Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1. Hoe is het Joodse volk ontstaan?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1. Hoe is het Joodse volk ontstaan?

13 minuten leestijd

De Joodse geschiedenis wordt getekend door oorlogen, verdrukkingen, wegvoeringen en een permanent vreemdelingenbestaan. Deze geschiedenis begint met de komst van Abram en enkele familieleden in het door God aan hem „beloofde land‟ Kanaän. Dat was zo‟n 4000 jaar geleden.

Niet zo heel veel jaren later vertrekken Jakob en zijn gezin naar Egypte. Na zware verdrukkingen keert de familie, die inmiddels is uitgegroeid tot een volk, via een lange woestijnreis terug naar Kanaän. Dat land nemen zij na een zware oorlog met lokale stammen in bezit.

Na de onrustige tijd van onder de „richters‟ breekt een nationale bloeitijd aan onder de regering van enkele koningen. Vooral onder koning Salomo gaat het goed. Kort daarop worden land en volk opgesplitst in twee delen: Juda en Israël. Het ene gedeelte wordt het twee-stammenrijk en het andere gedeelte wordt het tien-stammenrijk genoemd.

Ballingschap en verstrooiing

Rond 725 voor Christus wordt Israël, het tien-stammenrijk, weggevoerd naar Assyrië.

Ongeveer 150 jaar later volgt, in twee afzonderlijke deportaties, de wegvoering van Juda, het twee-stammenrijk naar Babel. Van de Joden die naar Assyrië zijn vertrokken, wordt niets meer vernomen. Zijn ze in de loop der jaren opgegaan in de Assyrische bevolking?

Van de naar Babel weggevoerde Joden komt in 538 voor Christus een klein deel terug naar het verwoeste Jeruzalem. Onder leiding van Ezra en Nehemia worden stad en tempel weer opgebouwd.

In de periode tussen de terugkeer uit Babel en de geboorte van Christus vinden opnieuw veel oorlogen en verdrukkingen plaats. In die periode worden de overgebleven Joden overheerst door de Perzen, de Grieken, de Egyptenaren en de Syriërs. Tenslotte worden ze in 63 voor Christus onderworpen door de Romeinen.

In het jaar 70 na Christus heeft de door de Heere Jezus voorzegde verwoesting plaats (Mattheüs 24) van Jeruzalem en de tempel.

In 135 na Christus slaan de Romeinen opnieuw een opstand van de Joden met geweld neer.

Veel Joden vertrekken naar andere landen, vooral naar landen in Europa en de Arabische wereld. De Joden wonen niet langer in één land, maar leven verspreid, verstrooid. Deze „verstrooiing‟ wordt ook wel de „diaspora‟ genoemd.

Van Israël als natie blijft weinig over. Toch zijn ook na deze verwoesting kleine groepjes Joden in Kanaän blijven wonen.

Joden in Europa

De bloeitijd van het christendom in Europa heeft ongunstige gevolgen voor de Joden. Als „moordenaars van Christus‟ worden Joden in de Middeleeuwen achtergesteld en uit beroepen geweerd. Als blijkt dat tijdens pestepidemieën onder Joden weinig slachtoffers vallen – later zou blijken dat dat komt door hun strenge hygiëne – worden zij al gauw als de veroorzakers van de pest gezien. Joden worden er bijvoorbeeld van beschuldigd waterbronnen te hebben vergiftigd.

Vanaf het jaar 1096 hebben de „Kruistochten‟ plaats. Deze Kruistochten zijn allereerst bedoeld om het „Heilige Land‟ te bevrijden van de „Mohammedanen‟. Maar ook de Joden die daar wonen, worden niet ontzien. In het kielzog van de Kruistochten worden ook veel Joden in West-Europa vervolgd, verdreven en uitgeroeid. Daarom trekken veel Joden naar Oost- Europa, zodat daar grote joodse gemeenschappen ontstaan. Helaas zijn de Joden ook daar niet veilig. Zo vinden in Rusland regelmatig „pogroms‟ plaats, waarbij veel Joden vermoord worden.

Het dieptepunt in de Jodenvervolging is de Tweede Wereldoorlog. Hitler dacht dat het blanke -Arische- ras het hoogtepunt van de ontwikkeling van de mens was. Mensen van dit ras zijn „Übermenschen‟. Het Semitische ras, waartoe de Joden behoren, staat volgens hem onderaan op de rassenladder. Joden zijn „Untermenschen‟. Deze rassenleer heeft grote gevolgen voor de Joden.

