Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Drie-enig God, U zij al d’ eer?!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Drie-enig God, U zij al d’ eer?!

22 minuten leestijd

We spreken als ambtsdrager op huisbezoek met degene(n) die we bezoeken over allerlei zaken: het werk, de gezondheid, het wel en wee, het dagelijks reilen en zeilen. We luisteren, we stellen vragen en we proberen geestelijk leiding te geven door o.a. de Bijbel te openen en met en voor elkaar te bidden. Houden we in ons denken, spreken en bidden ook rekening met de drie-enige God?

Wij geloven in de drie-enige God

Het is ‘vanzelfsprekend’ dat we geloven dat de Heere de drie-enige God is. Elke zondag stemmen we van harte in met de apostolische geloofsbelijdenis, die niets anders is dan een belijdenis van ons geloof in de drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. We onderschrijven met de geloofsbelijdenis van Athanasius dat wie zalig wil worden, zal moeten geloven in de drie-enige God. Wij kunnen God de Vader en Zijn verkiezende liefde niet missen. Wij kunnen God de Zoon en Zijn verlossing aan het kruis niet missen. Jezus offerde Zich op, verdiende genade en deelt deze uit door Zijn Geest. En daarom kunnen wij God de Heilige Geest en Zijn heiligmaking, Zijn vernieuwing van ons leven niet missen. De Geest deelt uit wat Jezus, Die de Vader gaf, heeft verdiend. Hij verbindt aan en houdt bij Jezus.

Zonder het heil van de drie-enige God zijn we verloren. Maar in Hem, de drie-enige God, ligt onze volle zaligheid opgesloten en ligt die ook vast. Voor eeuwig vast.

Natuurlijk, dat geloven we. En we zingen enthousiast: drie-enig God, U zij al de eer! Maar houden we in onze pastorale contacten ook rekening met de drie-enige God? Bidden we bij de bezoeken die we afleggen met onze gemeenteleden tot de drie-enige God? Geven we God de eer die Hem toekomt? Bemoedigen we elkaar met het werk van de drie-enige God?

Dit artikel is te lezen als een aansporing om in het pastoraat (meer) rekening te houden met de drie-enige God en Zijn werk. Daarbij richt ik me specifiek op die schapen van de goede Herder die twijfelen of ze wel behouden Thuis zullen komen.

Bemoedigen met het werk van de drie-enige God

Van tijd tot tijd komen we als ambtsdrager (vermoed ik) gemeenteleden tegen die de Heere lief hebben gekregen, maar teleurgesteld zijn geraakt in zichzelf. Hun liefde, geloofsijver en geloofsvolharding vallen tegen. Er is sprake van achteruitgang, verachtering in de genade. Men is in de zonde gevallen doordat onbedacht (of bedacht?) de Herder uit het oog verloren is. Of oude zondige levenspatronen hebben de overhand gekregen. Er is de worsteling: hoe moet het nu verder? Wil de Heere wel met mij verder? Komt het wel goed met mij of zinkt mijn levensscheepje straks nog voor de kust van de eeuwige stranden? Zou God afscheid van mij nemen, mij loslaten? Dat zijn indringende vragen. Als ambtsdragers mogen we iemand die met zulke vragen loopt, bemoedigen met te wijzen op het werk van de drie-enige God.

De Dordtse Leerregels geven een goede handreiking om geestelijk leiding te geven aan gelovigen in de gemeente die bestreden worden. Hoofdstuk 5, paragraaf 8, wil duidelijk maken dat gelovigen voor rekening liggen van de drie-enige God. Dát geeft houvast!

Wat kan het troostvol zijn om hen te wijzen op God de Vader die Zijn raad niet verandert. Hij heeft de namen van Zijn kinderen niet met een potloodje geschreven in het boek des levens om vervolgens te kijken hoe ze het doen en hoe ze het eraf brengen. En als Hij teleurgesteld wordt in hen, wist Hij hun naam weg uit het boek des levens. Nee, Gods raad blijft staan. En de belofte van de Vader dat waar Hij het goede werk begonnen is het ook voltooit, verbreekt Hij niet. Wat uit Zijn lippen gaat, is vast en onverbroken. Daar kun je voor honderd procent op aan. Grote, hoge, imposante bergen, toonbeeld van kracht en onverzettelijkheid, staan al eeuwenlang onwankelbaar vast. Maar Gods beloften zijn vaster! Want, zegt de HEERE, bergen zouden nog kunnen wijken en wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, Mijn trouw zal niet wankelen (Jes.54:10). De Vader houdt Zijn kinderen vast op de onstuimige levenszee.

