Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De confessie en eredienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De confessie en eredienst

Het blijvend belang van de belijdenisgeschriften voor de eredienst

20 minuten leestijd

Over het belang van belijdenisgeschriften hebben velen vandaag zo hun twijfels. Dat geldt niet alleen het gebruik van de confessies in het algemeen, maar ook de wijze waarop deze in de erediensten op zondag aan de orde komen.

Onder meer uit zich dat in de afnemende animo ten aanzien van het houden én het horen van preken, waarin de Heidelbergse Catechismus (of een ander belijdenisgeschrift) wordt verklaard. Soms gaat het nog verder, zoals die keer dat ik iemand vraagtekens hoorde plaatsen achter het voorlezen van de Twaalf Artikelen in de kerk. Zijn die geloofsartikelen niet meer bedoeld om er op straat van te getuigen dan om elkaar daar in de kerk steeds weer aan te herinneren?

Het nut van de confessie

In dit artikel wil ik, zoals de ondertitel al aangeeft, iets zeggen over het blijvend belang van de belijdenisgeschriften voor (en daarmee ook in) onze erediensten. Het is goed om daarbij eerst maar eens vast te stellen wat in het algemeen het belang is van het hebben van confessies. Daarachter ligt weer de vraag wat in de loop van de kerkgeschiedenis de motieven zijn geweest om tot het opstellen van dergelijke geschriften te komen.

Een lesboek voor belijdeniscatechisatie, dat in onze kring gebruikt wordt, noemt er drie. Belijdenisgeschriften zijn nodig gebleken om de dwaalleer te weerleggen (antithetisch motief), om verantwoording af te leggen van het geloof (thetisch motief) en om de jongeren te onderwijzen (catechetisch motief). 1 Het is niet moeilijk om aan deze drie motieven de Drie Formulieren van Enigheid te koppelen, respectievelijk de Dordtse Leerregels (1619), de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) en de Heidelbergse Catechismus (1563). Ook de zogeheten oecumenische symbolen (Twaalf Artikelen (ca. 150), geloofsbelijdenis van Nicea (325) en geloofsbelijdenis van Athanasius (ca. 500)) hebben één of meerdere van deze motieven als achtergrond, waarbij gaandeweg het antithetisch motief steeds belangrijker werd, onder meer in de strijd die men te voeren had tegen de Arianen.

Een handboek over gereformeerde confessies dat tien jaar geleden vanuit vrijgemaakt-gereformeerde kring is geschreven, geeft nog een iets ander overzicht. Niet zozeer van de motieven als wel van de functies die in het belijden van de kerk zijn te onderscheiden: eerbetoon, verheldering en getuigenis, zowel naar binnen als naar buiten, gericht op zowel gelovigen als ongelovigen. 2

Naar aanleiding van bovenstaande steekwoorden zou ik in dit artikel ook een drietal functies van de belijdenisgeschriften willen behandelen, die ook in de gemeentelijke samenkomsten hun dienst kunnen bewijzen: de confessie als leerboek, als leesbril en als loftrompet.

Leerboek

Het begrip ‘leer’ is in de wereld van vandaag, zacht gezegd, niet populair. Al gauw wordt het vasthouden aan een vaste, welomschreven leer van etiketten als ‘statisch’, ‘dogmatisch’ of ‘belerend’ voorzien. Deze geest is ook de kerk langzaam maar zeker binnengedrongen. Velen voelen zich ook in kerken van gereformeerd belijden aangesproken door de slogan van de 19 e -eeuwse zgn. ‘ethischen’: ‘Niet de leer, maar de Heer!’ of hebben die zelfs aangepast naar een nog (post)moderner variant: ‘Niet de leer, maar de sfeer!’

Wie echter het Nieuwe Testament raadpleegt, komt er achter dat iemand als de apostel Paulus in zijn brieven grote nadruk legt op het vasthouden aan de leer. Dat wil zeggen: aan dat Evangelie dat door Paulus zelf en door de andere apostelen aan de gemeenten is overgeleverd. 1 Ook andere apostelen schrijven, hoewel minder nadrukkelijk dan Paulus, over het belang van het vasthouden aan de zuivere leer van Christus. 2

Wie dergelijke Schriftplaatsen op zich laat inwerken, ziet in dat er geen tegenstelling gemaakt mag worden tussen het Evangelie en de leer. Integendeel: een gemeente, die gehoorzaam buigt voor en gelovig leeft uit het Evangelie van Jezus Christus, is principieel een gemeente die er een speerpunt van maakt om vast te houden aan de ‘gezonde leer’, zoals Paulus schrijft. ‘Een van de herontdekkingen van de Reformatie is dat de (hele) gemeente een lerende gemeente is. Dat is in lijn met hoe de Vroege Kerk de gemeente zag. Catechese beperkt zich dus niet tot de reguliere jongerencatechese, maar is opgenomen in een leerproces dat gemeentebreed en levenslang is (…). Een gemeente die niet leert, verleert het om gemeente te zijn.’ 3

