Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ambten in de Vroege Kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ambten in de Vroege Kerk

23 minuten leestijd

In de huidige positiebepaling van de ambten is er een sterke behoefte aan kennis over de ambten in de Vroege Kerk. Welke ambten waren er in de Vroege Kerk en door wie werden zij bekleed? In dit korte overzicht willen we iets laten zien van deze ambten, ook in relatie tot de ontwikkeling van de kerk.

Ambten in de eerste eeuw, de apostolische traditie

In het Nieuwe Testament wordt niet alleen de groei van de kerk van Christus beschreven, ook de organisatie van de Vroege Kerk komt duidelijk naar voren. De discipelen van Jezus, die Hem goed hebben gekend en jarenlang met Hem persoonlijk zijn omgegaan, werden door Hem uitgezonden, de wereld in, om het evangelie te verkondigen. Zij werden daarom de ‘apostelen’ genoemd, zij die werden weggezonden. Deze leerlingen van Jezus kregen een bijzondere opdracht mee, de verkondiging van het Woord. En deze bijzondere opdracht bleef niet beperkt tot de elf leerlingen van Jezus, waaronder Zijn eigen broer Judas, maar deze opdracht werd ook persoonlijk door Jezus gegeven aan Paulus, de twaalfde persoon die door Jezus werd uitgezonden en daarom ook apostel genoemd werd. Deze twaalf apostelen met een bijzondere opdracht namen aanvankelijk ook de leiding in de organisatie. In het boek Handelingen wordt immers, onder het toeziend oog van de apostelen, het onderlinge bezit gedeeld en speelt Petrus een belangrijke rol, onder meer wanneer er bedrog wordt gepleegd bij het verkopen van een stuk land en de verkopende partij het mooier wil laten lijken dan het in werkelijkheid is (Hand. 5:1-11).

Aanstellen van diakenen

In Handelingen 6:1-6 wordt duidelijk dat de gecombineerde taak die de apostelen tot op dat moment vervullen, namelijk het verkondigen van het woord van God en het dienen van de tafels, teveel voor hen is. Voor het laatste, het dienen van de tafels, worden zeven mannen aangesteld die vol zijn van de Heilige Geest en van wijsheid. In Handelingen wordt gezegd dat ze speciaal voor deze dienst worden gevraagd (Hand. 6:3). Het Grieks gebruikt hier voor het woord dienst het woord chreia, dat ook behoefte of nood kan betekenen. In de bestaande behoefte of nood werd dus voorzien, zo kunnen we de passage ook uitleggen, daarbij bedenkend dat de latere, meer omlijnde taak van een diaken hier in de allereerste fase wordt beschreven. Het dienen wordt in dezelfde passage echter ook gebruikt in relatie tot dat wat de apostelen doen. Dat is het volharden in het gebed en in het dienen van het Woord. Intrigerend in deze passage is dat het dienen centraal staat, zowel in de woordverkondiging als in het verzorgen van de tafels. In Handelingen 6:1 wordt ook duidelijk dat deze bediening dagelijks plaats vindt. Hetzelfde lezen we in Handelingen 2: 45-46 waar het Griekse woord chreia eveneens gebruikt is in dezelfde betekenis van behoefte of nood. In de vertaling is dit weergegeven in de woorden ‘naar dat ieder van node had’. Het lijkt me daarom verstandig om niet te beweren dat in Handelingen 6:3 het ambt van diakenen al helemaal zijn definitieve vorm gekregen heeft. Eerder zou men kunnen spreken over een aanzet tot het latere ambt, of over het diakenambt in zijn meest prille verschijningsvorm.

Diakenen, opzieners, ouderlingen

Het ambt van diakenen, waarover we in het NT meer te weten komen door de zojuist genoemde passage over de Grieks sprekende weduwen (Hand. 6: 1), is niet minder belangrijk dan de andere ambten. Immers, de apostelen zelf hebben dit ambt aanvankelijk ook uitgeoefend en behartigd. Maar in de christelijke gemeente, die bestaat uit vele stenen die samen het bouwwerk vormen, is het delen van de gaven en van de verantwoordelijkheden essentieel. En dit begint al vroeg, zoals we zagen.

Naast de diakenen wordt er in het NT ook gesproken over opzieners en ouderlingen. Volgens Stewart moeten we onder deze opzieners oorspronkelijk hen verstaan die toezicht hielden op de maaltijd. 1 Zij stuurden daarbij de diakenen aan, die ervoor zorgden dat allen die aan de maaltijd deelnamen voldoende te eten hadden. Stewart lijkt hier primair op de liefdesmaaltijden te wijzen, die de christenen elke zondag gewoon waren met elkaar te vieren. Tijdens deze liefdesmaaltijden werden echter ook de sacramenten bediend. Althans, dit nemen we aan, onder meer op grond van een fragment uit een brief van Plinius waarin hij zegt dat christenen de gewoonte hadden om op zondag ’s avonds bijeen te komen om samen de maaltijd te gebruiken. Omdat dit expliciet wordt vermeld als een essentieel onderdeel van de zondagviering mogen we ervan uitgaan dat deze maaltijd meer inhield dan alleen slechts gezamenlijk eten. Er moet, in overeenstemming met ook andere religieus vormgegeven heidense offermaaltijden ter ere van allerlei goden, ook een sacraal moment in deze liefdesmaaltijden geweest zijn. Dit sacrale moment was echter toch wezenlijk anders dan elders.

