Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

2. 
Reformatie in Europa

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

2. Reformatie in Europa

29 minuten leestijd

Tussen de jaren 1000 en 1500 zijn er verschillende groeperingen en personen in Europa die veranderingen willen aanbrengen binnen de Rooms-Katholieke kerk. Vaak verenigen deze mensen zich in een kloosterorde.

Een kloosterorde is een groep van mannen of vrouwen die een gemeenschappelijke geloofsopvatting en vaak ook regels heeft waar zij aan gebonden is. Ze leven samen binnen een plaatselijke gemeenschap of een klooster. Meerdere kloosters van gelijkgezinde religieuzen vormen samen een kloosterorde. Dit hoofdstuk beschrijft enkele hervormingsbewegingen en personen die een belangrijke betekenis hebben gehad in een hervorming in Europa.

Hervormingsbewegingen

Cluniacenser orde

De orde van Cluny speelt een bijzondere rol in de hervormingsbeweging binnen de kerk. In de kerk is veel wanorde en corruptie. Ook is er een vermenging tussen wereldlijke en kerkelijke macht en een machtstrijd tussen de geestelijken en de adel. In Frankrijk en Italië worden kerkelijke ambten en eigendommen verkocht en verhandeld. Bisschoppen, lagere geestelijken en monniken in de kloosters vertonen steeds wereldser gedrag. Dit gaat samen op met corruptie, geweld en aantasting van de zedelijke normen.

Willem I, hertog van Aquitanië, sticht in de tiende eeuw de orde van Cluny. Hij start deze orde met slechts twaalf monniken. Al snel worden er door heel Europa kloosters gesticht. Al deze kloosters vallen onder het gezag van de hoofdorde Cluny. Cluny is een kloosterorde die tussen 900 en 1200 grote invloed heeft op het leven in West-Europa. Cluny is een plaats in Frankrijk waar de orde is gesticht. Drie hoofddoelen zijn voor de orde van belang. Allereerst wil ze onafhankelijk van de bisschop komen te staan. Ze wil dat de kloos-tergoederen in eigen bezit komen. Ten tweede wil de orde de tucht herstellen in de kerk. Als er gezondigd wordt moet de zonde bestraft worden. De verkoop van kerkelijke ambten wordt gezien als een zonde die gestraft moet worden. Ten derde vindt de orde het belangrijk om ascese te bevorderen. Ascese is het streven naar een reine levenswandel door de eigen hartstochten en begeerten te onderdrukken. Hiervoor pijnigen mensen zichzelf.

In de twaalfde eeuw bereikt de Cluniasenser orde haar hoogtepunt. Zij heeft dan meer dan 2000 kloosters verspreid over Frankrijk, de Zuidelijke Nederlanden, Engeland, Duitsland en Italië. Eind twaalfde eeuw komt er vrij snel een einde aan deze orde. Dit wordt veroorzaakt door de concurrentie van andere kloosterorden, een slecht economisch beleid, de kosten van de verbouwing van het klooster en de hevige politieke strijd om de macht.

Hoe kunnen we de orde van Cluny waarderen? De orde van Cluny heeft de tucht hersteld. De zonde wordt weer gestraft. Daarnaast wordt een reine levenswandel, in ere hersteld. Men past zelfs zelfpijniging toe om 'rein' te kunnen blijven. Denkt men de zaligheid hiermee te kunnen verdienen?

Franciscaner orde

Franciscus van Assisi (1181-1226) is geen geestelijke. Toch begint hij na een lange kluizenaarsperiode in Italië te prediken en verzamelt hij een groep volgelingen die willen leven volgens de regels die Franciscus opstelt. In 1209 ontvangt hij van paus Innocentius III toestemming om samen met deze volgelingen een orde te stichten, de Fransiscaner orde. Samen met zijn metgezellen schenkt hij al zijn bezittingen aan de armen. Zelf leeft hij in pure armoede verder. Dit is het hoofdkenmerk van de orde der Franciscanen. Dit houdt in dat de broeders afstand doen van zowel het persoonlijke als het gemeenschappelijke bezit. Zo proberen zij Christus na te volgen.