De Heidelbergse Catechismus, oorspronkelijk geschreven voor het onderwijs aan de jeugd van de kerk, vormt nog steeds een betrouwbaar en uitnemend instrument om de gemeente bij dit levenslang noodzakelijke leerproces te helpen. 4 Onder meer op grond van de structuur van de Romeinenbrief leren we welke stukken in alle tijden, ook in de onze, onmisbaar zijn om zalig te leven en te sterven: de ontdekking aan en de beleving van onze ellende, de kennis van de verlossing door Christus’ offer en het leven van de dankbaarheid in het gehoorzamen van Gods geboden en de beoefening van het gebed.

En voor wie voor eigen beleving niet of nauwelijks weet van zondebesef en schuldbeleving – zoals in pastorale gesprekken soms als ‘klacht’ te horen valt – kunnen preken over Zondag 34 – 44 hun nut bewijzen. Ontdekkend, hoe die Zondagen licht werpen op wat God niet alleen verbiedt, maar juist ook gebiedt in Zijn heilige Wet. Leerzaam, voor zowel gelovige als ongelovige hoorders.

Zomaar twee voorbeelden van geestelijke ‘basisleerstof’, die ons ook vandaag ingeprent moet (blijven) worden. En daarom is het zo onbegrijpelijk dat in een tijd, waarin toch al zoveel kennis verloren dreigt te gaan, sommigen een pleidooi voeren om de leerdienst, of in elk geval het behandelen van de ‘Heidelberger’ maar helemaal af te schaffen…

Leesbril

Onder het motto ‘Ik heb voor mijn geloof aan de Bijbel zelf meer dan genoeg’ zijn in de loop der tijd al heel wat dwalingen de kerk binnengeslopen. Soms ook met een beroep op het beginsel van het ‘Sola Scriptura’ van de Reformatie, dat immers lijkt te suggereren dat men voor het verstaan van het Woord geen andere uitlegger nodig heeft dan de Schrift Zelf. Intussen worden daarbij verschillende zaken over het hoofd gezien. Denk aan de beperkte mate waarin iemand in één mensenleven grip kan krijgen op het geheel van de Godsopenbaring in Oud en Nieuw Testament. Bedenk verder dat het hart van de mens tot alle boosheid geneigd is, zijn verstand van nature verduisterd is en het ook om die redenen geen overbodige luxe is om bij het lezen van de Schrift een betrouwbare gids te hebben. Daarbij komt ook nog eens de realiteit, dat ieder mens – ook wanneer men zogenaamd zonder vooringenomenheid de Schrift gaat lezen – een of andere ‘leesbril’ op heeft, in elk geval die van de cultuur waarin men ademt, denkt en leeft. Daarom getuigt het niet van kortzichtigheid, maar wel van wijsheid om bij het lezen van Gods Woord zich van jongs af aan te wennen om een ‘leesbril’ te gebruiken, die zijn deugdelijkheid en bruikbaarheid in de voorbije eeuwen reeds heeft bewezen: die van de gereformeerde confessie!

Het spreekt voor zich dat dit allereerst een vereiste is voor hen die tot het voorgaan in de erediensten worden geroepen. Mede daarom worden onze predikanten tijdens hun studie niet alleen in de grondtalen, de geschiedenis van de Godsopenbaring en de theologie van het Oude en Nieuwe Testament, maar ook in vakken als Dogmatiek en Symboliek onderwezen. Vervolgens is het ook een absolute ‘must’ voor ambtsdragers, Zij hebben toe te zien op de zuiverheid van de prediking, dat ook zij geoefend zijn in het dragen van de leesbril van de confessie en daar ook tijdens hun ambtsperiode werk van blijven maken. 1

Maar in een kerk, die principieel geen onderscheid kent tussen ‘geestelijken’ en ‘leken’, ligt hier een verantwoordelijkheid voor heel de gemeente. En dient de gemeente niet alleen in de vorm van catechese, maar ook tijdens de (leer) diensten, geïnstrueerd te worden in het gebruik van de gereformeerde leesbril, ons door de vaderen overgeleverd. Een leesbril met niet twee, maar drie lenzen (Drie Formulieren), die elk op hun eigen wijze kunnen helpen bij het verstaan van de boodschap van de Schrift. Denk aan de prachtige wijze waarop de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt over de inspiratie van de Heilige Schrift of over de betekenis van de Sacramenten. Denk ook aan de door en door Bijbelse inhoud van de Dordtse Leerregels, die onderwijzen in kernbegrippen als verkiezing (hoofdstuk I), verzoening (hoofdstuk II), vernieuwing (hoofdstuk III/IV) en volharding (hoofdstuk V).

