Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mensen met een handicap en het doen van belijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Mensen met een handicap en het doen van belijdenis

24 minuten leestijd

Over wie gaat het? Er is een ontwikkeling in het benoemen van mensen die verstandelijk anders zijn. Er was een tijd dat men hen ‘achterlijken’ noemde of ‘ongelukkigen’. Men zei: ”ja, die mensen hebben ook een ongelukkig kind.” Soms gebruikte men nog minder fraaie benamingen zoals ‘debielen’ en ‘zwakzinnigen’.

Er is zelfs een tijd geweest dat men het beter vond om een kind met afwijking maar te doden. “Die heeft toch geen nut.” Hitler liet tienduizenden van die kinderen doden. Ze pasten niet in het evolutionistisch systeem van de vooruitgang. Ze namen geen deel aan het arbeidsproces. De ouders kregen dan bericht dat het voor de kwaliteit van leven voor hun kind beter was dat het naar een ander tehuis was overgeplaatst. Later kregen ze bericht dat het kind toch was overleden.

Die mentaliteit is er ook vandaag, maar dan weer op een andere manier. Als namelijk blijkt dat de echo aangeeft dat het kind afwijkingen vertoont, laat men het weghalen. Een kind dat naast veel zorg en moeite ook heel veel liefde kan geven is ongewenst.

Tegenwoordig kiest men voor de benaming: ‘mensen met een handicap’. Zo blijven het mensen en niet alleen maar gehandicapten. Het is zo dat deze mensen een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving, want zij stralen iets uit, waar anderen een voorbeeld aan kunnen nemen. Ze kunnen blij zijn met kleine dingen. Een kerkelijke gemeente mag gelukkig zijn als zij zulke mensen in haar midden heeft. In het liefde geven ervaart men hoeveel liefde men ervoor terug ontvangt.

Bijbels gezien.

Hoe worden in de Bijbel mensen met een handicap gezien? Zeker waren er in die tijd, zoals overal, ook mensen die niet veel op hadden met mensen met een handicap.

Ook in de tijd dat Christus op deze wereld was waren er mensen met een handicap. Denk aan de blinde Bartimeüs. Zo’n man had door zijn blindheid geen werk waarmee hij wat kon verdienen. Hij zat met anderen ergens langs de weg of bij de ingang van de tempel te bedelen. Zij konden hun hand ophouden en letterlijk van ontvangen gaven leven. Maar voor de gezonde mensen waren ze niet meer dan een bedelaar. Als dan Jezus voorbij komt en Bartimeüs Hem roept, krijgt hij commentaar van mensen. Hij moet ophouden met zijn geschreeuw. Jezus heeft wel wat anders te doen dan om bij hem te komen. Ergens hadden zij ook de gedachte dat iemand met een lichamelijk gebrek een straf droeg voor gedane zonden door hemzelf of zijn ouders. Ze waren gauw klaar met hun oordeel. Maar dan staat Jezus stil en zegt dat men hem roepen moet. Dat optreden van Jezus geeft meteen ook een andere houding bij de omstanders. Zo dient dat ook bij ons te zijn. Het gaat niet om de algemene opinie en haar oordeel, maar wat zegt de Schrift?

Waren er toen ook mensen met een psychische handicap.? Ja, die zijn er altijd geweest. Als je in Gadara kwam, kon je zo’n man ontmoeten. Thuis was er niets met hem te beginnen, vandaar dat hij zijn heil maar bij de grafspelonken en in de bergen zocht. Velen vluchtten weg als hij in de buurt was, maar Jezus kwam speciaal voor hem. In het omzien naar de misdeelden toonde Hij Zijn barmhartigheid. Jezus verloste hem van deze duivelse kwellingen waarvan hij zoveel te lijden had.