Om duidelijk te maken dat ze nederiger zijn dan de andere kloosterorden, geeft Franciscus ze de naam, 'de mindere broeders' (Minderbroeders). Als zijn medebroeders een klein huisje hadden gebouwd om wat bescherming tegen wind, regen en zon te hebben, klimt Franciscus op het dak en begint pannen naar beneden te gooien tot ze beloven het huis weer af te breken. Franciscus heeft een afkeer van elke vorm van bezit. Mensen worden dan ook niet zomaar toegelaten tot de Minderenbroeders. Zij hebben eerst een proeftijd van een jaar om hun vrome bedoelingen te bewijzen.

De broederschap breidt wegens zijn grote succes uit over heel Europa. Ook geleerden voelen zich aangetrokken tot deze nieuwe hervormingsbeweging.

De broeders wonen samen in een ruimte die ze 'locus' noemen, het Latijnse woord voor 'plaats'. Het is een grote cirkel waar een gracht omheen wordt gegraven. In de ring wordt een heg geplaatst. In het midden worden cellen geplaatst waar de broeders kunnen bidden.

De broeders slapen op de grond en heel soms, als het echt koud is, op hooi, met daarover een doek. Vanuit deze plaats vertrekken de broeders om te bedelen en te prediken. Er wordt van hen verwacht ook zelf te mediteren. De richtlijnen die voor de broeders worden aangehouden, zijn afkomstig uit de evangeliën. In Lukas 10 staat beschreven dat Jezus op bezoek komt bij Maria en Martha. Maria gaat aan de voeten van jezus zitten en luistert naar wat Jezus vertelt. Martha zorgt ondertussen voor de maaltijd. Zo gaat het ook bij de minderbroeders. In afzondering, op zoek naar God, leven ze in drie- of viertallen. Twee broeders sluiten zichzelf dagenlang af om te bidden tot God en naar Hem te luisteren. De andere twee gaan als Martha voor hen zorgen. In de eerste jaren van de Fransiscaner orde wordt eenmaal per jaar een generale vergadering gehouden. Later, als het broederschap groter wordt en Franciscus minder controle kan uitoefenen over al die mensen die zich bij hem aansluiten, worden de vergaderingen steeds meer gebruikt om bepaalde regels op te stellen.

Niet alleen voor mannen, maar ook voor vrouwen is er een belangrijke orde. De vrouwelijke tak van de Franciscanen wordt gesticht door de heilige Clara van Assisi. Fransiscus waardeert haar omdat ze net zo betrokken is bij de heilige armoede als hijzelf. De vrouwelijke volgelingen van Fransiscus staan daarom bekend als de Clarissen.

In Nederland bestaat nog altijd een Fransiscaner orde. In het dorp Megen in Brabant is een klooster waar in 2009 nog negen Fransiscanen leven. Daarnaast zijn er ongeveer 1600 mensen lid van de orde.

Hoe waarderen we de Franciscanen? De leden van de Franciscaner bedelorde willen nederig en sober leven. Ze willen hierin de Heere Jezus volgen. Leden moeten afstand doen van hun persoonlijke en gemeenschappelijke bezit. Het extreme is dat armoede een kenmerk van het ware geloof wordt. Een eenvoudig leven is Bijbels, maar nergens in de Bijbel lezen we dat leven in armoede verplicht is.

Katharen

Op een aantal plaatsen verschijnen predikers, mannen gekleed in lompen, met een woest uiterlijk. Ze stoken de bevolking op tot opstand tegen de praalzuchtige en hebberige geestelijkheid. Deze predikers zijn de Katharen. De Katharen vormen een christelijke groepering die actief is tijdens de late Middeleeuwen in het Zuiden van Frankrijk en in West- Duitsland. Het hoogtepunt van de Katharen ligt in de jaren 1100 tot 1300 na Christus. Zij beschouwen zich als de ware christelijke Kerk, waarin Jezus de centrale plaats inneemt.

