Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tijd voor huisbezoek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tijd voor huisbezoek

23 minuten leestijd

Iedere ouderling die verkozen en bevestigd is, weet dat huisbezoek behoort tot de primaire taak. In artikel 23 van onze kerkorde wordt bij de ambtelijke opdracht van de ouderlingen genoemd dat zij jaarlijks huisbezoek zullen afleggen om de gemeenteleden te vertroosten, te vermanen en te onderwijzen, onder andere met het oog op de avondmaalsviering. Maar hoe leg je nu op een goede manier huisbezoek af en wat betekent dit voor bijvoorbeeld de grootte van je wijk? In dit artikel wil ik enkele aspecten van het huisbezoek nader bespreken.

1. Het is weer tijd

Huisbezoeking

We zitten midden in het winterseizoen en dat betekent dat het tijd is voor huisbezoek. Maar hoewel het tot de primaire taken behoort, kan huisbezoek zomaar huisbezoeking worden. Je ziet ertegenop. En de gemeenteleden bij wie je op bezoek gaat ook. Het huisbezoek kan namelijk verworden tot een verplicht nummer omdat het niet altijd door jou of de gemeenteleden als nuttig of bevredigend ervaren wordt. Soms lukt het niet om het gesprek dieper te krijgen dan werk, school en kerkelijke gewoonten. Soms nemen gemeenteleden de gelegenheid te baat om ongenoegens over de gang van zaken in de gemeente te spuien. Maar wat vaak speelt onder zulke lastige gesprekken is een verkeerde voorstelling van het huisbezoek bij gemeenteleden en misschien ook wel bij jou, en daarnaast een gebrek aan vertrouwen.

Hemels huisbezoek

Waar gaat het om tijdens het huisbezoek? Het gaat erom dat jij als ambtsdrager belast bent met een hemelse taak. Je komt namens de Heere Zelf op bezoek, zoals Jezus zegt (Joh. 13:20). Hij heeft je gezonden en in dienst gesteld om Zijn kudde te hoeden en te weiden (Joh. 21:15-17). Je verkondigt het Evangelie (Hand. 5:42 en 20:20) en komt namens de Heere op bezoek om gemeenteleden stil te laten staan en de tijd te nemen om terug te kijken naar het leven met de Heere (zie Openbaring 2-3). Hoe is het gegaan en hoe gaat het nog? God zoekt in het huisbezoek het oog en het hart van de gemeenteleden. Hij vraagt door Zijn dienaren waar Hij met hen aan toe is (zie bijv. Richt. 2:2b). De bedoeling van het huisbezoek is dus primair zielsbezoek.

Vertrouwen

Maar dan nog. Hoe kunnen de gemeenteleden tijdens het huisbezoek daar eerlijk op antwoorden? Bedenken dat de ouderlingen namens Christus komen, helpt op zich wel. De gemeenteleden zullen zich de oprechte intenties van de ouderling realiseren. Maar daarmee ben je nog niet op het niveau van vertrouwen. En dat niveau is wel nodig voor een goed geestelijk gesprek. Hoe persoonlijk durft een gemeentelid te spreken over de zaken van zijn ziel als de vertrouwensband beperkt is? Om een vertrouwensband te krijgen is meer nodig dan eenmaal per jaar of per anderhalf jaar op huisbezoek te gaan. Anders gezegd: om het huisbezoek op het diepe, geestelijke niveau te voeren dat gevraagd wordt, is het nodig dat het huisbezoek wordt omringd door veel andere momenten waarop door de ouderling aan de vertrouwensband wordt gewerkt.

2. Ik neem de tijd

Tijdsdruk

Maar de meeste broeders zijn toch heel erg druk? Het probleem van onze tijd is niet dat we minder tijd hebben dan de generaties voor ons. We heb-ben evenveel tijd, er gaan nog steeds 168 uur in een week. Maar we maken onszelf op veel manieren druk en onze dagen worden gevuld met allerlei nuttige en nutteloze zaken. In sommige kerkelijke gemeenten is de ervaren tijdsdruk een van de redenen waarom broeders voor het ambt bedanken. Vergeten zij dat het de Heere Zelf is Die hen roept? Vergeten zij dat we die 168 uur als talent van Hem in bruikleen krijgen en dat Hij ons rekenschap zal vragen over wat we met onze tijd hebben gedaan? Het is een teken van geestelijke nood als dit bedanken plaatsvindt.