Zo zijn er ook kreupelen en lammen door Hem gezien en verlost van hun kwalen. Het waren de tekenen van het Koninkrijk, zoals we lezen in Matth. 11:5, en beloofd in Jes. 35:5,6. In de psalmen wordt er ook gezongen van het omzien naar en het bewijzen van Gods barmhartigheid aan mensen met een handicap, zoals in Ps. 146: 6 “t Is de Heer, Wiens mededogen, blinden schenkt het lief’lijk licht.” Jezus spreekt in Matth. 18:6 dat we de kleinen niet in de weg zullen staan.

In de christelijke gemeente.

De gemeente zal als christelijke gemeente een afspiegeling dienen te zijn van haar Heere. Zoals Jezus omzag naar het misdeelde, zo zal ook de christelijke gemeente barmhartigheid en liefde betonen aan zulke leden.

We denken daarbij aan de eenheid van het lichaam van Christus, waarover gesproken wordt in 1 Cor. 12, waar we lezen over veel leden in één lichaam. Allemaal gelijk? Helemaal niet, er zijn veel variaties wat de leden betreft. Er zijn ook de zwakken, waarvan staat dat de leden die de zwakste schijnen te zijn, grotere eer dienen te ontvangen.

Je kunt mensen soms typeren al naar gelang zij oog hebben voor het zwakkere.

Je ziet soms mensen die veel voorspoed hebben in het leven en alleen voor zichzelf leven, maar zich afkeren als er een zwakkere met een handicap in hun buurt komt. Of zich ergeren aan een geluid dat zij maken in de kerk. Zo van: “dat hoort hier niet.” Maar over het algemeen worden zij in de kerk niet maar geduld, maar ook aanvaard.

Wat kunnen gehandicapten blij de kerk binnenkomen en de mensen groeten. Er kan soms een heel bedrukte sfeer heersen, maar als er één met een handicap binnenkomt, die nadrukkelijk aanwezig is, geeft dat wat ruimte: een glimlach of ook een vrolijke begroeting. Zij hebben echt iets dat een aanvulling geeft aan de gemeente. Ze horen er helemaal bij. Dat is ook heel belangrijk voor hen, dat zij aanvaard worden en zich in de gemeente opgenomen weten. Vertrouwen, geborgenheid en veiligheid zijn belangrijke waarden voor hen. De band aan de kerk en haar leden is voor hen een zeer belangrijk onderdeel van hun geloofsleven. Laten we waarderen dat ze in de kerk mee mogen doen. Denk aan de Zondagsschool, het clubwerk, maar ook niet te vergeten de vakantieweken die door verschillende verenigingen, die hun belangen behartigen, worden georganiseerd. Het zijn hoogtepunten voor hen.

De belijdende gemeente.

Elk jaar zijn er ook jongeren die belijdenis van hun geloof mogen afleggen. Dat is altijd weer een geweldige dienst in de gemeente. Er wordt ‘ja’ gezegd op de vragen die gesteld worden. Zij hebben al jaren catechisatie gevolgd en weten wat belijdenis doen inhoudt. Heerlijk, als dat ook met het hart gedaan mag worden.

Maar hoe zit het nu met de mensen met een handicap? Zij zijn ook in de dienst aanwezig en horen dat het jawoord gegeven wordt aan de Heere. Ze horen de dominee zeggen: “jullie hebben al veel jaren catechisatie gevolgd en het is de genade van God dat jullie aan het einde daarvan beloven om de Heere Jezus te volgen.”

Onze zwakke leden zouden kunnen denken: “O, dat heb ik niet, dus ik kan geen belijdenis doen.” Daarom is het belangrijk dat er met hen gesproken wordt over het belijdenis doen. Soms gebeurt het dat mensen denken: “och, dat wordt toch niets ,hij/zij kan dat niet.” Ook wordt gedacht: “dat hoeft ook niet , hun zaligheid hangt er niet van af.”

Maar zo denken is niet goed. Er moet een mogelijkheid zijn, dat ook zij tot het belijden mogen komen. Het kan gebeuren dat iemand zegt: “ik wil ook graag belijdenis doen, ik hoor toch ook bij de gemeente?” Iemand zei eens: “je hoeft alleen maar ‘ja’ te zeggen, dat kan en wil ik ook.“ Hoe moet dat dan?