Degenen die Katharen worden genoemd, kennen zelf dat woord niet. Ze noemen zichzelf christenen of'vrienden van God'. Ook worden ze wel Albigenzen genoemd. Veel Katharen wonen namelijk in de stad Albi. Halverwege de twaalfde eeuw komt het woord 'kathaar' voor de eerste keer voor in een preek van een Duitse monnik. Hij heeft het dan over christenen in het Rijnland die zijn afgeweken van de rechte leer die hij 'katharos' noemt. Dit betekent zuiver. Vervolgens wordt deze groepering de 'Katharen' genoemd.

De Katharen geloven dat er 'twee scheppingen' bestaan: de goede, geestelijke schepping en de slechte, stoffelijke schepping. Ze geloven dat de wereld slechts een schijnwereld is. Alle stoffelijke (zichtbare) zaken zijn vernederend voor het goddelijke dat in iedere mens aanwezig is. De Katharen kennen een goede en een slechte God. De slechte god is de god van het Oude Testament, die de wereld geschapen heeft, de geesten heeft gevangen in stoffelijke lichamen en ze vulde met ellende en lijden. De goede god is de God van )ezus, die liefde predikt. Voor de Katharen is het volstrekt ondenkbaar dat God Zijn Eigen Zoon naar de aarde zou sturen om door Zijn lijden en sterven mensen te verlossen. Het kruis is voor hen een verwerpelijk martelwerktuig waarmee geprobeerd wordt de missie van Christus te doen mislukken. De opdracht van Christus is het brengen van de Evangelieboodschap.

Omdat zij de God van het Oude Testament zien als een wrede God, wijzen ze het Oude Testament af. Daarnaast geloven ze niet in de Drie-enigheid van God en de menswording van Christus. Christus is God en geen mens. Een mens is namelijk stoffelijk en al het stoffelijke is verwerpelijk.

De Katharen worden als ketters gezien door de Rooms-Katholieke kerk en worden door de Franse koningen bloedig vervolgd. De brandstapels in Orléans vormen het begin van bloedige vervolgingen van de Katharen.

Hoe kunnen we tegen de Katharen aankijken? De Katharen komen in opstand tegen de praalzuchtige en inhalige geestelijkheid. Daarnaast willen ze jezus centraal stellen. Dit kunnen we positief waarderen. Toch dwalen zij op wezenlijke zaken. Ze geloven dat er twee goden zijn. De God van het Oude Testament is voor hen de slechte God. De God van het Nieuwe Testament, Jezus, is de goede God. Zij ontkennen het lijden en sterven van Christus. Hiermee halen zij de kern uit het christelijke geloof weg.

Waldenzen

De Waldenzen danken hun naam aan koopman Petrus Waldes of Waldo (1140-1219) een koopman uit Lyon. In 1174 doet hij afstand van zijn bezittingen. Hij wil in armoede leven in opvolging van de apostelen van Christus. De volgelingen van Waldes trekken daarom rond op sandalen. In het begin zijn de Waldenzen vooral in Zuid-Frankrijk en Noord-ltalië te vinden. In de veertiende eeuw ligt het hoogtepunt de Waldenzen in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Bohemen.

Zowel mannen als vrouwen prediken bij de Waldenzen. Omdat zij dit als leken doen, veroordeelt de paus hen al in 1184 als ketters. De paus stelt de Inquisitie in tegen hen. Dit is een rechtbank van de Rooms-Katholieke kerk. Zij moeten ketters opsporen, onderzoek doen en hen straffen opleggen. Dit besluit leidt tot een lange geschiedenis van vervolgingen en kost het leven van tienduizenden Waldenzen.

Door de inspanningen van de Inquisitie - een rechtbank van de Rooms-Katholieke kerk, belast met de opsporing, het onderzoek naar en het opleggen van straffen aan ketters - zijn velen net voor de Reformatie om het leven gebracht. Slechts enkelen overleven in kleine groepen in de bergen ten Westen van Turijn. Ze leven teruggetrokken in grotten. Een deel van hen woont in een gedeelte van de provincie Grenoble wat Dauphiné genoemd wordt. Onder invloed van de Reformator Guillaume Farel, die uit Dauphiné komt, sluiten de Waldenzen zich in 1532 tijdens de Synode van Chanforan aan bij de Reformatie. Later komen zij onder invloed van Calvijn en stichten in 1555 een calvinistische kerk. De bloedigste slachtingen liggen op dit moment nog voor hen. Vele Waldenzen moeten door vervolgingen in 1698 en 1699 naar Duitsland uitwijken.

