Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1. Vragen rondom het lijden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

1. Vragen rondom het lijden

12 minuten leestijd

'Op de bodem allervragen ligt der wereld zondeschuld' en 'Waren er geen zonden, dan waren er geen wonden'. Twee uitdrukkingen die regelmatig gebruikt worden om (iets van) het lijden te verklaren. Hoewel deze uitdrukkingen in concrete situaties van lijden koud en gevoelloos over kunnen komen, zit er een kern van waarheid in. We leven immers na de zondeval en dus buiten het paradijs. De mens heeft God de rug toegekeerd en gekozen voor de gehoorzaamheid aan de satan. Met de zondeval is het kwaad en daarmee het lijden, in de wereld gekomen. Sinds de zondeval kan de mens van nature niets anders dan kiezen voor de zonde. Het gevolg is het lijden. Er is dus een duidelijk verband tussen onze zonde en het lijden in het algemeen.

Veel minder duidelijk is dit verband aan te wijzen bij het lijden in specifieke situaties. Denk aan de vraag van de discipelen over de blindgeborene: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind zou geworden zijn? Jezus antwoordt hen dat er geen direct verband is tussen de blindheid van deze man en een zonde van hem of van zijn ouders (Johannes 9: 2-3). Hetzelfde wordt ook beschreven in Lu kas 13. De Heere Jezus vraagt over de Galileeërs die tijdens de offerdienst door Pilatus zijn gedood: Meent gij, dat deze Galileeërs zondaars zijn geweest boven al de Galileeërs omdat zij zulks geleden hebben? (13: 2). Ook over de mensen waarop de toren in Siloam viel, stelt Jezus deze vraag: Denken jullie dat deze mensen meer schuld hebben dan de andere mensen in Jeruzalem? (13: 4). En het antwoord van de Heere Jezus op deze vragen is duidelijk en waarschuwend: Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan (13: 3 en 5).

Waarvoor dient het lijden?

Er worden vaak verschillende redenen gegeven waarom mensen lijden. Sommigen zien het als straf op een speciale zonde, anderen als beproeving. Daarnaast zijn er mensen die het als een onvermijdelijk kwaad zien. Het hoort nu eenmaal bij de gevallen wereld.

Lijden als straf

Er zijn mensen die lijden direct terugvoeren op een specifieke zonde. Zo ziet men bijvoorbeeld een HlV-besmetting als het gevolg van een losbandig leven op seksueel gebied. Ook in de Bijbel komt lijden als straf op de zonde naar voren. Wanneer het volk Israël in de woestijn opstaat tegen God, ontvangen ze daarvoor straf (bijvoorbeeld in Numeri 21). Zo ontving ook David straf voor zijn zonde, zowel na zijn zonde met Bathseba, als na de zonde van de volkstelling (1 Samuël 24). B2

Maar men gaat ook in gevallen van lijden op zoek naar een specifieke zonde, wanneer er een veel minder duidelijk verband is. Deze opvatting komen we ook tegen bij de vrienden van Job. God straft de goddelozen en zegent de rechtvaardigen. Wie dus te lijden heeft, moet gezondigd hebben. Maar zoals het boek Job en de Heere Jezus in Lukas 13 laten zien, is er niet in alle lijden sprake van een straf op een specifieke zonde.

Lijden als beproeving

Anderen wijzen direct naar God als oorzaak van het lijden. God beproeft mensen en daarvoor gebruikt hij lijden. Ook dit doel van het lijden komt in de Bijbel naar voren. Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon dien Hij aanneemt (Hebreeën 12: 6). Toch is het niet goed iedere vorm van lijden als beproeving te zien. God wil het lijden ook gebruiken om andere dingen duidelijk te maken. Daarbij kan het ook erg goedkoop klinken om mensen, getroffen door diep lijden, erop te wijzen dat God hen wil beproeven. Waarbij dan vaak de suggestie wordt gewekt dat er geen vragen mogen gesteld worden. Men denkt dan vaak dat een mens moet zwijgen, omdat God altijd doet wat goed is.

Ülden als onvermijdelijk kwaad

Weer anderen wijzen op het feit dat we nu in een gevallen wereld leven. Daarom kunnen we er niet aan ontkomen dat er lijden is. We moeten er maar mee leren leven. Het is een onvermijdelijk kwaad. De Bijbel leert dat met de zondeval het lijden in de wereld is gekomen (Genesis 3). Toch is er veel meer over lijden te zeggen. Wanneer dit de enige reden voor het lijden zou zijn, zou het lijken alsof God zijn handen van de wereld had teruggetrokken.

Alle drie de opvattingen zijn op de Bijbel terug te voeren. Hierbij is het van belang om deze drie naast elkaar te laten staan. De Heere wil met het lijden verschillende dingen duidelijk maken. In de ene situatie komt het als straf, terwijl God in een andere situatie wil wijzen op de gebrokenheid en zonde van deze wereld. Wanneer we één opvatting aanhangen, ontstaat er scheefgroei en doen we de Bijbel geen recht.


Theodicee

De term 'theodicee' is afkomstig van de filosoof G.W. Leibniz (1646- 1716). Hij maakte deze term door de Griekse woorden voor God (theos) en gerechtigheid (dikè) samen te voegen. Dit woord heeft te maken met de relatie tussen God en het kwaad. Leibniz zelf gebruikte het op twee manieren. Aan de ene kant ging het hem om de verdediging van de rechtvaardigheid van God met het oog op het kwaad in de wereld. Het gaat hier om een soort rechtszaak: Gods rechtvaardigheid wordt als onschuldige door een advocaat verdedigd tegen de aanklacht van het kwaad in de wereld. Aan de andere kant gebruikte Leibniz het voor een soort wetenschap, namelijk de leer van de rechtvaardigheid van God. De theodicee gaat dan om de vraag of het bestaan van een goede en wijze God te rijmen is met het kwaad in de wereld. De eerste manier is dus een verdedigende (apologetische), de tweede een filosofische.

In de theodicee gaat het nu echter niet meer om het verdedigen van God ten opzichte van het kwaad, maar om het verdedigen van het geloof in God ten opzichte van het kwaad.

De oorzaak van deze verschuiving is te vinden in een aantal andere verschuivingen. Hoewel de mens op zoek blijft naar het geluk, gaat het niet meer om het geluk in het leven na dit leven, maar om geluk in het aardse leven. Daarnaast heeft ook de afname van het geloof in de erfzonde er mee te maken. Het bestaan van het kwaad zag men als gevolg van de erfzonde. Nu veel mensen niet meer in de erfzonde geloven, moet een andere oorzaak voor het bestaan van het kwaad gezocht worden. Het christendom moet eerst antwoorden op de vraag naar het geloof in God en het bestaan van het kwaad, voordat het als een serieus te nemen gesprekspartner wordt gezien. Het hele christelijk geloof wordt met deze vraag op het spel gezet.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

AanZet | 97 Pagina's

1. Vragen rondom het lijden

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2008

AanZet | 97 Pagina's

PDF Bekijken