efeze 6: io - 20). Om volledig op de wederkomst voorbereid te zijn, moeten de Thessalonicensen het borstwapen van het geloof en de liefde aan hebben, als een schild tegen de vijandelijke pijlen. Het borstwapen is echter niet genoeg, naast geloof en liefde hebben de gemeenteleden ook de hoop van de zaligheid nodig. Daarom moeten ze een helm op hebben. Zoals een soldaat mag slapen tijdens een oorlog, zo mag een christen slapen. Maar hij moet altijd voorbereid zijn op zijn sterven.

Antichrist

In zijn eerste brief schrijft Paulus dat de gelovigen nuchter moeten zijn als het gaat om de wederkomst. Ook in zijn tweede brief schrijft hij dat de wederkomst niet spoedig zal komen (2 Thessalonicensen 2: 2). In de Bijbel staat een groot aantal tekenen van ontwikkelingen en gebeurtenissen die voor de wederkomst zullen plaats vinden (Daniël, Mattheüs 24 en 25 en Openbaring). Paulus schrijft in de tweede brief aan de Thessalonicensen over de antichrist. Voordat Jezus zal wederkomen, om te oordelen de levenden en de doden, zal de antichrist openbaar worden.

Paulus omschrijft de antichrist als de mens der zonde, de mens des verderfs; die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is (2 Thessalonicensen 2: 3b en 4). De antichrist geeft zich uit als God. In alles wat hij doet wil hij aan God gelijk zijn, hij wil op dezelfde macht en eer ontvangen die God ontvangt. De antichrist kan dan wel proberen op de plaats van God in te nemen. Hij is echter niet zo machtig dat hij zomaar kan doen en laten wat hij wil. Paulus schrijft in zijn brief namelijk dat hij tegengehouden wordt. Calvijn legt dit uit door te schrijven dat het Evangelie de volledige bloei van de antichrist tegenhoudt. De prediking van het Evangelie en de kracht die het Evangelie heeft kunnen niet door de antichrist overwonnen worden.

Er zijn echter wel mensen die zich door de antichrist laten verleiden en hem navolgen. Deze mensen hebben mogelijk jarenlang in de kerk gezeten, maar het Woord nooit aangenomen. Het is altijd bij een uiterlijke bekering gebleven, maar het Woord van God heeft nooit echt in hun hart gewerkt. In de tijd voor de wederkomst zullen er veel mensen zijn, die de antichrist zullen volgen. Dit wordt ook wel de afval der heiligen genoemd. In de tijd van Paulus zijn er misschien wel mensen geweest die zich bij de gemeente aansloten, maar daar later weer vanaf gedwaald zijn. Dit is echter niet de grote afval der heiligen. Bij de afval der heiligen gaat het namelijk om een massale afkeer van God en Zijn geboden. Steeds meer mensen zullen zich afkeren van het christendom en hun eigen weg gaan.

De wederkomst

Hoewel niemand weet wanneer Jezus terugkomt, zal op het moment van Zijn wederkomt iedereen het weten. De Heere zal bij Zijn wederkomst komen met geroep en met bazuingeklank (1 Thessalonicensen 4: 16). ledereen, waar hij zich ook bevindt, zal weten dat jezus wederkomt. Vervolgens zullen de doden opstaan alsof vanaf hun dood tot aan de wederkomst geslapen hebben. In de Griekse wereld omschrijven de mensen sterven soms als 'in slaap vallen'. Voor de joden en christenen heeft deze uitdrukking een diepere betekenis. Sterven wordt ook wel ontslapen genoemd, het uit deze wereld wegraken totdat Jezus zal wederkomen en de opstanding der doden zal plaats vinden. Calvijn schrijft hierover dat het dode lichaam in een graf, net als op een bed, ligt totdat God de mens opwekt. Nadat de doden opgestaan zijn, zullen de gelovigen die nog leven opgenomen worden in de wolken. Zij zullen de Heere tegemoet gaan, om vanaf dat ogenblik voor eeuwig bij Hem te zijn.