Allereerst moet blijken dat ze de Heere lief hebben. Vaak zijn ze daar heel spontaan in. Ze missen veel drempels die anderen wel hebben.

Een heel belangrijk criterium van toelating is wel dat er een verlangen bij hen is om naar de kerk te gaan. In deze coronatijd zijn zij het die juist de kerkdiensten erg missen. Ze beleven de diensten met de dichter: ”het is mij goed nabij God te zijn.” Verder houden zij ook van muziek en zang. Soms kunnen zij in het zingen van de psalmen en geestelijke liederen meer hun geloof belijden dan in woorden. Verder mogen we bijvoorbeeld ook vragen: “Heb je wel eens verdriet over verkeerde dingen( de zonde)?” Ook zij dienen, hoewel heel eenvoudig, tekenen van bekering te kennen.

De functie van de ouders.

Natuurlijk willen de ouders ook graag dat hun kind belijdenis doet, maar het geloof dient vooral te leven bij de betrokkene zelf. Soms hoort men dat zij maar belijdenis moeten doen op het geloof van de ouders of van de gemeente. Dat is bij de kinderdoop wel aan de orde, maar hier gaat het om de persoon zelf, die verlangt om kind van God te zijn en dat ook wil uitspreken.

Zouden we zulke mensen kunnen weren van het doen van belijdenis? Dat zou heel erg voor hen zijn. Ze weten dat zij bij de gemeente horen. Destijds toen ze gedoopt werden, beleed de gemeente dat zij als leden van de gemeente behoren gedoopt te worden. Ze horen er bij, zeker wordt dat ervaren door de ouders die met hun zorgenkind aan het doopvont staan. Daar horen en zien zij het afgebeeld in de doop dat God de Vader hen van alle goed wil verzorgen.

Er zijn echter ook mensen met een dusdanige handicap dat zij geen belijdenis kunnen doen. Heerlijk als we mogen merken dat zij het zingen mooi vinden. Soms wijzen ze alleen maar met vinger naar boven en brengen bepaalde geluiden voort. Laten we hen veel aan Jezus’ voeten neerleggen.

Voorbereiding tot het belijdenisdoen.

Ze zijn dus doopleden van de gemeente en hebben daardoor ook de rechten van de gemeente. De Heere heeft recht op hen, maar zij hebben ook een recht van Godswege om volwaardig lid te zijn. Wel moeten zij toch enigszins kunnen bevatten wat het doen van belijdenis inhoudt. Het is een ja-zeggen voor Gods Aangezicht.

Ik hoorde zendeling Geleijnse eens vertellen van een vrouw, die niet zoveel wist, maar wel zei: “ik heb Jezus lief.” Dat was genoeg. Kijk, zoiets moet er wel zijn om in het openbaar Gods naam te belijden. Maar ouders van zeer zwakken zullen des temeer de betekenis van de Doop als pleitgrond en ook als rustgrond mogen aangrijpen.

Met de belijdenisgroep in de gemeente, kunnen mensen met een handicap niet meekomen. Die weg is voor hen niet haalbaar en dan ook niet nodig. Het gaat om onderwijs op hun niveau. Zij die niet verstandelijk kunnen zeggen dat zij Jezus liefhebben, mogen wij aan de God van hun doop overgeven. Wat een genade!. Zij die wel belijdenis kunnen doen hebben vaak wel het speciaal onderwijs gevolgd.

Hoe voorbereiden?Dat gebeurde vaak één op één. Dat moet echter geen onderonsje zijn, maar gestructureerd. Daar houden zij ook van: een vast patroon. Mijn dochter wilde bijvoorbeeld geen catechisatie ontvangen in de huiskamer, dat moest in de studeerkamer, nog beter in de kerk. En dan beginnen met gebed en het lezen, soms ook door henzelf van een bepaald Schriftgedeelte dat verband houdt met de les van dat uur.

Maar dan? Uitgaan van wat de hoofdzaken zijn van het christelijk geloof, namelijk de drie kernen: geloof, gebod en gebed. Nader aangeduid: de Twaalf Artikelen, de Tien Geboden en het Onze Vader.