Maar ook broeders die mede vanuit dit besef en met een hartelijke liefde voor de Koning en Zijn kudde als geroepen ouderling aan de slag gaan, leven in deze tijd. Zij kennen evengoed de tijdsdruk in hun agenda’s. Hun eerste roeping is en blijft hun gezin. Hoe kunnen ze met alle andere verplichtingen op een goede manier invulling geven aan het ambt? Hoe kunnen ze met zo’n tijdsdruk jaarlijks een goed huisbezoek afleggen als dat blijkbaar betekent dat er daarnaast gedurende het seizoen ook aan de vertrouwensband gewerkt moet worden? Die vraag wordt des te nijpender naarmate de omvang van de te bezoeken wijk groter wordt.

Oplossingen

Volgens sommigen is het beter om het huisbezoek niet meer jaarlijks af te leggen, maar bijvoorbeeld om de anderhalf of twee jaar. Dat geeft verlichting in de agendadruk die veel broeders ervaren. Daarmee wordt de vertrouwensband echter niet sterker, eerder minder sterk. Dat lijkt me geen goede zaak. Volgens anderen zou de vorm van het traditionele huisbezoek aanleiding geven om de druk te vergroten. Want als er op elk adres huisbezoek afgelegd moet worden, gaan er veel meer uren in zitten dan wanneer adressen worden samengevoegd in bijvoorbeeld wijkhuisbezoeken. Maar ook bij deze oplossing is het probleem dat de vertrouwelijkheid node kan ontbreken, waardoor de bedoeling van het huisbezoek niet tot z’n recht komt. Ik denk dat de oplossing voor de agendadruk eerder gezocht moet worden in de wijkgrootte en de manier van bearbeiding.

Wijkgrootte

Ik begrijp dat iedere gemeente zijn eigen ambtelijke praktijk heeft ontwikkeld. Er zijn gemeenten waar twee ouderlingen samen een wijk hebben. Er zijn gemeenten waar iedere ouderling zijn eigen wijk heeft. Twee ouderlingen bezoeken dan samen hun twee wijken. Er zijn ook (kleinere) gemeenten waar een ouderling samen met een diaken op bezoek gaat. Dat heeft als voordeel dat het diaconale aspect van de gemeente van Christus beter voor het voetlicht blijft bij zowel de kerkenraad als de gemeenteleden. Voor alles is wat te zeggen. Maar in alle gevallen is de omvang van de wijk wel van belang voor het goed kunnen afleggen van het jaarlijkse huisbezoek. Ik denk dat een ideale wijk per ouderling bestaat uit 20 tot 25 adressen, en per koppel uit ca. 40 tot 45 adressen. Een klein beetje rekenen laat dat zien. Laten we ervan uitgaan dat er 40 reguliere weken per seizoen zijn voor het ambtelijke werk. En laten we er dan ook vanuit gaan dat het goed is om twee avonden per week te reserveren voor het kerkenraadswerk: een avond voor huisbezoeken en een avond voor ander pastoraat en vergaderingen. Afhankelijk van de setting van de gemeente kunnen er een of twee huisbezoeken per avond afgelegd worden. In een streekgemeente zal dat minder snel kunnen vanwege de tijd dan in een dorpsof stadsgemeente. In die 40 weken kunnen dan alle huisbezoeken ruimschoots worden afgelegd en bovendien is er volop tijd voor het investeren in de relatie. Want je bent als ouderling naast de huisbezoeken geroepen om voor de schapen te zorgen in blijde en droeve dagen, bij ziekte, rouw, eenzaamheid, psychische nood en andere zorgen. Worden de wijken groter, dan wordt de tijdsdruk groter en is de kans op het bouwen aan een vertrouwensrelatie minder, omdat er eenvoudigweg minder tijd overblijft. Kerkenraden die bij koppels wijken hebben die groter zijn dan 50 adressen (dus bijv. 30 p.p.) moeten wat mij betreft ernstig overwegen om hier wat aan te doen.