En God de Zoon, Jezus Christus, doet niet anders. Hij laat hen niet vallen, al struikelen en vallen zij wél. Hij laat hen niet los. Anders zou de verdienste, de voorbede en de bewaring van God de Zoon krachteloos gemaakt worden. Wat heeft Jezus gedaan? Hij heeft voor de gelovigen betaald. Hij heeft de Zijnen gekocht. Heeft Hij Zijn bloed dan tevergeefs gestort? Dat is onmogelijk. Jezus heeft álles betaald en álles verdiend voor Zijn kinderen: óók de volharding. Jezus zit als Koning op de troon, aan de rechterhand van de Vader, en wat doet Hij? Hij beschermt hen. Hij bidt voor hen: Vader, bewaar ze die U Mij gegeven hebt in Uw naam (Joh.17:11). Dat gebed bidt Hij niet tevergeefs. De Zoon houdt Zijn kinderen vast op de woelige levenszee.

Zou het waar zijn dat Gods kind afvalt van het geloof? Zou het mogelijk zijn dat het levensscheepje van de gelovige niet behouden in de hemelse haven komt? Nee. Dat is onmogelijk want God de Heilige Geest heeft de gelovigen verzegeld. De Heilige Geest heeft het zegel, het stempel, Gods waarmerk op de Zijnen gedrukt. Ze horen bij Hem. Ze zijn van Hem. Ze zijn Zijn eigendom. Zou de Heilige Geest dat zegel eerst afdrukken en dan weer wegnemen? Nee, de verzegeling door de Heilige Geest kan niet vernietigd worden. Integendeel. Octavius Winslow (1808-1878), een Engelse predikant, schrijft in één van zijn brieven dat naarmate de Heilige Geest verder werkt, Hij het zegel, het eigendomskenmerk niet wegneemt, maar juist meer en dieper afdrukt.

De drie-enige God houdt de gelovige vast. Daar zorgen de Vader, de Zoon en de Geest voor. Daar staat de drie-enige God garant voor. En omdat God vasthoudt en bewaart, komen al Gods kinderen thuis. Dáár mag ter bemoediging in het pastorale gesprek de vinger bij gelegd worden.

Zonden belijden aan de drie-enige God

Juist de belijdenis dat wij geloven in de drie-enige God en dat de gelovige ondanks zonden en tekorten, falen en afdwalen, voor rekening ligt van de Drie-enige mag ons stof geven om in het gebed tot deze ene God, onderscheiden in drie Personen, te bidden. Zou er dan niet alle reden toe zijn om ons allereerst te verootmoedigen voor Hem door Hem onze zonden te belijden?

Als er sprake is van toelaten van de zonde, omarmen van een zondig levenspatroon, vallen in de zonde, is het ook goed om vergeving te vragen aan de drie-enige God. Als we elkaar de vraag stellen aan wie we onze zonden belijden, zou het me niet verbazen dat we als antwoord geven: ik vraag aan God om vergeving. Maar zou het niet goed zijn om onze zonden te belijden die we in het bijzonder hebben bedreven tegen de Vader, of de Zoon, of de Heilige Geest? Wij belijden toch het geloof in de drie-enige God?

Dat betekent dat we heel gericht tot de Vader mogen bidden om aan Hem te belijden: Vader, ik heb tegen U gezondigd. Ik ben weggelopen bij U en heb Uw Vaderliefde versmaad door de vader van de leugen (opnieuw) het oor te geven. Vergeef mij. Leer mij Uw welbehagen te doen (Ps.143:10). Dat betekent dat we heel gericht tot de Zoon mogen bidden om aan Hem te vragen: Vergeef dat ik Uw woorden, Uw aanwijzingen en waarschuwingen die ik in de evangeliën lees, in de wind heb geslagen. Vergeef mij dat ik Uw gestort bloed onrein heb geacht.

Dat betekent dat we heel gericht tot de Heilige Geest mogen bidden om aan Hem te vragen: Vergeef me dat ik zo vaak eigen gekozen wegen bewandel. Vergeef me dat ik dacht op eigen houtje, in eigen kracht wel achter Jezus aan te kunnen komen. Vergeef me dat ik Uw geduld zo vaak op de proef stel en dat U vandaag weer zo druk bezig moest zijn om mijn handen leeg te krijgen zodat ik aan Uw hand zal gaan. Vergeef me dat ik denk te kunnen bidden zonder U. Vergeef me dat ik van de week, toen en daar wegdraaide voor het licht dat U liet schijnen over mijn leven. Ik merk sindsdien een stuk dorheid in mijn leven. Vergeef dat o Heilige Geest, trek u niet terug uit mijn leven (Ps.51:13).