En hoewel dit onderwerp eigenlijk buiten het bestek van dit artikel valt, wil ik toch een pleidooi voeren voor het van tijd tot tijd afwisselen van de Catechismusprediking door de behandeling van één der beide andere Formulieren van Enigheid. Hoeveel van onze gemeenteleden zouden zich de moeite getroosten om deze geschriften uit eigener beweging te lezen en te bestuderen?

Loftrompet

In de derde plaats mogen onze belijdenisgeschriften in de eredienst de functie hebben van loftrompet: instrument om de grootheid, de goedheid, de liefde en de wijsheid van God te bezingen. Ook als aansporing voor hen die met deze belijdenis instemmen, om zelf in woord en daad gericht te mogen zijn op de eer en glorie van de drie-enige God. Overigens geldt dit niet alleen voor onze gere-formeerde belijdenisgeschriften, maar zeker ook voor de veel oudere oecumenische symbolen. De belijdenis van God, onze Schepper, Verlosser en Vernieuwer, mag als het goed is aanstekelijk werken in het erkennen, belijden en grootmaken van Hem, uit Wie, door Wie en tot Wie alle dingen zijn (Rom. 11:36).

Aparte aandacht is in dit opzicht op zijn plaats voor de lofprijzing die vrucht mag zijn van het lezen en beleven van wat in de Dordtse Leerregels over God en Zijn heilswerk wordt beleden. Helaas draagt dit belijdenisgeschrift in de beleving van velen het stempel van een moeilijk leesbaar en vooral star-dogmatisch werk, dat om die reden dan ook veelal ongelezen blijft.

Wat blijkt echter bij bestudering van de Leerregels? Dat de vaderen van Dordt in het opstellen ervan niet alleen het heil van de kerk(gangers) maar vooral ook de eer van God op het oog hebben gehad. Vandaar hun grote nadruk op het soevereine van Gods welbehagen, de effectiviteit van het offer van de Heere Jezus, het onwederstandelijke karakter van het werk van Gods Geest en de trouw van God, Die blijkt in de volharding die Hij Zijn kinderen verleent. Veelzeggend is de wijze waarop elk van de vier hoofdstukken van de Leerregels wordt afgesloten: met een doxologie en/of de aansporing om God om Zijn genade in Christus te loven en te prijzen! 2

Conclusie

Het is mijn vaste overtuiging dat om bovengenoemde redenen onze belijdenisgeschriften een plaats dienen te hebben en te houden in ons persoonlijk en kerkelijk leven, ook in onze erediensten. Als leerboek, leesbril en loftrompet, alle drie. Of om het met wijlen prof. dr. A.A. van Ruler te zeggen: de confessie is ‘een stok om te slaan, een staf om te gaan en een stem om het loflied te zingen’. 3

Drs. Van der Zwan is predikant in Dordrecht-Centrum.


1 Drs. H. Korving, De vaste grond. Lesboek voor belijdeniscatechisatie, z. pl. 2016 5 , blz. 11.

2 Dr. M. te Velde (red.), Confessies. Gereformeerde geloofsverantwoording in zestiende-eeuws Europa, Heerenveen 2009, blz. 7.

1 Zie o.a. Rom. 6:17, 16:17, I Tim. 1:10, 4:6,16, 6:3, II Tim. 3:10, 4:3, Tit. 1:9, 2:1.

2 Zie o.a. Hebr. 6:1-2, II Joh.:9-10.

3 Jos de Kock, Wim Verboom e.a., Altijd leerling. Basisboek catechese, Zoetermeer 2011, blz. 17.

4 Vgl. het pleidooi dat dr. W. Verboom voert in zijn boek Hulde aan de Heidelberger. Over de waarde van leerdienst en catechismuspreek, Heerenveen 2005.

1 Denk hierbij ook aan de veelzeggende zinsnede uit het klassieke bevestigingsformulier voor ambtsdragers die met name de ouderlingen wijst op hun verantwoordelijkheid om de wacht te houden tegen de wolven die in de schaapskooi van Christus kunnen komen: ‘Om hetwelk te doen, de ouderlingen schuldig zijn, Gods Woord naarstig te doorzoeken, en zichzelf gedurig te oefenen in de overlegging van de verborgenheden des geloofs.

2 Zie D.L. hoofdstuk I § 18, hoofdstuk II § 9, hoofdstuk III/IV § 17 en hoofdstuk V § 15.

3 Dr. A.A. van Ruler, Visie en vaart, Amsterdam 1947, blz. 65v.

Dit artikel werd u aangeboden door: Christelijk Gereformeerde Kerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019

Ambtelijk Contact | 20 Pagina's

De confessie en eredienst

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019

Ambtelijk Contact | 20 Pagina's

PDF Bekijken