Bearbeiding

Het heeft de voorkeur om met twee broeders op huisbezoek te gaan. Iedere kerkenraad heeft daarin z’n eigen praktijk en er is ook wel wat voor te zeggen om alleen op huisbezoek te gaan. Maar het is nuttiger met z’n tweeën. In Mattheüs 18:15- 20 wordt dat uitgewerkt. In de mond van twee of drie getuigen staat elk woord vast. Als je met z’n tweeën bent, kun je elkaar tot een hand en een voet zijn. Er zijn ervaren broeders en minder ervaren broeders, ieder heeft zijn eigen gaven van God gekregen en die mogen in aanvulling op elkaar dienen in het huisbezoek. Bij moeilijke gesprekken kun je elkaar helpen. Er is vaak dubbele wijs-heid nodig als het gaat om geestelijk leiding te geven. Het is daarnaast mooi om na het gesprek met z’n tweeën te kunnen reflecteren. Ook voor betrouwbaarheid van de verslaglegging richting de kerkenraad is het van belang.

Naast het huisbezoek is het noodzakelijk dat nog meer bezoeken worden afgelegd door het jaar heen. Vertrouwen groeit wanneer je juist dan aanwezig bent wanneer dat nodig is, als je laat zien dat je oog hebt voor wat de ander bezighoudt. Ga daarom (in koppels of alleen) eens extra op bezoek juist op een hoogtijdag of bij verdriet. Neem door het jaar heen contact op via de telefoon en de sociale media. Ook in en om de kerkdiensten is het goed om speciaal oog te hebben voor de gemeenteleden uit jouw wijk, juist voor hen die extra aandacht nodig hebben en in de schaduw staan. Denk ook aan wijkavonden of wijkkringen, of het koffiedrinken na de dienst. Daardoor krijg je een sterkere vertrouwensband die het huisbezoek ten goede komt.

Vergeet daarbij de kinderen en de jongeren niet. Het is goed als jongeren speciaal pastorale aandacht krijgen van een jeugdouderling die hen (met inachtneming van de richtlijnen ‘Veilig jeugdwerk’) een op een of in groepen ontmoet en ook bij hen ‘zielsbezoek’ aflegt. Er moet niet alleen tijdens het reguliere huisbezoek oog zijn voor de kinderen en de onderlinge verhoudingen binnen gezinnen, maar ook door het jaar heen is het goed afzonderlijk aan hen te laten merken dat ze er helemaal bij horen en dat je oog en oor voor hen hebt. Zo deed de Meester het immers ook.

3. Vergadertijd

Verslaglegging binnen de kerkenraad

Al naar gelang de grootte van de kerkenraad zijn er speciale pastorale vergaderingen, of anders in ieder geval speciale pastorale agendapunten, bedoeld voor verslaglegging van de afgelegde huisbezoeken. Dat moet zorgvuldig gebeuren. De overige broeders hoeven niet alles te weten. Als iets jou vertrouwelijk ter ore is gekomen, moet het ook vertrouwelijk blijven. Alleen met instemming van het gemeentelid kan het gedeeld worden als het bijvoorbeeld nodig is om gebed, hulp of advies te vragen. Maar het is wel goed om de grote lijnen van de afgelegde huisbezoeken aan de rest van de ouderlingen door te geven, omdat immers de hele kerkenraad verantwoordelijk is. (Ten overvloede zij vermeld dat verslaglegging van een bezoek aan familieleden van een van de kerkenraadsleden tot in de tweede of derde graad plaatsvindt in diens afwezigheid).