Als ik zondig, zondig ik tegen de ene God. Tegelijkertijd zondig ik ook tegen de onderscheiden Personen en heb ik mijn zonden te belijden tegenover de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Zouden we op dit punt niet (meer) kunnen bidden tot de drie-enige God?

Daarbij mogen we met verbondskinderen gelovig pleiten op de doopbelofte van de drie-enige God. De Heere gaf de doopbelofte niet om die als dood kapitaal te laten liggen, maar om deze belofte Hem gelovig voor te houden. De doop blijft ons hele leven van kracht. Het is een grote schat, een zichtbaar teken van Gods genade. Om met de woorden van het doopformulier te spreken: “En wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet twijfelen, en ook niet in zonde blijven liggen. De doop is immers een zegel en ontwijfelbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond der genade met God hebben.”

Aanbidden van de drie-enige God

Waar we elkaar bemoedigen met het werk van en bidden tot de drie-enige God mag de aanbidding niet uitblijven. Dan mogen we met de ander de Vader aanbidden. Ik loof U machtige Vader, dat U mij niet afschrijft omdat ik gezondigd heb. U hebt in Uw verkiezende liefde mij gebracht onder de verkondiging van Uw Woord. U hebt Uw eniggeboren Zoon geschonken. Hem niet gespaard maar voor ons overgegeven en U hebt Hem ondanks alle laster en spot die Hem ten deel viel niet voortijdig van het kruis gehaald. Dank daarvoor. Ik heb U lief. Ere zij aan God de Vader!

Dan mogen we met de ander de Zoon aanbidden. Ik wil U danken, o Zoon, dat U bereid was om naar een donkere, koude, zondige wereld af te dalen. En dat in U een fontein van genade is die mijn zondeschuld wil afwassen. Ik loof U, genadige Zoon, dat U raad weet met mijn ongerechtigheden en mijn weerspannig overtreden verzoent en zuivert. Dank voor Uw gehoorzaamheid tot op het kruis. Dank voor Uw opzoekende liefde. Dank dat U mijn Redder bent, mijn Voorspreker en dat ik elke dag weer bij U mag terugkomen om vergeving te vragen. Dank voor Uw bewogenheid, Uw medelijden. Ik heb U lief. Ere zij aan God de Zoon!

Dan mogen we met de ander de Heilige Geest aanbidden. Ik wil U danken dat U me steeds wil inwinnen voor de liefde van God. Ik loof u, Heilige Geest, dat U na mijn val, na mijn afdwalen mij weer opzocht en opraapte. Alle dank aan U dat U me liet zien dat ik het niet heb en nooit zal hebben, maar dat de zaligheid buiten mijzelf ligt in Christus. Ik dank U dat U me houvast geeft aan het geschreven en gesproken Woord. Ik prijs U dat U me bij de hand wil nemen en op de goede weg leidt en wil houden. Ik wil het tegen U zeggen dat ik maar niet begrijpen kan dat U inwoning wilde maken in mijn hart, mijn leven. Ik kan nog minder begrijpen dat U in mijn hart wil blijven. Ik heb U lief. Ere zij aan God de Heilige Geest!

Ere zij aan de drie-enige God! Want als ik de Vader eer, eer ik ook de Zoon en de Heilige Geest. En als ik de Zoon eer, eer ik ook Vader en de Geest. En als ik de Heilige Geest eer, eer ik ook de Vader en de Zoon. Ik zal met hart en mond de naam van de drie-enige God verhogen.

Ten slotte

Voor de meeste gemeenteleden geldt dat zij als baby zijn gedoopt. De drie-enige God verbond Zijn naam met hun naam. De drie-enige God schreef Zijn Naam op een paar vierkante centimeters: op het voorhoofd. Toen zij nog heel klein waren, kwam Hij naar hen en ons toe.

En aan het begin van elke week komt Hij opnieuw naar ons als gemeente toe. Op zondag, aan het begin van de eredienst klinkt de groet van de drie-enige God.

En aan het einde van de dienst, als de gemeente verder de week in mag gaan, worden de leden heengezonden met de zegen van de drie-enige God. Zouden wij als ambtsdragers dan niet in de dagen daarna, tot het weer zondag wordt, elkaar wijzen op Hem, de Drie-enige? Dan mag het vraagteken in de titel verdwijnen, blijft het uitroepteken over.

O Vader, dat Uw liefd’ ons blijk’;

O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk;

O Geest, zend Uwe troost ons neer;

Drie-enig God, U zij al d’ eer!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2020

Ambtelijk Contact | 28 Pagina's

Drie-enig God, U zij al d’ eer?!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2020

Ambtelijk Contact | 28 Pagina's

PDF Bekijken