Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1. Discipel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1. Discipel

11 minuten leestijd

De Heere Jezus had twaalf discipelen, die veel met Hem op weg waren. Waarom wordt dit twaalftal discipelen genoemd? Wat betekent het woord discipel eigenlijk en worden er nog meer mensen discipel genoemd, dan alleen de twaalf volgelingen van Jezus?

Het twaalftal

De groep van twaalf discipelen, die bijna altijd bij de Heere Jezus te vinden is, wordt ook wel met de 'twaalve' of het 'twaalftal' aangeduid. De naam 'twaalftal' is een groepsnaam en wordt ook gebruikt, wanneer Judas Iskariot weggevallen is en er slechts elf discipelen over zijn (Johannes 20: 24). Vóór Pinksteren moet de lege plaats van Judas weer gevuld worden, opdat de kerk gereed is de wereld in te gaan (Handelingen 1:15-26). Matthias wordt verkozen en het twaalftal is weer compleet.

Het feit dat er twaalf discipelen zijn verwijst naar de twaalf zonen van Jakob, waaruit het volk Israël geboren is. Zij zijn de vaders van de twaalf stammen van Israël. In de Openbaring aan Johannes wordt over het hemelse Jeruzalem gezegd dat de twaalf poorten genoemd zijn naar de twaalf zonen van Jakob, als aanduiding van alle gelovigen uit het Oude Testament. De twaalf fundamentstenen heten naar de twaalf apostelen, als aanduiding van de kerk van het Nieuwe Testament (Openbaring 21:12-14).

Leerlingen van Christus

De twaalf discipelen hebben veel gemeenschappelijk. Ze zijn allemaal door Jezus geroepen. Ze hebben allen zo'n drie jaar met Hem opgetrokken. Ook zijn zij het aan wie de Heere Jezus na Zijn opstanding verschijnt. Dan zendt Hij ze uit om over de hele wereld Zijn Evangelie te verkondigen.

De discipelen hebben veel onderwijs van de Heere Jezus ontvangen. Bijna alles wat Jezus heeft gesproken tijdens Zijn omwandeling op aarde hebben ze gehoord. Soms legt de Heere Jezus hen een gelijkenis uit, terwijl de mensen alleen de gelijkenis zelf horen. Een andere keer geeft Hij hen apart onderwijs. Weer een andere keer, bij de zogenaamde Bergrede, richt Hij Zich vooral tot de discipelen en luistert een menigte andere mensen op een afstand mee (Mattheüs 5-7).

Toch blijven de discipelen vol onbegrip over het Koninkrijk van Jezus. Ze denken dat Hij een aards koninkrijk zal oprichten. Wanneer Hij zegt dat Hij zal lijden en sterven, begrijpen ze het niet. De één wil in moedeloosheid met Jezus mee om samen met Hem te sterven in Jeruzalem. De an-der wil Hem tegenhouden om naar Jeruzalem te gaan. Weer een ander meent dat Jezus Zijn Koninkrijk spoedig op aarde zal oprichten en wil daarin een voorname positie bekleden. Wat moet het zwaar voor de Heere Jezus geweest zijn dat Zijn discipelen vaak zo weinig inzicht hadden in Zijn werk. Zij hebben zoveel onderwijs ontvangen en zijn van zoveel wonderen getuige geweest. En toch beseffen ze vaak niet waar het Jezus ten diepste om te doen is.

Maar na de opstanding van Jezus leren ze het doel begrijpen waarvoor Hij gekomen is. Sommigen dachten dat het na Zijn dood afgelopen was, zoals de Emmaüsgangers (Lukas 24: 21). Anderen koesterden misschien nog een heel voorzichtige hoop, dat het toch nog goed zou komen. Wanneer het graf leeg is en Jezus later aan hen verschijnt, valt het licht op al het onderwijs van Jezus. Dan zien ze pas in dat Hij alles heeft gedaan om verlossing voor Zijn kinderen aan te brengen. Zo kunnen de discipelen getuigen zijn van het lijden en sterven van Christus, waardoor zondaren zalig kunnen worden.

