Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Goed nieuws voor alle mensen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Goed nieuws voor alle mensen?

11 minuten leestijd

Het evangelie is goed nieuws voor alle mensen. Maar wat betekent dat in de concrete situatie waarin mensen leven?

Om een antwoord op deze vraag te vinden kijken we achtereenvolgens naar een aantal belangrijke gegevens die laten zien dat God op een heel duidelijke manier inhoud heeft gegeven en geeft aan wat in de Bijbel het evangelie wordt genoemd.

Het gaat om Gods missie

Het allereerste wat we bij de vraag van dit artikel moeten zeggen is dat we hier spreken over dingen die niet door mensen zijn bedacht, maar dat we te maken hebben met Gods eigen werk. Dat er sprake is van goed nieuws (evangelie) komt omdat God Zich niet heeft afgekeerd van de wereld die Hem de rug toekeerde in het paradijs (Genesis 3). Het is de drie-enige God die het plan tot redding van de in de verlorenheid gevallen wereld, het heilsplan, heeft ‘uitgedacht’.

Ik plaats dat woord ‘uitgedacht’ bewust tussen aanhalingstekens omdat hier een hele wereld van theologische gedachten en begrippen omhoogkomt, waar ik in het kader van dit artikel niet op in kan gaan. Helder is evenwel dat de Bijbel laat zien dat wat in geen mensenhart is opgekomen, bij God tot een werkelijkheid is geworden. Hij heeft Zijn heilsplan aangekondigd (in de beloften in het Oude Testament) en Hij is in de komst van Christus aan de uitvoering ervan begonnen. En daarmee zeggen we meteen een heel fundamenteel iets: want wat God heeft uitgedacht, dat voert Hij ook Zelf uit. Theologisch gebruiken we daar de aanduiding ‘missio Dei’ bij. Die aanduiding laat zien dat God Zelf de allereerste en belangrijkste Actor is in wat Hem in Zijn genade en goedheid voor ogen staat: de redding van de in de verlorenheid gevallen wereld. Hij brengt die tot stand.

In Jezus’ komst brak het Koninkrijk aan

Het evangelie is van God. Het gaat om de uitvoering van Zijn heilsplan, dat gericht is op de redding van de verloren wereld. Of, om het anders te zeggen: het gaat God erom dat Zijn Koninkrijk hersteld wordt.

Zo zegt de Bijbel het. Of, nog directer, zo zegt Jezus Zelf het. We lezen dat in Markus 1:15, waar Markus weergeeft wat Jezus zegt als Hij aan Zijn openbare optreden begint. Jezus zegt dan: ‘De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het evangelie.’ In het evangelie gaat het dus om de komst van het Koninkrijk. Je kunt zelfs zeggen: het evangelie is de komst van het Koninkrijk van God. In Jezus is dat nabijgekomen. Daarbij is het belangrijk te weten dat het woord dat hier in het Grieks gebruikt wordt voor het ‘nabijgekomen zijn’ twee betekenissen heeft: het gaat om een nabij zijn in tijd, met andere woorden: het breekt nu aan. Maar het gaat ook om een nabij zijn in lokale zin, met andere woorden: het is vlak bij ons, het is onder ons.

Het Koninkrijk is tastbaar aanwezig

Deze beide betekenissen klinken door in wat Jezus zegt. Dat wordt zichtbaar als je verder bladert in het evangelie. Je ziet het voor je ogen gebeuren, en dan wijs ik slechts een paar dingen aan. Markus vertelt (1:21-28) hoe Jezus in de synagoge in Kapernaüm een boze geest uitdrijft. Meteen daarna komt Hij bij de schoonmoeder van Petrus, die ziek is. Hij geneest haar (1:29-31). Daarna brengen de mensen, nadat de sabbat is afgelopen, allen die er slecht aan toe waren en die door demonen bezeten waren, bij Hem. ‘En Hij genas er velen’, schrijft Markus op (1:34). Een paar dagen later wordt er een verlamde bij Hem gebracht door vier vrienden. Die man ontvangt van Jezus zowel de vergeving van zijn zonden als ook genezing van zijn verlamming (2:1-12). En er is meer. Markus vertelt hoe Jezus de storm stilt (4:35-41), en hoe Hij het dochtertje van Jaïrus terugroept uit de dood (5:21-43).

Bladerend in het evangelie van Markus komen we al deze dingen tegen en er is nog veel meer te noemen. Maar duidelijk wordt: Waar Jezus kwam, ontdekten de mensen iets van de werkelijkheid van het Koninkrijk. Bij Jezus maakten ze mee hoe hun zonden werden vergeven, maar ook hoe ziekte, lijden en dood geen stand konden houden als Hij zijn macht openbaarde. Bij Jezus kregen de mensen niet alleen zicht op het Koninkrijk maar mochten ze ervan proeven. Ze mochten er binnengaan, en ze kregen al een voorproef van hoe het straks, bij de wederkomst, zal zijn. Want het Koninkrijk is in Jezus werkelijk nabijgekomen. Het breekt aan en wordt tastbaar bij en door Hem. Jezus preekte het evangelie van het Koninkrijk, en Hij liet in de tekenen die Hij verrichtte zien waar het God om te doen is, waar het op uit zal lopen. Daarvoor kwam Hij.

