Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

3. Hoe was de verhouding tussen de christelijke kerk en het Joodse volk?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

3. Hoe was de verhouding tussen de christelijke kerk en het Joodse volk?

7 minuten leestijd

Vanaf het ontstaan van het christendom is haar verhouding met het Jodendom problematisch. Vaak is er sprake van vijandschap en gescheidenheid. Zo worden de eerste christenen door Joden zoals Saulus vervolgd. Veel Joden zien de volgelingen van „De Weg‟, zoals de christenen eerst worden genoemd, als een verwerpelijke Joodse sekte.

Tijdens de beruchte christenvervolgingen in Rome zijn het soms juist Joden die de christenen aanklagen bij de Romeinen.

In de oude, christelijke kerk komt al snel de zogenaamde vervangingsleer op. Die „vervangingsleer‟ houdt in dat de christelijke kerk de plaats van Israël heeft ingenomen. Gods verbond en beloften gelden volgens die leer alleen nog de kerk en zijn niet meer van toepassing op het Joodse volk. Deze visie heeft eeuwenlang in de kerk geheerst en de sporen hiervan zijn ook nu nog in veel christelijke kerken te vinden.

Oude kerk

Vooral Augustinus heeft de vervangingsleer uitgedragen en hiermee de theologie van de kerk tot na de Middeleeuwen sterk beïnvloed. Eerdere kerkvaders, zoals Origenes, Hiëronimus dachten wel dat God bijzondere dingen met de Joden als volk zou gaan doen.

Augustinus meent echter dat alle profetie over Israël geestelijk uitgelegd moet worden en alleen nog de kerk geldt. Hij verwacht daarom ook geen terugkeer van de Joden naar Kanaän. Toch roept Augustinus niet op tot haat en geweld tegen de Joden. Ook zij kunnen zalig worden door het geloof in Christus. Een kerkvader als Chrysostomos is echter negatief over het Joodse volk.

Reformatie

Op het punt van de vervangingsleer wijken de reformatoren Luther en Calvijn nauwelijks af van Augustinus. Ook zij zien geen bijzondere beloften meer voor de Joden als volk.

Vooral Luther heeft zich – uit teleurstelling over de onbekeerlijkheid van de Joden? –erg negatief over de Joden uitgelaten. De Nazi‟s hebben zijn antisemitische uitspraken uitgebreid geciteerd. Later hebben andere Lutheranen zich positiever over de Joden uitgelaten.

Hoewel het spraakgebruik van Calvijn over de Joden niet altijd vriendelijk was, zag hij de (godsdienstige) Joden als degenen die „de eerste plaats behouden, als de eerstgeborenen in het huisgezin van God‟. Hij beschouwt het Joodse volk dan ook als de „oudste broeder‟ van de Kerk.

Nadere Reformatie

In de periode van de Nadere Reformatie wonen er veel Joden in Nederland. Daardoor ontstaan er contacten tussen Joodse rabbijnen en predikanten. Mede hierdoor ontstaat er een grote variatie aan gedachten over de toekomst van Israël, waarbij sommige predikanten lijken te breken met de vervangingsleer.

Zo verwacht ds. J. Koelman een algemene bekering van het Joodse volk op basis van een vrij letterlijke exegese van het Oude Testament. Ds. W. á Brakel gelooft op basis van Romeinen 9 tot en met 11 zelfs dat het Joodse volk terug zal keren naar het Heilige Land. En ds. A. Hellenbroek – bekend van het catechisatieboekje – meent dat de Joodse Kerk de moederkerk is waarin de heidenen opnieuw moeten worden ingelijfd.

Enkele initiatieven uit die tijd voor kerkelijke evangelieverkondiging onder Joden bloeden echter al snel dood.

Reveil en later

Ook later, tijdens het Reveil in de negentiende eeuw, bestaat er veel aandacht voor het Jodendom. Bekende personen uit deze tijd zijn de Joden Isaac da Costa en Abraham Capadose, die zich tot het christendom bekeerd hebben. Zij dragen met overtuiging hun verwachting uit dat God Zijn beloften aan Zijn volk Israël zal gaan vervullen.

In diezelfde tijd maakt de bekende Schotse predikant Robert Murray MacCheyne een reis naar Israël. Hij wil zendingswerk organiseren onder Joden, zowel in Europa als in het Heilige Land.

Vandaag

In de twintigste eeuw treden er grote veranderingen in de verhouding tussen kerk en Jodendom. Als gevolg van schuldgevoelens vanwege de behandeling van de Joden in de Tweede Wereldoorlog komt er een samenspraak tussen Joden en christenen. Ook worden er veel organisaties opgericht die zich vanuit een eigen visie bezighouden met het „Volk van God‟.

Vooral de laatste decennia wordt er meer kritisch naar Israël gekeken, in het bijzonder vanwege de „Palestijnse kwestie‟. Deze kritische visie ondervindt veel steun vanuit de Wereldraad van Kerken.

De gedachte dat Israël een „land van ergernis‟ zal blijven, wordt door de huidige gebeurtenissen ondersteund.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2011

AanZet | 10 Pagina's

3. Hoe was de verhouding tussen de christelijke kerk en het Joodse volk?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2011

AanZet | 10 Pagina's