Dat dit zo is geweest lijkt te worden bevestigd door een fresco in de Vroegchristelijke catacom ben waar een agape, een liefdesmaaltijd, is geschilderd, waarbij de tekst: ‘Heer heb mede lijden met ons’, in het Latijn weergegeven met de woorden Miserere Nobis. Wanneer tijdens deze maaltijd alleen gegeten zou zijn, zonder het sacramenteel herdenken van de dood van de Heer, zou deze tekst moeilijk te verklaren zijn. Gelet op de focus van de eucharistieviering is deze bede echter volledig te begrijpen. Degenen die het brood aten en de wijn dronken hebben daarbij ook in hun hart gebeden of God Zich over hen wilde ontfermen, ziende op de offergave van Zijn Zoon. De viering van het avondmaal was in die zin zeer bijzonder in relatie tot de andere heidense offermaaltijden, omdat het offer door Christus al gebracht was en steeds opnieuw kon worden herdacht bij een gewone persoonlijke maaltijd van de gelovigen. Heel bijzonder is dit wanneer men de viering van de dood van Christus vergelijkt met de andere heidense offermaaltijden. Ook bijzonder wanneer men die vergelijkt met de in de oudheid gangbare dodenmaaltijden. Deze werden namelijk gevierd bij het graf van de overledene. Christus’ dood werd overal in Europa herdacht, misschien wel bij iedere maaltijd die door de gelovigen samen werd genuttigd. Hij was er altijd. Hij was de opgestane Heer. De opzieners, episkopoi, waren daarbij – volgens Stewart – de gastheer.

Na de maaltijd

Intrigerend vond ik ook de gedachte die Stewart uitspreekt dat de opzieners – nadat er gegeten was – toezagen op wat er daarna gebeurde. Zoals in onze tijd ook na een maaltijd vaak een goed gesprek ontstaat of een goed gesprek wordt vervolgd, zo concentreerden de episkopoi zich na de maaltijd op de gesprekken, op het onderwijs en op het gebed, volgens Stewart. 2 Toch is hij hierin ook voorzichtig, bij het gebrek aan bronnen. Persoonlijk weet ik niet of er inderdaad van onderwijs na de maaltijd sprake is geweest. Ik denk dat het gebed en gesprekken wel centraal hebben gestaan. Bij de avondmaalsviering weten we uit het geschrift de Didache dat er gebeden werd en dat er ook sprake was van lofprijzing. Hierin kan de episkopos een belangrijke rol hebben vervuld. Hij kan bijvoorbeeld gebeden hebben uitgesproken en misschien ook woorden uit de heilige geschriften hebben voorgelezen.

Ouderlingen

Naast de episkopoi, de opzieners, waren er ook de presbuteroi, de ouderlingen. In de 19 e eeuwse literatuur werden de episkopoi en presbuteroi als aanduidingen van hetzelfde ambt opgevat. Stewart wijst er mijns inziens terecht op dat hier met de verschillende aanduidingen wel aan twee verschillende ambten en verantwoordelijkheden moet worden gedacht. Mogelijk hebben de ouderlingen in pastoraal opzicht als aanspreekpunt voor andere gemeenteleden veel in de vroegchristelijke gemeente betekend. En hebben zij daarnaast ook hun gemeenteleden gevormd in de christelijke levensovertuiging. In ieder geval maakt Stewart een onderscheid tussen het actieve aansturen/leiden van de agape door de episkopoi en het dienend en ondersteunend bezig zijn in de kerkelijke gemeente door de presbuteroi.

Latere ontwikkelingen

De hierboven geschetste ontwikkelingen zijn ontleend aan het NT en aan bronnen uit de eerste eeuw. Ook weten we uit eigentijdse heidense bronnen veel over de vraag hoe maaltijden werden gevierd. Stewart geeft in de studie aan dat het ambt van een episkopos vergelijkbaar was met de functie van een symposiarch. Een symposiarch had in de Griekse oudheid de leiding over een symposium, waar de deelnemers eveneens met elkaar aten en dronken en gesprekken voerden. Hier ontbrak echter wel het sacrale element. Een symposium had toch een heel ander karakter dan de in de Vroegchristelijke gemeente bekende agape.

