Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoofstuk 3 Heilig in vrijheid door de Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoofstuk 3 Heilig in vrijheid door de Geest

11 minuten leestijd

In de laatste twee hoofdstukken van de brief roept Paulus de gelovigen in Galatië op om de grond van zaligheid - het geloof - vast te houden. Ze moeten in de vrijheid blijven staan. Niet om die te misbruiken, maar om in liefde te dienen. Wanneer dan iemand valt, zo moeten de medegelovigen zo iemand helpen en tegelijk zichzelf in de gaten houden.

Blijven in de vrijheid

Op basis van zijn uiteenzetting over de rechtvaardiging door het geloof, roept Paulus de Galaten op om in deze vrijheid te staan. Christus heeft hen vrijgemaakt (zoals Izak). Ze moeten zich dan niet opnieuw slaaf laten maken (zoals Ismaël). Met nadruk stelt hij dat Christus geen nut heeft voor ieder die zich uit de heidenen laat besnijden. Wanneer iemand zich laat besnijden, wil hij in de weg van de wet gaan. Hij moet dan ook de hele wet houden. Christus is voor hen nutteloos, omdat ze blijkbaar door de wet rechtvaardig willen worden.

Maar de gelovigen in Christus verwachten door de Geest de hoop en zekerheid van de rechtvaardigheid. Want in Christus gaat het niet meer om wel of niet besneden zijn, maar om het geloof, dat door de liefde werkzaam is. De Galaten waren op de goede weg. Wie heeft hen dan verhinderd om de waarheid, die ze volgden, te gehoorzamen? Dit idee komt niet bij de Heere, Die hen roept, vandaan. Hij vertrouwt erop dat de Galaten het met hem eens zijn.

Maar degene die hen in verwarring brengt, moet zijn eigen oordeel dragen. De tegenstand tegen Paulus is er niet vanwege de besnijdenis. Juist de prediking van het kruis roept ergernis op. Laten de dwaalleraars maar van de gemeente afgesneden worden.

De gelovigen zijn tot vrijheid geroepen. Maar hun vrijheid mag niet gebruikt worden om hun eigen begeerten te volgen, maar ze moeten elkaar dienen door liefde. Want de samenvatting van de wet is immers: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven (5: 14). Wanneer ze echter ruziemaken en elkaar ergeren, dan verteren ze elkaar. Daarom moeten ze door de Geest wandelen en niet naar hun vleselijke begeerten. Deze twee gaan niet samen: vlees en Geest hebben beide een verschillend doel en begeren tegen elkaar. Ze doen daarom niet wat ze willen. Die door de Geest geleid worden, zijn niet meer onder de wet. Paulus wijst op de begeerten en daden van het vlees: overspel, hoererij, onreinheid, ontucht, afgodendienst, venijn, ruzies, tweedracht, toorn, haat, moord, dronkenschap, etc. Mensen die zulke dingen doen, zullen geen erfgenaam zijn van het Koninkrijk van God. Daartegenover staat de vrucht van de Geest. Deze bestaat - als parten van een sinaasappel - uit liefde, blijdschap, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en matigheid. Tegen hen is de wet niet. Immers, degenen die van Christus zijn, hebben het vlees met al zijn verlangens en begeerten met Christus gekruisigd. Als ze dan leven door de Geest, moeten ze ook door de Geest wandelen. Er mag dan geen jaloezie zijn of zoeken naar eigen eer.

Draagt elkanders lasten

Wanneer dan iemand door een zonde valt, moeten zijn medegelovigen hem terugbrengen. Dat moet niet met toorn of hoogmoed, maar met zachtmoedigheid. Daarbij moeten ze wel zichzelf in het oog houden dat ze zelf niet in een verzoeking vallen. Zo moeten gelovigen de lasten van elkaar dragen en op die manier de liefdeswet van Christus vervullen. Mensen die zichzelf belangrijk vinden en hoogmoedig zijn, die bedriegen zichzelf. Ieder mens kent zijn eigen hart het beste. Daarom moet hij zichzelf onderzoeken en zich niet met anderen vergelijken. Want alleen zo is er roem te behalen in God. Uiteindelijk is ieder verantwoordelijk voor zijn eigen daden.

Een gemeente moet zorg dragen voor de verkondigers van het Woord. Ze moeten niet dwalen. God laat Zich op geen enkele manier bespotten. Alles wat een mens zaait, zal hij ook moeten oogsten. Wanneer het naar het vlees is, zal het verderf teweegbrengen. Wanneer het in de Geest is, zal hij het eeuwige leven ontvangen. Daarom moeten christenen ijverig doorgaan met het doen van het goede. Als ze niet verslappen zullen ze eens oogsten. Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goeddoen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs (6: 10).

Slot

Vervolgens wijst Paulus erop hoe hij met zijn eigen hand geschreven heeft (6: 11). Hiermee kan hij doelen op het slot, dat hij zelf zou geschreven hebben met grote letters (‘brief’ kan ook ‘letter’ betekenen). Anderen denken dat hij de hele brief zelf geschreven heeft met grote letters. Deze grote letters komen waarschijnlijk door zijn oogziekte, waar hij naar verwijst in 4: 15.

Allen die uiterlijk voor vroom en godsdienstig willen doorgaan, die roepen de Galaten op om zich te laten besnijden. Ze willen niet vanwege Christus vervolgd worden. Hoewel de dwaalleraars zelf ook besneden zijn, doen ze de wet niet. Toch dragen ze de heidenchristenen op zich te besnijden, zodat ze daardoor zelf eer krijgen. Paulus roem ligt echter niet in uiterlijke roem. Met kracht zegt hij: Het zij verre van mij dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus, door welken de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld. (6: 14). Paulus enige reden tot roemen ligt in Christus. De wereld heeft voor hem geen aantrekkingskracht meer en hij niet voor de wereld. In Christus is een gelovige een nieuw schepsel geworden, waarin het besneden of onbesneden zijn geen betekenis meer heeft. Ieder die zo wandelt, zal vrede en barmhartigheid ontvangen. Samen vormen ze het Israël van God. Paulus verzoekt de Galaten om hem niet lastig te vallen. Hij heeft de littekens van de vervolging in zijn lichaam. Ze zijn de tekenen van zijn verbondenheid met het lijden van Christus.

Hij eindigt zijn brief met de gebruikelijke groet. Ondanks de scherpte eindigt hij met de aanspraak ‘broeders’. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders. Amen. (6: 18).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2016

AanZet | 20 Pagina's

Hoofstuk 3 Heilig in vrijheid door de Geest

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2016

AanZet | 20 Pagina's

PDF Bekijken