Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pastoraat en tucht bij huwelijksproblemen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Pastoraat en tucht bij huwelijksproblemen

22 minuten leestijd

Het onderwerp van deze bijdrage stelt niet alleen kerkenraden en ambtsdragers voor vragen en uitdagingen maar is allereerst een onderwerp dat gaat over veel verdriet, veel onbegrip en veel zonde.

Hoe gemakkelijk kun je bij dit onderwerp als ouderling of diaken fouten maken en verwijten krijgen. Hoe moeilijk is het in dezen recht te doen aan Gods Woord en aan de mensen. In dat besef is het onderstaande geschreven waarbij ik me zeer bewust ben dat elke situatie een eigen benadering vraagt. Verder is het onderwerp bepaald niet nieuw. Huwelijksproblemen zijn bijna zo oud als het huwelijk zelf. Bijna zo oud zeg ik met nadruk, want het huwelijk was er al voor de zondeval en pas met de zondeval kwamen ook de huwelijksproblemen. Het lijkt wat overbodig om dit zo nadrukkelijk te zeggen, maar toch is het noodzakelijk te benadrukken dat huwelijksmoeiten niet zo oud zijn als het huwelijk zelf om te voorkomen dat wij huwelijksstoornissen en zelfs echtscheiding normaal gaan vinden. Dat gevaar bestaat namelijk wanneer het fenomeen van ontwrichte huwelijken en echtscheiding ook in de kerk veel voor komt.

Ontwrichting

Een groot probleem bij al deze moeiten is dat ambtsdragers veelal pas van huwelijksproblemen in kennis gesteld worden, als de zaak zo vastzit of zelfs zodanig geëscaleerd is, dat herstel van de relatie bijna onmogelijk is geworden. Als ambtsdrager heb je het gevoel slechts nog als een soort scheidsrechter te mogen functioneren, die de hoofdschuldige moet aanwijzen. Daarom moeten we ons bezinnen op hoe huwelijksmoeiten eerder gesignaleerd kunnen worden. Een echtpaar dat deze moeiten kent, probeert ze doorgaans zo lang mogelijk zelf op te lossen, maar waarom doet men dat? Wellicht omdat het bepaald niet aangenaam is bekend te maken dat het in jouw huwelijk niet goed gaat. Maar zou je deze moeiten ook niet vertellen aan de ouderling? “Waarom zou ik?”, hoor ik zo een gemeentelid zeggen, “Ik ken die man nauwelijks. Hij komt hooguit één keer per jaar op huisbezoek”. Of: “De ouderling komt wel, hij praat zoveel over z’n gezin, z’n werk en over de kerk, dat ik er met mijn verhaal nauwelijks tussen kan komen”. Of: “Mijn wijkouderling begint altijd zo’n geestelijk gesprek en vraagt zo door over ons persoonlijk geloof, dat hij niet eens in staat is even naar ons te luisteren en je het niet waagt om zoiets ongeestelijks als huwelijksmoeiten aan de orde te stellen”.

Als deze situaties inderdaad de werkelijkheid zijn, en ik vrees dat het in heel wat gevallen zo is, dan moet er nog heel wat gebeuren voordat wij over tuchtoefening bij echtscheiding spreken. Misschien is het zelfs beter om eerst te spreken over tuchtoefening over de kerkenraad zelf. Ouderlingen en diakenen, evenzeer als predikanten, horen toch hun kudde te kennen, zij zouden moeten weten wat er in de gezinnen van hun wijk leeft, wie er wonen, wie ze zijn. Ambtsdragers komen toch namens Jezus Christus, dat wil zeggen dat in hen Christus de Opperherder der Schapen zelf komt. Hij kent de zijnen, kennen wij de zijnen ook? Zeker in onze tijd lijkt mij één keer per jaar huisbezoek niet voldoende en dat niet alleen vanwege ons thema maar sowieso om meer dan eens per jaar te spreken over het leven met en voor de HEERE. Om mensen te kennen, om vertrouwen te wekken en om dan mogelijk ook te merken dat er in een huwelijk iets niet goed zit, zijn meer contactmomenten nodig. Ik besef dat de reactie kan zijn dat dit een mooi ideaal is maar praktisch absoluut on-uitvoerbaar. Wijken zijn te groot en het is nu vaak al moeilijk genoeg ambtsdragers te krijgen. Maar is het juist bij dit thema niet goed de andere gemeenteleden in te schakelen en gebruik te maken van de gaven van zusters en broeders? En van jonge mensen die zich bekommeren om de kinderen die altijd slachtoffer zijn in huwelijkskwesties? Het is toch taak van ambtsdragers om juist niet alles zelf en alleen te doen, maar de gemeente in te schakelen in Gods Koninkrijk?

Maar dan nog, hoe trouw je ook in je bezoeken bent, hoe goed je ook naar de mensen luistert, hoe prachtig je structuur ook is, dan nog gebeurt het dat je ineens voor het voldongen feit van een ernstig huwelijksconflict wordt geplaatst. En wat dan?