Wat Markus in zijn evangelie laat zien, komen we ook bij Lukas tegen. Hij vertelt hoe Jezus in de synagoge van Nazareth woorden uit de boekrol van Jesaja leest. En dan zegt Hij: ‘Heden is dit Schriftwoord voor uw oren in vervulling gegaan’ (Lukas 4:21). Hij betrekt de woorden van Jesaja direct op Zichzelf, en geeft daarmee aan dat de Geest van de Heere op Hem is, dat Hij gezalfd is, en dat Hij gezonden is om aan armen het evangelie te verkondigen, om te genezen wie verbroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om – want daarin komt alles samen – het jaar van het welbehagen van de Heere aan te kondigen, te prediken.

Het allesomvattende van het evangelie

Deze woorden vormen zonder twijfel iets als een regeringsverklaring van Jezus die Hij aflegt aan het begin van Zijn werk. De Koning van het Koninkrijk komt, daartoe gezalfd door de Geest, vrede brengen: het aangename jaar des Heeren, oftewel het jubeljaar.

Ongetwijfeld gaat het dan om het komen van het heil in zijn allesomvattende volheid: Het heil dat bestaat in schuldvergeving, maar ook in herstel van de gemeenschap en in de ontsluiting van nieuwe levensmogelijkheden. Dat stond God voor ogen toen Hij Zijn Zoon zond, en toen Hij Hem zalfde met de Geest. Jezus kwam om dit werkelijkheid te maken, en om het van een eeuwig fundament te voorzien. En de Bijbel vertelt dat Jezus dat daadwerkelijk gedaan heeft. In zijn dood en opstanding heeft Hij het tot stand gebracht, en heeft Hij dat eeuwige fundament gelegd. Daarom kan gezegd worden dat het heil geen utopie of droom is. Het is voluit werkelijk. In en door Christus. Kijk naar het evangelie. Je ziet de blinden die weer zien, de lammen die weer wandelen en zelfs huppelen, de doven die weer horen, en je ziet Lazarus, de jongeling van Naïn, en het dochtertje van Jaïrus, teruggeroepen naar het leven door de Levende. Je ziet de hoeren en tollenaren, de zondaren bij Jezus komen en bij hem ontvangen ze vergeving en vernieuwing. Niet alleen maar in mooie woorden, maar echt, tastbaar. Ze mogen bevrijd van schuld verder leven.

De Bijbel laat dat zien, en het is geweldig: al die mensen die in hun concrete levenssituatie, in hun zonden en in de gebrokenheid van hun bestaan, hulp en redding vinden bij Jezus. Hier wordt zichtbaar wat Jezus belooft in Johannes 10:10: ‘Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.’

Het evangelie vandaag

Wat betekent dit als we ons realiseren dat God, in Christus, en door Zijn Geest vandaag nog steeds op hetzelfde uit is? Hij is immers niet veranderd. Hij is en blijft tot in eeuwigheid Dezelfde (vgl. Hebr. 13:8). Daarom alleen al kunnen we zeggen dat het de drie-enige God nog steeds gaat om het brengen, en om het verder brengen van het heil. Dat gebeurt ook. We zien dat gebeuren in het boek Handelingen. Daar draait het niet om wat de apostelen doen of hoe de gelovigen optreden. Natuurlijk, er wordt heel wat over hen verteld, en je ziet ze op alle bladzijden. Maar als je goed leest merk je dat Lukas steeds weer laat zien dat het in al dat handelen van de apostelen en van de gelovigen God Zelf is, dat het Jezus Zelf is, die door Zijn Geest de dingen doet. De drie-enige God schakelt al die mensen, de apostelen en de gelovigen in. Hij gebruikt ze als instrumenten in Zijn hand om de dingen die Hij tot stand gebracht heeft verder te brengen, uit te delen, en tot werkelijkheid te maken.

Dat deed God in de dagen waarover Lukas in het boek Handelingen schrijft. En dat doet God vandaag nog steeds. Hij gebruikt de kerk, Hij gebruikt de mensen in de kerk om het heil dat in Christus een werkelijkheid is verder te brengen. In woorden en – net zo goed – in daden. Toen Jezus rondtrok in het beloofde land bood Hij werkelijk hulp in de concrete noodsituaties waarin mensen ver-keerden, in hun zonden en gebrokenheid. Zou Hij dat vandaag dan niet meer willen doen? Hij wil dat doen, door mensen heen, die Hij inschakelt in Zijn werk.