Niet elk bezoek hoeft dus in detail te worden verslagen. Wat van belang is, is om de zielsgesteldheid van de gemeenteleden en het werk van God voor het voetlicht te halen. Er zou kunnen worden afgesproken dat elke wijk in iedere vergadering verslag doet van ten minste één gesprek waarvoor dankbaarheid is en één adres waarover (geestelijke) zorgen zijn. Halverwege het seizoen kan dan uitgebreider verslag worden gedaan van meer bezoeken, bijvoorbeeld in speciaal hiervoor belegde vergaderingen.

Het is mijn advies om van de verslagen van pastorale gesprekken geen afschrift te maken binnen de kerkenraad. Laat elke ambtsdrager op zijn eigen wijze aantekeningen bijhouden die uiteraard vertrouwelijk blijven. Vloeien er uit de verslagen bepaalde algemene besluiten voort, dan kunnen die in de notulen van de reguliere kerkenraadsvergadering worden opgenomen. Zijn er zaken van tucht, dan zullen die in de notulen rond het Avondmaal worden opgenomen in comiténotulen.

Verslaggeving tussen ambtsdragers

Als een ouderling na vier of vijf jaar dienen in de kerkenraad zijn wijk verlaat, komt een ander in zijn plaats. Die begint niet helemaal opnieuw. Daarmee bedoel ik dit: het ambt van ouderling in die wijk blijft. Alleen de persoon wisselt. De aanpak zal principieel geen andere zijn. Natuurlijk, er moet opnieuw een vertrouwensband worden opgebouwd. Maar het is niet zo dat iemand helemaal vanaf nul begint. Er vindt namelijk als het goed is overdracht plaats tussen de broeder die aftreedt en de broeder die aantreedt. In de overdracht is plaats voor een aantal feiten (gegevens en omstandigheden van het gezin, status van de kerkelijke tucht) en ook voor de vertrouwelijke zaken die nog spelen. Deze overdracht van informatie is belangrijk voor het functioneren van de nieuwe broeder. Hij komt dan weliswaar voor het eerst bij de gemeenteleden, maar Christus heeft hen al eerder bezocht in de persoon van zijn voorganger. Dat maakt nederig en dienstbaar.

Hiermee is niet gezegd dat er niet soms sprake moet zijn van een andere aanpak. Maar nooit vanaf nul. En ook nooit op eigen houtje. Het is van belang dat ouderlingen geen eilandjes gaan vormen en alles voor zichzelf houden. We worden geroepen in gezamenlijkheid. Op het moment dat er sprake is van twee ouderlingen in dezelfde wijk is het wijs om vanwege de continuïteit te zorgen dat niet beide broeders tegelijk uit de wijk weggaan. In dat geval kan de nieuwe broeder zowel overleggen met zijn medeambtsdrager als met de afgetreden broeder.

4. Tenslotte

Een klein aantal aspecten van het huisbezoek is in dit artikel besproken. Ze hebben alle te maken met tijd. De tijd die gereserveerd moet worden voor het huisbezoek vanwege de opdracht van Christus, de tijd die beheerd moet worden in de eigen agenda en in de indeling van de wijk ten aanzien van het huisbezoekwerk, en tenslotte de tijd die genomen moet worden om de huisbezoeken binnen de kerkenraad te verslaan. Het belangrijkste is nog niet genoemd: er zal eerst en vooral persoonlijk verborgen omgang met de Allerhoogste moeten zijn. Vanuit de tijd die met Hem wordt doorgebracht, mag je aan de slag. Hopelijk mag er dan in je dienstwerk iets zichtbaar worden vergelijkbaar met Mozes. Toen hij bij de Heere was geweest, blonk zijn aangezicht (Ex. 34:29). Laten we zo onze goede Meester en eeuwige Koning tijdens de huisbezoeken met vreugde en volharding eren en reflecteren.

Ds. Van der Toorn is predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Bunschoten.

Dit artikel werd u aangeboden door: Christelijk Gereformeerde Kerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2021

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's

Tijd voor huisbezoek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2021

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's