Wat is wijs?

Een van de grote bedreigingen voor het pastoraat is het gevoel van machteloosheid, het gevoel van, nou ja, ik zal d’r heengaan maar d’r zal toch wel niets meer aan te doen zijn. De vele gevallen van echtscheiding, het gemak waarmee mensen soms uit elkaar gaan, het vroege stadium waarin familie, vrienden en maatschappelijke instellingen soms zeggen: zet er maar een punt achter, kan ook een verlammende werking op het pastoraat hebben. Daarbij wordt er dan van uitgegaan dat pastoraat op hetzelfde niveau werkt als andere vormen van zorg. Pastoraat is echter meer is dan gewone zorg want ambtsdragers komen met een boodschap van God. Zij komen met de boodschap van verzoening, zij komen met het evangelie van schuld belijden en de schuld van een ander dragen. En zij komen gewapend met het gebed. Denk dus niet te snel: dit wordt niets meer. Wie zich ervan bewust is vertegenwoordiger en gezant van Christus te zijn, hoeft niet op wonderen te rekenen, maar mag wel in de verwachting van wonderen aan het werk gaan. Daarbij moet er intensief en vertrouwensvol gebed zijn voordat we de mensen opzoeken. Met bewogenheid mogen we aandringen op verzoening als er sprake is van een conflict en daarbij mag je, ja moet je als ambtsdragers soms heel direct zijn in je vragen. Natuurlijk moeten we oppassen dat we niet kwaad worden of gaan dreigen, maar mensen mogen wel heel concreet gewezen worden op het zondige van hun handelwijze en de desastreuze consequenties als ze op hun weg van verharding verder gaan. Ambtsdragers komen ook met de boodschap van genade en troost want er kunnen ook oorzaken voor ontwrichting en zelfs echtscheiding zijn die niet direct met schuld en zonde te maken hebben. Kortom, het vraagt van ambtsdragers heel veel invoelingsvermogen om te weten wat ze moeten zeggen en wat ze niet moeten zeggen.

De gemeente

Zeker, er zijn situaties waarin gewoon niets meer te redden valt en je je als kerkenraad gewoon bij de ontwikkelingen hebt neer te leggen. Er zijn echter ook situaties waarin nog wel wat gedaan kan worden. Als er bij een echtpaar bereidheid is gesprekken aan te gaan, is het zaak ze zo snel mogelijk in contact te brengen met een professionele instelling. Ambtsdragers moeten vooral niet gaan proberen relatieproblemen zelf te gaan oplossen, want daarvoor ben je niet aangesteld en de meeste ambtsdragers zijn daar ook niet bekwaam voor. Wat naar mijn idee ook meer zou kunnen gebeuren is het inschakelen van wijze zusters uit de gemeente. Een vrouw die in grote onmin met haar man leeft, zou het moeilijk kunnen vinden slechts met ambtsdragers en dus slechts met mannen te moeten praten. Hoeveel begrip en openheid zal zij ontvangen en welke perspectieven zal dat openen als zij de gelegenheid krijgt haar moeiten met een vrouw te bespreken. Het spreekt voor zich dat wanneer een zuster uit de gemeente wordt ingeschakeld er tussen haar en de betrokken ambtsdrager goede afspraken over het contact worden gemaakt. En dan is er natuurlijk ook de gemeente van Jezus Christus. Wanneer het betrokken echtpaar daarmee instemt, zouden ook enkele broeders en zusters uit de directe omgeving ingeschakeld kunnen worden. In feite zou het natuurlijk mooi zijn, dat de gemeenschap der heiligen onder ons zo zou functioneren dat we als gemeentelid dergelijke moeiten bij de ander al hadden gesignaleerd, maar helaas is dat in veel gevallen niet zo.