Wanneer Guido de Brés de Nederlandse Geloofsbelijdenis schrijft, eindigt hij dit belijdenisgeschrift met een belijdenis over de toekomstverwachting van de gelovigen. Hierin verwijst hij naar het uitzicht dat zij hebben bij de wederkomst van Christus. Ook in de Heidelbergse Catechismus wordt over de troost van de wederkomst voor de christenen gesproken (vraag en antwoord 52). In beide belijdenisgeschriften wordt verwezen naar de brieven aan de Thessalonicensen. De reden dat Paulus in deze brieven over de wederkomst schrijft, is niet om de mensen in Thessalonica bang te maken. Voor ongelovigen is de wederkomst en de dood een bange vijand. Voor hen de gelovigen moet de dood en de wederkomst echter een troost zijn. Dan zijn ze voor eeuwig in vrede en rust bij God. De Thessalonicensen moeten elkaar vertroosten met het uitzicht op hun toekomst. Namelijk: eeuwig bij God in de hemel te mogen zijn.


Van het laatste oordeel

Ten laatste geloven wij, volgens het Woord Gods, dat, als de tijd, van den Heere verordend (die allen creaturen onbekend is), gekomen, en het getal der uitverkorenen vervuld zal zijn, onze Heere Jezus Christus uit den hemel zal komen, lichamelijk en zienlijk, gelijk Hij opgevaren is, met grote heerlijkheid en majesteit, om zich te verklaren een Rechter te zijn over levenden en doden; deze oude wereld in vuur en vlam stellende om haar te zuiveren. En alsdan zullen persoonlijk voor deze groten Rechterverschijnen alle mensen, zowel mannen als vrouwen en kinderen, die van het begin der wereld af tot het einde toe geweest zullen zijn, gedagvaard zijnde door de stem des archangels en door het geklank der Goddelijke bazuin, 1 Thessalonicensen 5:15. Want al degenen, die gestorven zullen wezen, zullen uit de aarde verrijzen, de zielen te zamen gevoegd en verenigd zijnde met haar eigen lichaam, in hetwelk zij zullen geleefd hebben. En aangaande degenen die alsdan nog leven zullen, die zullen niet sterven gelijk de anderen, maar zullen in een ogenblik veranderd en uit verderfelijk onverderfelijk worden. Alsdan zullen de boeken (dat is consciëntiën) geopend, en de doden geoordeeld worden, naar hetgeen zij in deze wereld gedaan zullen hebben, hetzij goed of kwaad. Openbaring 20:12, 2 Korinthe 5:10. Ja, de mensen zullen rekenschap geven van alle ijdele woorden, die zij gesproken zullen hebben, Mattheüs 12: 36, die de wereld niet dan voor kinderspel en voor tijdverdrijf acht; en dan zullen de verborgenheden en geveinsdheden der mensen openbaarlijk voor allen ontdekt worden. En daarom is de gedachtenis van dit oordeel met recht schrikkelijk en vervaarlijk voor de bozen en goddelozen, en zeer wenselijk en troostelijk voor de vromen en uitverkorenen; dewijl alsdan hun volle verlossing volbracht zal worden, en zij aldaar zullen ontvangen de vruchten des arbeids en der moeite, die zullen gedragen hebben; hun onnozelheid zal door allen bekend worden; en zij zullen de schrikkelijke wraak zien, die God tegen de goddelozen doen zal, die hen getiranniseerd, verdrukt en gekweld zullen hebben in deze wereld; dewelke overwonnen zullen worden door het getuigenis hunner eigen consciëntiën, en zullen onsterfelijk worden, doch in zulker voege, dat het zal zijn, om gepijnigd te worden in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is, Mattheüs 25: 41. En daarentegen, de gelovigen en uitverkorenen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer.

De Zoon Gods zal hun naam belijden voor God zijn Vader en zijn uitverkoren engelen; alle tranen zullen van hun ogen afgewist worden-, hun zaak, die nu tegenwoordig van vele Rechteren en Overheden als ketters en goddeloos verdoemd wordt, zal bekend worden de zaak des Zoons Gods te zijn. En tot een genadige vergelding zal hen de Heere zulk een heerlijkheid doen bezitten, als het hart eens mensen nimmermeer zou kunnen bedenken. Daarom verwachten wij dien groten dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere.

Artikel 37 Nederlandse Geloofsbelijdenis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

AanZet | 97 Pagina's

2. Wederkomst

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

AanZet | 97 Pagina's

PDF Bekijken