Op hun niveau. Dat is zeer wisselend. Wat voor de een wel kan, is voor de ander te hoog gegrepen. Dat hangt ook af van de aard van de handicap. Ik heb meegemaakt dat iemand ‘Het kort begrip’ in grote lijnen kon volgen en ook leren. Het is belangrijk om te weten, wat het beste past bij deze leerling. Soms een keer een kinderbijbel gebruiken met mooie platen. Ik was altijd zoekende naar geschikt materiaal. Soms ook iets van collega’s gebruiken.

Er zijn ook boekjes over bepaalde onderwerpen, die je af en toe kunt gebruiken. Een zeer geschikte methode is: “Eenvoudige Belijdenis Methode”, uitgave van ‘Op weg met de ander’. Deze is ook visueel goed. Ook de stichting ‘Helpende Handen’ heeft “Kort begrip in eenvoudige taal”, met tekeningen.

Maar de hoofdzaak blijft: de drie kernen. Zij konden die ook grotendeels uit hun hoofd opzeggen, omdat zij die altijd in de kerk hoorden. Elke zondag horen zij de Wet en de Twaalf Artikelen en ook vooral thuis vaak het Onze Vader.

Verstandelijke beperking hoeft geen beperking van het geloof te zijn.

Het Heilig Avondmaal

De oprechte belijdenis geeft toegang tot het Avondmaal. “Moet dat nu,” vragen sommige mensen zich af. “De Heere kan hen toch ook wel in de bank Zijn tegenwoordigheid doen ervaren?” Zouden juist zij daar aan de tafel niet horen? Denk maar weer aan 1. Cor. 12: juist de zwakste leden van het lichaam hebben het nodig. Naar hen wordt in de hemel uitgezien.

U moet weten dat zij echt ervaren wat het betekent tot de gemeente te behoren die voor hen een sterke gemeenschap is. Vooral de eerste keer is het belangrijk dat een ouder of begeleider met hen meegaat.

Dat de band met de gemeente echt ervaren wordt, werd ik gewaar toen een van hen die voor de eerste keer kwam en een plaats kreeg aan de tafel recht tegenover mij. Ineens stond zij op en gaf mij een hand zonder iets te zeggen. Ze voelde ergens de band der gemeenschap. Heeft God niet het onedele der wereld uitverkoren om rijk te zijn in Hem?

Zeker hebben zij ook betreffende het Avondmaal leiding nodig. Ze moeten weten wat het Avondmaal inhoudt. Ze moeten beseffen dat het daar niet om een gewone maaltijd gaat. Dat het daar niet gaat om gewoon eten, maar om tekenen die Jezus geeft als uiting van Zijn liefde. Ze moeten ook weten waarom er voorbereiding gehouden wordt.

Belangrijke vragen voor hen kunnen zijn: “Zijn er bij mij verkeerde dingen waar de Heere God verdriet over heeft? Heb ik dan ook wel eens verdriet?” Als een kind iets verkeerds gedaan heeft, kan moeder wel eens verdrietig zijn. Wat gebeurt er dan? Dan gaat het kind ook huilen. Het Avondmaal laat zien wat de Heere Jezus heeft moeten lijden om onze zonden weg te nemen. Dan mag er ook blijdschap zijn, dat de Heere Jezus van ze houdt. Dan kunnen zij en wij zingen: “God heb ik lief, want Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.”

Ds. Wallet is emeritus predikant en woont in Schoonrewoerd, kerkelijk Leerdam. Hij heeft zelf een dochter met een handicap. Zij is geboren in 1980 en verblijft sinds enkele jaren in een Gezins Vervangend Tehuis van de stichting Siloah te Geldermalsen, een tehuis met een voluit christelijke identiteit. Haar handicap is ‘micro-cefaal’, een tekort in de grote hersenen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Christelijk Gereformeerde Kerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2021

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's

Mensen met een handicap en het doen van belijdenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 2021

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's

PDF Bekijken