Hoe zien we de Waldenzen? De Waldenzen willen weer leven en preken zoals de apostelen dit deden. Hiermee komen ze in leer en leven dicht bij de Bijbel te staan. Van deze groep horen we vrijwel alleen positieve geluiden.

Hervormers

In de tijd voor de Reformatie zijn in de kerk veel hervormers geweest. In dit hoofdstuk komen enkele van hen langs die van betekenis zijn geweest. Eerst wordt iets verteld over de hervormer zelf, in welke tijdsperiode en in welke plaats of land hij optreedt. Vervolgens worden de hoogtepunten van zijn hervormingsactiviteiten benoemd.

Bernard van Clairvaux

Op jonge leeftijd is Bernard van Clairvaux (1091-1153) al een groot voorstander van het kloosterleven. Als Bourgondische ridder zegt hij de wereld vaarwel en gaat in het strengst mogelijke klooster. Als hij 19 jaar is overtuigt hij zijn vrienden en dertig jonge ridders hun leven te besteden in een klooster. Mensen merken bijzondere gaven in hem op. Ze zien in hem een bijzondere vroomheid, ijver en bekwaamheid. Hij krijgt daarom de opdracht om een klooster te stichten in Clairvaux, een plaats in Frankrijk. Bernard wordt daar abt, de leider van het klooster en krijgt daarmee veel invloed. Vanuit dit centrale klooster in Clairvaux worden 160 nieuwe kloosters gesticht.

Bernard ziet dat de kerk naar macht en rijkdom streeft en dat ze daarin werelds is geworden. Hij strijdt hier tegen en bekritiseert de leer dat mensen hun zaligheid kunnen verdienen. 'Wat gij aan de verdienste toeschrijft, wordt aan de genade onttrokken.'

Toch zet Clairvaux zich niet alleen af tegen de kerk. Zijn prediking heeft een positieve boodschap en is bevindelijk. Hij benadrukt namelijk het belang van het beleven van de waarheid in het hart, het geloof is meer dan een zaak van het hoofd. Clairvaux preekt een sober leven, gewijd aan God. Soberheid is voor hem een vereiste. Hij is erg streng voor zichzelf en voor zijn monniken. Monniken moeten niet alleen in geestelijke grond ploeteren, maar ook de handen uit de mouwen steken en werken op het land. Hij leeft in een klooster, maar ontvlucht de wereld niet. Hij spreekt voor koningen, keizers en geestelijken. Toch is Clairvaux het liefst in zijn klooster en in zijn kloostertuin met de bloemen en de vogels, mediterend over de Bijbel. Hij wordt diverse malen gevraagd om een kerkelijk ambt aan te nemen, maar hij wijst ieder aanbod af. Nadat Clairvaux veertig jaar heeft gediend in het klooster, sterft hij op drieënzestigjarige leeftijd in 1153.

Een bekende uitspraak van Bernard was 'heel mijn verdienste bestaat in Gods ontferming'. Deze uitspraak sprak Maarten Luther later erg aan. Luther noemde hem daarom de 'Augustinus'van de Middeleeuwen.

John Wycliffe

John Wycliffe (1330-1384) is professor in de theologie aan de universiteit van Oxford, een plaats in Engeland. De kerk in Engeland krijgt steeds meer interesse in andere boeken naast of in plaats van de Bijbel. Wycliffe wil dat de Bijbel weer de enige norm wordt voor het leven. Omdat hij dit zo belangrijk vindt, vertaalt hij de Bijbel in de volkstaal, het Engels.

Doordat hij zich verdiept in de Bijbel komt hij tot de conclusie dat er veel misstanden zijn in de kerk. Wycliffe gaat protesteren tegen wat de kerk zegt over het avondmaal en de kerkelijke organisatie. Ook keert hij zich tegen het partijdige en verdeelde pausdom.

