Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Dordtse Leerregels - een hertaling

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Dordtse Leerregels - een hertaling

18 minuten leestijd

Een uitgave van de Dordtse Leerregels in de taal van 1619 bestaat alleen nog maar in enkele publicaties, zoals in De Nederlandse Belijdenisgeschriften van dr. J.N. Bakhuizen van den Brink (2 e druk 1976).

Wie daarvan kennis neemt, merkt meteen hoe ver de taal van toen van onze tijd afstaat. Dat geldt niet alleen voor de woorden, maar ook voor de zinconstructies. In de loop van de tijd zijn er dan ook telkens hertalingen verschenen om het derde belijdenisgeschrift uit onze gereformeerde traditie toegankelijk te houden. Deze uitgaven zijn echter ook weer verouderd of ze zijn niet meer zo gemakkelijk te verkrijgen. Dat bracht de uitgever KokBoekencentrum op het idee om naar aanleiding van de vierhonderdjarige herdenking van de Synode te Dordrecht (1618-1619) de Dordtse Leerregels in een nieuwe hertaling uit te geven.

Op de vraag of ik een poging zou willen ondernemen om de hertaling te verzorgen heb ik positief geantwoord. Dat heb ik geweten! Het hertalen van een document uit 1619 is een compleet avontuur, hoe vertrouwd men ook is met de inhoud. Spannend, maar ook ingewikkeld. Allerlei woorden en woordverbindingen waren heel moeilijk te hertalen. Vaak bracht de oorspronkelijke Latijnse versie het nodige licht over de teksten. Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt. Hertalen is een vorm van vertalen.

Het hertalen

Ik heb in het verleden wel eens voor een eigentijdse weergave van de Dordtse Leerregels gezorgd. 1 Maar een hertaling is geen eigentijdse weergave. Wie hertaalt dient recht te doen aan de brontaal, die in het document gebruikt wordt. Anders gezegd: de eigen intentie van de auteur(s) van het document dient in de hertaling respectvol en zorgvuldig bewaard te worden. Tegelijk dient recht gedaan te worden aan de doeltaal, de taal die vandaag gangbaar is. Aan beide uitgangspunten trouw zijn, roept voortdurend een spanningsveld op. Men komt dan voor vragen te staan als: geeft een hedendaags woord wel weer wat de originele uitdrukking bedoelde? 2 De spanning is bij de Dordtse Leerregels des te groter, omdat het gaat om theologische / geloofsformuleringen, die op uitgebalanceerde wijze de visie van de opstellers verwoorden. Heel gemakkelijk wordt aan deze visie iets toegevoegd of afgedaan in een hertaling. Dan is wellicht de verstaanbaarheid van de tekst verbeterd, maar de inhoud van de tekst is niet meer wat zij was. Hier geldt het Franse ‘traduire, ‘c est trahir’: vertalen is verraden.

Een leerproces

Al met al heeft de hertaling van de vijf hoofdstukken of canones maanden in beslag genomen. Men moet zich eerst het taalkleed eigen maken, dan groeit men langzaam in in de tekstuele inhoud. Ontdekkingen in een latere fase van het hertalen wierpen voor mij soms nieuw licht op uitdrukkingen en zinswendingen in een eerder stadium. Hertalen is voortdurend leren en afleren. Dat betreft niet alleen de filologische kant van de zaak, maar ook de inhoudelijke. Zonder zich goed te verdiepen in de thema’s die op de Synode van Dordt aan de orde komen, kan men niet hertalen. Al worstelende om deze thema’s te verstaan, wordt een hertaling niet gemaakt, maar geboren. En dan nog blijft het alles stukwerk. Het kan altijd beter. Een hertaling is nooit af.