Concreet heil

Daarbij gaat het nog steeds om het heil in zijn allesomvattende betekenis. Het gaat nog steeds om schuldvergeving, en om herstel van de gemeenschap en ontsluiting van nieuwe levensmogelijkheden. En dat heel concreet.

In de theologische doordenking hiervan wordt vandaag de dag gesproken over de zogenaamde Five Marks of Mission. In haar artikel verderop in dit nummer gaat Petra de Jong-Heins daar uitvoerig op in. Hier volsta ik door erop te wijzen dat die Five Marks of Mission alles te maken hebben met het allesomvattende van Gods heilsplan. Daar horen al die vijf elementen bij. Daar hoort bij dat het heil wordt aangekondigd, dat erover verteld wordt. Daar hoort bij dat mensen niet alleen Jezus leren kennen maar dat ze ook opgebouwd worden in het geloof, dat ze deel uit gaan maken van de gemeenschap (koinonia) rondom Jezus. Daar hoort bij dat er gestalte gegeven wordt aan de liefde van Christus in dienstbetoon aan de mensen in nood (diakonia). Daar hoort bij dat onrecht dat in strijd is met wat God bedoelt, wordt aangewezen en bestreden. En daar hoort ook bij dat er goed zorg wordt gedragen voor de schepping die immers van God is. Want God gooit, als Jezus terugkomt, Zijn schepping niet in de vuilnisbak, maar Hij vernieuwt alle dingen (vgl. Openb. 21:5). Dus ook de schepping.

Een Pauluswandeling rond de kerk

En al die dingen vinden plaats in concrete situaties. Daar lopen we elke dag tegenaan in onze plaatselijke gemeente. We zijn kerk, niet in nergensland, maar in ons concrete dorp, in onze concrete stad. En wat voor mensen wonen daar, in de verschillende wijken van ons dorp, van onze stad? Elk jaar maakt een groep studenten van de Theologische Universiteit Apeldoorn een zogenaamde Pauluswandeling. Dan lopen ze door een aantal wijken rond een kerkgebouw heen en worden ze uitgedaagd om de vraag te stellen wat het evangelie betekent voor de mensen die in die verschillende wijken leven. En ook: hoe je in die verschillende wijken handen en voeten kunt geven aan het evangelie. Juist als het om al die verschillende aspecten van het evangelie gaat. De antwoorden waarmee die studenten terugkomen laten zien dat ze aan het denken gezet worden. Want waarmee kom je aan, als je mensen graag wilt laten delen in het heil dat Christus tot stand gebracht heeft, in een wijk waar de armoede je tegemoet straalt. Of ook, waarmee kom je aan als de huizen en de straten waar je doorheen loopt uitstralen dat de mensen die daar wonen alles wat het leven te bieden heeft zo’n beetje bij elkaar gehaald en verzameld hebben?

Tot slot een persoonlijke noot

Ik scheef dit artikel onder de titel ‘Goed nieuws voor alle mensen?’ In de jaren dat ik in Mozambique werkte werd ik bijna elke zondag uitgenodigd om ergens te komen preken. Ik heb me daarbij vaak ongemakkelijk gevoeld. Waarom? Omdat ik, terwijl ik thuis al ontbeten had voordat ik in de auto stapte, bij aankomst op de plaats waar gepreekt zou worden, eerst uitvoerig moest ontbijten. Dan werd er een complete maaltijd klaargemaakt. En dat gebeurde na de kerkdienst nog een keer: ook dan moest ik voordat ik mocht vertrekken weer een maaltijd gebruiken. Dat hoorde er daar bij. Maar die maaltijd werd me aangeboden door mensen die – meestal – zelf niet ontbeten hadden, en die zelf maar heel karige maaltijden aan hun kinderen konden voorzetten. Maar ik moest ruim onthaald worden. En dan kreeg ik nog het nodige mee naar huis als dank: vaak meerdere nog levende kippen, een zak mais, een kam bananen enzovoort.

Ik voelde me daar ongemakkelijk bij. En heb vaak gedacht: en wat breng ik hen nou? Ja, de boodschap van Gods liefde in Jezus Christus. Maar Jezus gaf hongerigen voedsel en hielp mensen in nood. Hij deelde het heil uit, in Zijn Woorden en in Zijn daden. In Zijn spoor gaat en staat de kerk in de wereld. Als instrument in Zijn hand. Het heil uitdelend in woorden en daden. Aan concrete mensen in hun concrete leven.


Jan van ’t Spijker is als hoofddocent missiologie werkzaam aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn. Hij geeft leiding aan MIRTE, het Missiological Research Team van de TUA. Hij is daarnaast adviseur van deputaten voor de buitenlandse zending en van deputaten evangelisatie.

Dit artikel werd u aangeboden door: Christelijk Gereformeerde Kerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2024

Ambtelijk Contact | 28 Pagina's

Goed nieuws voor alle mensen?

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2024

Ambtelijk Contact | 28 Pagina's