Verdere ontwikkelingen van het ambt

We gaan nu – in aansluiting op het voorafgaande – kort in op de verdere ontwikkelingen van het ambt. De vroegchristelijke huisgemeenten gingen zich namelijk in de tweede en derde eeuw steeds beter organiseren en dit is eveneens merkbaar in de ontwikkeling van het ambt. De ambtelijke verantwoordelijkheden werden steeds duidelijker aangegeven en nageleefd. Ook de kerkelijke organisatie werd in de tweede en derde eeuw steeds uitgebreider. Uit de documenten van de tweede eeuw weten we dat de episkopos inmiddels veel meer verantwoordelijkheden had dan in de eerste eeuw. Polycarpus van Smyrna en Ignatius van Antiochië waren beiden episkopos. We weten echter dat zij in feite de leiding hadden over een complete gemeente. In het geval van Ignatius is het zelfs zo dat hij zich met heel veel andere gemeenten in verbinding stelde en hen brieven schreef. Het is in deze brieven heel helder dat Ignatius bewogen was met een groot aantal andere gemeenten, die hij toch ook moet hebben gekend. De kerkelijke organisatie was inmiddels zo goed dat Ignatius’ brieven ook aankwamen op de plaats van bestemming. Met andere woorden: het ambt van episkopos is heel ver doorontwikkeld en heeft een veel grotere autoriteit dan in de eerste eeuw. Dit kan ook samenhangen met de dominante positie die de apostelen in de eerste eeuw genoten hebben. Door het wegvallen van de apostelen kwam het kerkelijke gezag bij de episkopoi te liggen.

Ambrosius

In de vierde eeuw blijkt het ambt van bisschop (de Nederlandse vertaling voor het Griekse episkopos) nog veel aan gezag te hebben gewonnen. De bisschop stuurt in feite de kerkelijke gemeenschap aan en in Milaan is deze kerkelijke gemeenschap verdeeld over verschillende kerkgebouwen. De ambtelijke verantwoordelijkheden van een bisschop als Ambrosius zijn inmiddels zeer toegenomen. Niet alleen verkondigt Ambrosius het evangelie en bedient hij de sacramenten, daarnaast vecht Ambrosius ook voor een Bijbelse moraal. Hij staat keizer Theodosius niet toe om deel te nemen aan de maaltijd des Heeren voordat hij boete heeft gedaan. Dit had te maken met de opdracht die Theodosius had gegeven om duizenden toeschouwers in Thessalonica te doden, als krachtige represaillemaatregel bedoeld om de dood van een Romeinse official te wreken. Ambrosius gaat het gesprek met de keizer aan en maakt Theodosius duidelijk dat hij de maaltijd van de Heer niet zal vieren als hij geen boete heeft gedaan. Uiteindelijk stemt deze in met de voorgestelde kniebuiging.

Van Ambrosius valt verder te zeggen dat hij zijn ambt als episcopos heel serieus nam en het tot zijn verantwoordelijkheden vond horen om ook hymnen in de gemeente te introduceren en deze ook te laten zingen. Ambrosius maakte van zijn ambt iets bijzonders en dit heeft hem daarom ook de status van kerkvader opgeleverd.

Augustinus

Bij Augustinus zien we een ambtsinvulling die vergelijkbaar is met die van Ambrosius. Heeft Ambrosius in 381 het concilie van Aquileia voorgezeten, Augustinus heeft op talloze synodes en kerkvergaderingen zijn stem laten ho ren. Bij beide kerkvaders zien we een hoge ambtsopvatting. Opvallend is daarbij dat het collectief niet vergeten wordt. Zowel Ambrosius als Augustinus zagen zichzelf niet alleen als leden van de Kerk van Christus, ze waren er ook op gericht om deze Kerk bijeen te houden en te behoeden voor misstappen en verkeerde opvattingen. De ambtsopvatting van Ambrosius en Augustinus is ons daarbij als een helder voorbeeld voor latere generaties overgelaten. De kern van deze ambtsopvatting is daarbij samen te vatten als het onvoorwaardelijk liefhebben van God en het dienen van de medemens, daarbij ziende op de Opperste Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij zorgde ervoor dat Ambrosius en Augustinus hun ambt zo konden uitoefenen als ze hebben gedaan, tot grote zegen voor de generaties die na hen geboren werden, tot op de dag van vandaag. God is trouw, barmhartig en genadig voor allen die in hun ambtsuitoefening hun zegen van Hem verwachten. Dat was in de Vroege Kerk al het geval en dat is in onze huidige tijd nog even belangrijk. Fide Deo staat er op de toren van de Lebuinuskerk te Deventer, de kerk waar Jacobus Revius in het ambt van dienaar van Gods Woord gesteld was. Vertrouw op God. De Vroege Kerk zou deze oproep beamen.

Prof. dr. M.A. (Marten) van Willigen is bijzonder hoogleraar voor de Bijbeluitleg van de Vroege Kerk aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn.


In het boek The original bishops, Office and Order in the first Christian Communities (Grand Rapids, Michigan 2014) geeft de auteur, Alistair C. Stewart, een historische schets van de ontwikkeling van het bisschopsambt. Deze studie bevat veel waardevol materiaal als het gaat om de ambten. In deze korte schets zal ik daarom regelmatig naar deze studie verwijzen.


1 Zie Stewart, Original Bishops, 346: ‘The original function of the episkopos was as president of the meal.’

2 Zie Stewart, Original Bishops, 346: ‘The original function of the episkopos was as president of the meal... and also that he might regulate the proceedings after the completion of the meal, in which context discussion, teaching and prayer might be found, rather after the manner of the symposiarch.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 2020

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's

Ambten in de Vroege Kerk

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 2020

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's

PDF Bekijken