Over het Avondmaal zegt hij dat het brood en de wijn niet echt veranderen in lichaam en bloed van Christus. Christus is wel geestelijk aanwezig maar de mensen die deel mogen nemen aan het avondmaal eten niet letterlijk Christus.

De kerk hier op aarde mag, volgens Wycliffe, geen bezit hebben. Goederen moeten teruggegeven worden aan de oorspronkelijke eigenaren.

Ook stelt hij de kerkorganisatie ter discussie. De kerk leert dat zij via priesters en geestelijken kan bemiddelen in het heil van mensen. Wycliffe leert dat de kerk bestaat uit door God uitverkoren mensen. De kerk weet niet wie dit zijn en heeft ook geen invloed op deze uitverkiezing. Daarom keert hij zich tegen de positie van de paus als hoofd van de kerk en tegen de bemiddelingen van andere geestelijken. Hij ziet de paus als de anti-Christ waarvan in het Bijbelboek Openbaring wordt gesproken.

De denkbeelden van Wycliffe worden verspreid door bezitloze predikers die 'lollarden' - dat betekent waarschijnlijk iets als 'mompelaars' - worden genoemd. Onderweg citeren de lollarden zachtjes de Bijbel. Ze preken in de volkstaal zodat mensen de preek kunnen verstaan. De opvattingen van Wycliffe hebben grote invloed op de hervormer Johannes Hus.

William Tyndale

Een andere belangrijke theoloog is de Engelse Bijbelvertaler William Tyndale (1494-1536). Hij leeft tijdens de Reformatie en is daarmee maar gedeeltelijk hervormer van voor de Reformatie. In 1517 wordt hij priester en daardoor krijgt hij de mogelijkheid om boeken en geschriften te lezen, onder andere boekwerken van Maarten Luther. Deze werken spreken hem erg aan.

Tyndale krijgt daarop vervolgens een negatieve reactie van de geestelijken. Ze willen niet dat hij deze werken leest.

Tyndale is van grote betekenis geweest voor de kerk. Hij vertaalt de Bijbel in een vroege vorm van het moderne Engels. De geestelijken verzetten zich hevig tegen deze Bijbelvertaling. De Bijbels die op het vasteland binnengesmokkeld zijn, worden zelfs verbrand. Tyndale moet op de vlucht voor de geestelijken en verblijft vervolgens in Antwerpen. Hier schrijft hij een herziening van het Nieuwe Testament in het Engels. De boekdrukkunst is inmiddels uitgevonden. Bijbels kunnen daardoor eenvoudiger in veelvoud gedrukt worden. Vanuit Antwerpen krijgt hij mogelijkheden om het vervoer van zijn boeken naar Engeland te verzorgen. In Antwerpen komen ook Engelse vluchtelingen. Ze vinden hulp bij Tyndale. Hij brengt ze naar plekken in de omgeving van Antwerpen waar Engelse vluchtelingen een veilig onderkomen krijgen.

De Inquisitie houdt Tyndale in Antwerpen gevangen. Hij sterft de marteldood door wurging en verbranding. In Antwerpen is ter herinnering aan Tyndale nog een gedenksteen en een klein museum bij de protestantse kerk te vinden. Het vertaalwerk van Tyndale is zo'n honderd jaar later gebruikt om de King James Bijbel - de Engelse 'Statenvertaling' - te schrijven.

Hoe kunnen we de hervormers waarderen? De hervormers Clairvaux, Wycliffe, Hus en Tyndale worden onder andere als voorlopers van de Reformatie gezien omdat ze diverse dwalingen van de kerk bekritiseren, zoals het gebruik van het Heilig Avondmaal. Ze willen de Bijbel weer als onfeilbaar en enige norm zien. Ze pleiten voor het lezen van de Bijbel in de taal van het volk en uiten kritiek op geestelijken en de paus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2010

AanZet | 103 Pagina's

2. 
Reformatie in Europa

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2010

AanZet | 103 Pagina's

PDF Bekijken