Tucht

De vraag is nu of mensen die met huwelijksproblemen zitten en van wie de kerkenraad dat weet, ook Avondmaal kunnen vieren. Het zal u duidelijk zijn dat er op deze vraag niet zomaar een antwoord te geven is. Elk antwoord is afhankelijk van de mate waarin de huwelijksrelatie verstoord is en afhankelijk van de wijze waarop de huwelijkspartners met elkaar omgaan en bereidheid tot verzoening vertonen. Kerkenraden zullen in dezen wijs en barmhartig moeten optreden, omdat er situaties denkbaar zijn waarin, als beide partners Avondmaal vieren, het een heel positieve uitwerking op de toestand in hun huwelijk kan hebben. Er zijn echter ook situaties waarin de één zich schuldig voelt en daarom geen Avondmaal viert, terwijl de ander dat wel doet en de indruk kan wekken dat het probleem niet bij hem (of haar) ligt. Hoe dan ook, ik denk dat bij tucht grote terughoudendheid betracht moet worden want afhouden van het Avondmaal is enorm ingrijpend. Ontraden kan goed zijn maar afhouden betekent dat een kerkenraad de vraag stelt of degene die afgehouden wordt wel een ware gelovige is, en dat is wel een heel ernstige zaak. Dat geldt ook als er sprake is van echtscheiding. De kerkorde zegt in art. 70 dat, indien echtscheiding plaatsvindt op volgens de kerk onschriftuurlijke gronden, tucht moet worden toegepast op de schuldige partij(en). Voor de kerkenraad rest dus slechts de taak erachter te komen wie de schuldige aan deze onschriftuurlijke echtscheiding is. Vanuit verschillende gemeenten is hoorbaar dat het prachtige dingen zijn die daar geformuleerd zijn, maar dat er nauwelijks mee te werken valt. Immers wie is de schuldige? Zijn er wel zoveel situaties waarin er maar één schuldige is? En is er niet soms ook eerder sprake van onmacht dan van schuld?Juist hier geldt dat ondoordacht en overhaast optreden bij mensen heel wat schade kan aanrichten. Het is dan ook nog maar de vraag of er überhaupt regels voor deze kwesties op te stellen zijn. Geen geval is gelijk aan het andere. Elk geval heeft zoveel aspecten, zoveel karakters, zoveel gebeurtenissen, zoveel woorden, zoveel kinderen, zoveel familieleden, zoveel roddels, zoveel gebeden, zoveel geestelijk gepraat, zoveel stil verdriet, zoveel bitter onrecht en zoveel machteloosheid, dat een kerkenraad ieder geval op zich heeft te beoordelen. Biddend tot God, en luisterend naar God en naar de mensen om wie het gaat.

Gevaren

Zeker bij dit onderwerp zijn er nogal wat gevaren. Het eerste gevaar is dat de kerkenraad zich laat leiden door geruchten. Er wordt rondom deze zaken namelijk ontzettend veel gekletst, soms door het betrokken echtpaar, vaak door de gemeente en helaas vaak ook door kerkenraadsleden en hun echtgenotes. Daarbij kunnen familie- en vriendschapsbanden tussen kerkenraadsleden en betrokken echtelieden soms een dubieuze rol spelen. Een ander gevaar is dat ambtsdragers zich laten verleiden tot uitvoerders en bewakers van regelingen tussen echtelieden of dat de kerkenraad de plaats van de burgerlijke rechter in gaat nemen.. Een derde gevaar dat ik wil noemen is gebrekkige communicatie. Het ontraden van het Avondmaal via de mail of de brievenbus of voorbede en afkondiging zonder dat de betrokkenen ergens van weten, zijn schoolvoorbeelden van beroerd pastoraat. Als laatste noem ik het gevaar dat de ambtsdrager zich schuldig gaat voelen als hij alles gedaan heeft wat mogelijk was en het toch op een scheiding uitloopt. Wij leven in een gebroken werkelijkheid en soms kan het in een huwelijk echt niet verder. Maar het kan ook zijn dat mensen niet geholpen willen worden, niet open zijn en het pastoraat belemmeren. Dan houdt het voor ambtsdragers ook een keer op,

Nazorg

Over nazorg spreken wij doorgaans alleen als het gaat over rouw. Juist daarom hoort er intensieve nazorg te zijn na een echtscheiding. Er is rouw, er is heel veel onherstelbaar kapotgegaan, er zijn diepe gevoelens van verdriet en diepe gevoelens van schuld en schaamte. Is daar voldoende oog voor? Er is met name onder gescheiden zusters heel wat te regelen, durven diakenen op hen af te stappen? Is er zorg voor de kinderen? Weten ambtsdragers of er in hun wijk ouders zijn van wie de kinderen gescheiden zijn en kennen zij hun gevoelens van verdriet, schuld en schaamte? Maar ook al veel eerder dienen we ons op deze dingen te bezinnen. Wat betekent het voor de kinderen als de ouderling en de dominee zo vaak op bezoek komen om met hun vader en moeder te praten? Onder nazorg valt ook de vraag hoe het met gescheidenen verder gaat. Als een van beiden vertrekt uit de gemeente, zien we er dan ook op toe dat diegene een nieuw kerkelijk onderdak krijgt? En als de ´ex´ hertrouwt, is er dan oog voor wat dit voor de andere ´ex´ betekent?

De kerkenraad

Tot slot nog dit. Er komt steeds meer op onze kerkenraadsagenda’s, de tijd van kerkenraadsleden is beperkt en er komt op de broeders veel meer af dan twintig jaar geleden. Je mag blij zijn als je na vier jaar kerkenraad zelf nog een redelijk huwelijk hebt. Het is niet gemakkelijk om vandaag ambtsdrager te zijn en je werk goed te willen doen, zeker niet als het gaat om huwelijksproblemen. Maar de liefde van Christus dringt ons om goed voor Zijn gemeente te zorgen en in dat licht is het niet alleen een opgave maar ook een voorrecht ouderling of diaken te mogen zijn.

Prof. Dr. H.J. Selderhuis is sinds 1997 hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de TUA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 2019

Ambtelijk Contact | 28 Pagina's

Pastoraat en tucht bij huwelijksproblemen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 2019

Ambtelijk Contact | 28 Pagina's

PDF Bekijken