Bronnen

De belangrijkste gegevens over de discipelen zijn te vinden in de Bijbel. De Evangeliën geven informatie over het leven van de discipelen tot de Hemelvaart. Handelingen meldt allerlei gebeurtenissen van na de Hemelvaart, vooral over Petrus en Johannes.

Naast de Bijbel zijn er nog veel andere verhalen over de discipelen bekend. Deze komen uit apocriefe boeken, die een minder groot gezag hebben dan de Bijbel. Daarnaast zijn er ook verhalen bekend uit andere boeken, zoals de Kerkgeschiedenis van Eusebius. Deze verhalen uit andere boeken zijn minder betrouwbaar dan de verhalen uit de Bijbel zelf. Zo spreken sommige verhalen elkaar tegen, terwijl andere verhalen voor een groot deel verzonnen lijken.

Uit de eerste eeuwen zijn er ook andere 'Evangeliën' en 'Handelingen' bekend op naam van een discipel, terwijl deze discipel ze niet heeft geschreven. De bekendste en oudste apocriefe Handelingen zijn van Paulus, Petrus, Andreas, Thomas en Johannes. Vaak wilde een groep mensen door het noemen van een bekende discipel hun afwijkende opvattingen verantwoorden. Een voorbeeld hiervan is het Evangelie van Judas. Het betrouwbare van de vier Evangeliën blijkt uit het feit dat sommige gebeurtenissen op bijna dezelfde manier in verschillende Evangeliën verteld worden. Denk bijvoorbeeld aan de verheerlijking op de berg (Mattheüs 17, Markus 9 en Lukas 9).


Discipel

Het woord 'discipel' is een ander woord voor leerling. In de tijd van de Heere Jezus zijn er veel leraren die een groep leerlingen hadden. De Heere Jezus zegt hierover: De discipel is niet boven den meester. (...) Hetzij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester (Mattheüs 10: 24-25). Hieruit blijkt dat het woord discipel een heel algemene naam is. Meestal gaat het om leerlingen van leraren die onderwijs geven in de godsdienst. Zo worden de volgelingen van de Farizeeën (Mattheüs 22: 16) en van Johannes de Doper (Johannes 1: 35) discipelen genoemd.

Ook de volgelingen en leerlingen van de Heere Jezus worden discipelen genoemd. Er wordt dan een onderscheid gemaakt tussen verschillende groepen van volgelingen. Met discipelen in ruimere betekenis worden alle mensen aangeduid, die Jezus volgen (Johannes 6: 66).

Daarnaast is er de groep van zeventig leerlingen die ook wel als discipelen bekend staan. Zij werden in tweetallen uitgezonden om de komst van Zijn Koninkrijk te verkondigen (Lukas 10: 1), maar bleven gewoon hun dagelijks beroep uitoefenen. In Handelingen worden de volgelingen eerst discipelen (Handelingen 6:1-2 en 21: 4) genoemd, later ook broeders. In Handelingen 9: 36 wordt een gelovige vrouw een discipelin genoemd.

Het woord discipelen wordt vooral gebruikt voor de twaalf leerlingen die altijd bij de Heere Jezus zijn (bijvoorbeeld Mattheüs 8: 23). De Heere Jezus zendt hen na Zijn opstanding uit om het Evangelie over de hele wereld te verkondigen. Wanneer ze uitgezonden zijn, worden ze apostelen genoemd, wat 'uitgezondenen' betekent. Ook in de vier Evangeliën dragen ze deze naam, wanneer de Heere Jezus hen uitzendt om te prediken (Mattheüs 10: 2).

Voordat de discipelen apostelen kunnen worden, moeten ze eerst als leerling Jezus volgen. Het is nodig dat ze weten wie de Heere Jezus is en wat Hij doet, om dat ook later als apostel -uitgezondene - te verkondigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 January 2010

AanZet | 103 Pagina's

1. Discipel

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 January 2010

AanZet | 103 Pagina's

PDF Bekijken