Waar ik vooral energie in heb gestoken is het omvormen van de soms ellenlange zinnen in kortere zinseenheden, die toegankelijk zijn voor de hedendaagse lezer. En dan zijn er ook de vele archaïsmen, die men tegenkomt. Een bekend voorbeeld is het woord ‘slecht’, dat vandaag een andere betekenis heeft dan toen en ‘meestal’ weergegeven kan worden met ‘eenvoudig’. Er waren zinnen in de oorspronkelijke uitgave, waarvan de hertaling me soms meer dan een dag kostte. En dan was ik er nog niet tevreden over. Soms kreeg ik ’s nachts ineens een inval, sprong dan mijn bed uit en schreef de vondst op in mijn studeerkamer. Ook riep ik regelmatig de hulp in van deskundigen, zoals van dr. J. de Gier uit Ede. Tegelijk beleefde ik ook regelmatig momenten die veel vreugde gaven bij het hertalen. De brontekst en ik werden het eens over de doeltekst.

De hertaling en de hertaler

De hertaler doet niet alleen iets met de tekst die hertaald wordt, maar het is ook omgekeerd zo, dat de tekst die hertaald wordt iets met de hertaler doet. Hertalen doet iets met je als gelovige en als theoloog. Je ontkomt niet aan de vraag hoe je je verhoudt tot wat in de tekst gezegd wordt. Neutraal hertalen bestaat niet. Je dient je van je plaats bewust te zijn. Een enkele keer dacht ik: dit zou ik zelf zo niet zeggen. Maar dat geeft je niet het recht om de dingen anders te zeggen dan ze gezegd zijn. Hertalen brengt met zich mee: geduld, loyaliteit en trouw aan de theologische keuzes die gemaakt werden. Heel vaak trof mij de scherpzinnige zorgvuldigheid van de woordkeus in de Dordtse Leerregels. Men heeft gewikt en gewogen, gepast en gemeten, totdat men een formulering vond die recht deed aan de waarheid. Wie er van geniet om dat te ontdekken, beleeft bij het hertalen prachtige momenten. Maar ook spannende momenten. Het gaat per slot van rekening wel ergens over in het geding met de Remonstrantie van 1610. Mij trof telkens dat de Dordtse Leerregels zo pastoraal getoonzet zijn. Woorden worden met zorg zó gekozen dat zij geen onnodige misverstanden en schade berokkenen voor de gelovige gebruiker.

Uitpakken van een cadeau

Wanneer ik nu terugkijk op het hertaalwerk, kan ik hiervoor het best het beeld van het ontvangen en uitpakken van een cadeau gebruiken. Hertalen van de Dordtse Leerregels is als het openmaken van een kostbaar geschenk, dat de traditie je aanreikt. Je ontdoet het geschenk van het omhulsel en je ontdekt zoveel moois. Ik noem een paar voorbeelden.

‘Om de mensen tot geloof (in Christus) te brengen, zendt God in Zijn goedheid verkondigers van deze zeer blijde boodschap. Hij zendt deze verkondigers tot wie Hij wil en wanneer Hij wil. Door hun dienst worden de mensen geroepen tot bekering en geloof in de gekruisigde Christus.’ (I.3)

Over de wil van God moeten wij oordelen vanuit Zijn Woord. Dat getuigt dat de kinderen van de gelovigen heilig zijn; niet van nature, maar uit kracht van het genadeverbond, waartoe zij samen met hun ouders behoren. Daarom moeten godvrezende ouders niet twijfelen aan de verkiezing en de zaligheid van hun kinderen, die God in hun kinderjaren uit dit leven wegneemt (Gen.17:7; Hand.2:39; 1 Kor. 7:14).’ (I.17)

‘Dat velen die door de bediening van het Evangelie geroepen zijn, niet komen en niet bekeerd worden, is niet te wijten aan het Evangelie of aan Christus, Die hun door het Evangelie aangeboden is. Het ligt ook niet aan God, Die mensen door het Evangelie roept en aan hen die Hij roept zelfs verschillende gaven geeft. Nee, het is de schuld van degenen die geroepen worden zelf.’ (III/IV.9) 1

‘Dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking uit de doden en levendmaking, waarover zo heerlijk in de Schrift gesproken wordt. (…). Deze wedergeboorte is een geheel bovennatuurlijke en zeer krachtige en tegelijk zeer liefdevolle, wonderlijke, verborgen en onuitsprekelijke werking, die in kracht niet minder of geringer is dan de schepping of opwekking uit de doden.’ (III/IV. 12)