Joden worden uitgesloten van de samenleving en letterlijk opgesloten in aparte wijken, getto‟s. De definitieve oplossing – of op z‟n Duits: de Endlösung – van het „Joodse vraagstuk‟ ziet hij in een totale vernietiging van de Joodse bevolking. Duizenden Joden worden vergast of op andere wijze vermoord in concentratiekampen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog blijken meer dan 6 miljoen Joden omgebracht te zijn. Deze massamoord wordt wel aangeduid met „Holocaust‟ – dat betekent „brandoffer‟ – of „Shoah‟ – „vernietiging‟.

Naar een eigen staat

Alle eeuwen door leeft er bij het verstrooide Joodse volk het verlangen om in of nabij Jeruzalem te wonen. Aan het einde van de negentiende eeuw ontstaat het Zionisme, een beweging die de vestiging nastreeft van een Joodse staat op het grondgebied van het Bijbelse Kanaän.

Steeds meer Joden emigreren naar Palestina, waar ze zich tussen de daar wonende Arabische, christelijke, Joodse en Islamitische gemeenschappen vestigen. Het gebied dat Palestina wordt genoemd, staat op dat moment onder Engelse zeggenschap.

Het ideaal van een eigen staat leidt tot spanningen in Palestina. In die tijd heeft Engeland het daar voor het zeggen. In 1947 stellen de Verenigde Naties (VN) een verdeling van Palestina voor in een Arabisch en een Joods deel. Dit plan wordt door de Zionisten geaccepteerd, maar door de Arabische leiders verworpen.

Bij het opheffen van het Engelse mandaat – de zeggenschap – over Palestina, roepen de Zionisten op 14 mei 1948 de staat Israël uit. Onmiddellijk hierna ontstaat oorlog met de omliggende Arabische landen. Hierin verovert Israël meer land dan het door de VN was toegewezen.

In 1956 volgt een tweede oorlog, waarin Israël de Gazastrook en de Sinaï woestijn verovert.

Na de Zesdaagse oorlog in 1967 komen de Sinaïwoestijn, de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en de Golan-hoogvlakte onder controle van Israël te staan. Ook na de onverwachte Yom Kipoer-oorlog van 1973, waarin Israël zware verliezen lijdt, blijven deze gebieden onder Israëlisch beheer.

Na deze oorlog is Israël niet meer in oorlog geweest, ondanks pogingen van Irak om het land in 1991 bij de Golfoorlog te betrekken. Wel breken er in 1987 en 2000 op de Gazastrook enkele Palestijnse volksopstanden uit, de zogenaamde „Intifada‟s‟.

Druk op de staat Israël

In de laatste jaren is er veel direct en indirect onderhandeld tussen Israël en vertegenwoordigers van de Palestijnen, zoals de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO, om te komen tot een vreedzame oplossing van het conflict. Veel heeft dit nog niet opgeleverd.

Belangrijke knelpunten zijn het vaststellen van staatsgrenzen, de status van Jeruzalem en of er één gezamenlijke of twee afzonderlijke staten gevormd moeten worden.

Inmiddels zijn ook andere Palestijnse organisaties zoals Hamas en Hezbollah ontstaan, die andere ideeën hebben dan de PLO.

Ook zijn de Israëlische kolonisten die het „Groot Israël‟-concept nastreven actiever geworden. Zij willen een Israël met grenzen volgens het Oude Testament.

Al deze partijen en meningen maken de besprekingen uiterst ingewikkeld. Daarnaast groeit in Europa en de VS meer steun voor het standpunt van de Palestijnen. Hierdoor wordt de laatste jaren de druk op Israël groter om concessies te doen om op die manier tot een doorbraak te komen. Een echte oplossing van de „Palestijnse kwestie‟ lijkt echter nog niet in zicht.


Joden en Israëlieten

De naam Jood is nauw verbonden met de naam van Jehudi of „Juda‟. De meeste ballingen die uit Babel teruggaan naar Kanaän, zijn afkomstig uit de stam van Juda. De naam Israël – „God strijdt‟, de nieuwe naam van Jakob, zie Genesis 35:10 – wordt gebruikt voor zowel een volk (Am Jisra‟eel), een land (Eretz Jisra‟eel) als een staat (Medienat Jisra‟eel).

Joden worden ook wel Israëlieten genoemd. In de Bijbel heten zij ook „Hebreeën‟.

Hebreeën zijn de nakomelingen van Eber, de zoon van Sem. De Joden vormen een groot deel van deze nakomelingen. Als afstammelingen van Sem behoren de Joden dus tot het Semitische ras. Met „antisemitisme‟ – dat verwijst naar Sem, de zoon van Noach – wordt het hebben van vooroordelen tegen Joden aangeduid.

In deze schets worden de namen Joden en Israëlieten of Israëli‟s door elkaar gebruikt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 1 January 2011

AanZet | 10 Pagina's

1. Hoe is het Joodse volk ontstaan?

Bekijk de hele uitgave van Saturday 1 January 2011

AanZet | 10 Pagina's

PDF Bekijken