Om nog een voorbeeld te noemen:

‘Verder is het zo dat men, naar het voorbeeld van de apostelen, over mensen die hun geloof openlijk belijden en hun leven beteren, het beste moet oordelen en spreken.’ (III/IV.15) 2

Nog een laatste voorbeeld:

‘Daardoor mogen zij de zekerheid behouden dat zij volharden. Dan wordt het aangezicht van God, Die met hen verzoend is, niet meer van hen afgewend door het misbruik van Zijn vaderlijke goedheid. Anders zouden ze in nog zwaardere kwellingen van hun gemoed terechtkomen. Wat het aangezicht van God betreft: de aanschouwing ervan is voor Godvrezende mensen zoeter dan het leven. De verberging ervan is bitterder dan de dood.’ (V.13)

Dankbaarheid

Wat bezielt iemand om maanden aan de hertaling van de Dordtse Leerregels te besteden? De diepste motivatie was dankbaarheid voor wat we in de Dordtse Leerregels hebben ontvangen. Men moet er wel zijn best voor doen om de schatten in de schachten te vinden, maar wie dat doet delft goud op. Ten diepste begint dan het lied van het ‘sola gratia’ te zingen. Daar ligt toch wel het kernpunt van het conflict met de Remonstranten. Het is al een oud conflict dat ook de wegen van Augustinus en Pelagius én van Luther en Erasmus uiteen deed gaan. Voor wie het goud van Dordt heeft ontdekt, worden de Leerregels Leefregels. Dan ben je geen slaaf van Dordt, maar een leerling.

Het effect van de hertaling

De redactie vraagt naar het effect van de hertaling. Bijna een jaar na de verschijning, is naar mijn inschatting de hertaling voor velen onbekend gebleven. Ik was me er van meet af aan wel van bewust dat christenen die niets met de gereformeerde belijdenis hebben, niet op een hertaling zaten te wachten. Maar dat een hertaling voor de mensen uit de refo-kringen vrijwel onbekend is gebleven (gehouden?), roept de nodige vragen op. Zou het een signaal zijn dat het toch waar is, dat de belijdenis van Dordt wel veel geprezen, maar weinig gelezen wordt? Tegelijk heb ik gemerkt dat de hertaling aan anderen een dienst heeft bewezen. Ook als het gaat om het ambtelijk werk. Dat stemt tot dankbaarheid. Misschien dat de hertaling deze en gene er toe aanzet, om eens gedurende een aantal weken, elke dag een paar artikelen te lezen en te overdenken. Men kan daarbij de ‘Verwerping der dwalingen’ zo nodig overslaan. Men wordt er zeker wijzer van.

De schrijver was Hervormd predikant te Benschop, Waddinxveen en Hierden. Hij promoveerde in 1986 op De catechese van de Reformatie en de Nadere Reformatie. Vanaf 1994 was hij docent Catechetiek en Hoogleraar Geschiedenis van het Gereformeerd Protestantisme in Leiden. Is sinds 2006 met emeritaat en woont in Harderwijk.


1 W. Verboom, Van hart tot hart. Over de Dordtse Leerregels. Voor het gesprek in de gemeente, Zoetermeer 2009.

2 Regelmatig heb ik onduidelijkheden uitgelegd in verklarende noten.

1 Hier leren de DL dat het Evangelie aan heel de gemeente wordt aangeboden. Niet alleen aan de uitverkorenen, zoals later wel geleerd is.

2 In een toegevoegde noot (72) staat: ‘Bij het ‘openlijk belijden van het geloof’ kunnen we denken aan de openbare geloofsbelijdenis en aan een leven overeenkomstig deze belijdenis.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019

Ambtelijk Contact | 20 Pagina's

De Dordtse Leerregels - een hertaling

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2019

Ambtelijk Contact | 20 Pagina's

PDF Bekijken