Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor nieuwe ouderlingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor nieuwe ouderlingen

14 minuten leestijd

Iedere ouderling is het overkomen dat hij voor het eerst ouderling werd. Hoe moest je weten wat dat ambt inhoudt. Natuurlijk kon je dat horen van andere ervaren ouderlingen en ongetwijfeld had je zelf ook de nodige ideeën opgedaan.

Diakenen zijn natuurlijk ook ooit voor het eerst diaken. Zij hebben echter in de classis waartoe ze behoren jaarlijks de gelegenheid een cursus voor nieuwe diakenen te volgen onder leiding van de Classicale Diaconale Commissie, soms verzorgd door het landelijke diaconaal bureau. Ook predikanten worden goed voorbereid op hun ambt. Zij hebben daarvoor een jarenlange studie gevolgd en de nodige oefeningen gedaan aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Voor ouderlingen is er zoiets niet. Een aantal jaren geleden heeft het Comité voor ambtsdragersconferenties1 die ook verantwoordelijk was de uitgave van dit blad (Ambtelijk Contact) een paar seizoenen cursussen georganiseerd voor nieuwe ouderlingen. Dat gebeurde dan in vier regio’s overeenkomstig de ressorts van de particuliere synoden.

Van de inhoud van die cursussen willen we hier wat doorgeven, zodat ook nu nog nieuwe ouderlingen zich wat meer kunnen voorbereiden en kennis dragen van de dingen die bij hun ambt horen. Ook voor ervaren ouderlingen kan het verfrissend zijn.

1. De ambten

Onze kerken kennen ambtsdragers. De kerkorde noemt dat diensten. Er worden vier diensten onderscheiden, die van de dienaren van het Woord, van de hoogleraren2, van de ouderlingen en van de diakenen. Van de dienaren van het Woord (meestal predikanten genoemd) geldt een speciale toelating (art. 4). Zij moeten beroepen worden, een examen afleggen, de goedkeuring van de gemeente hebben en in het openbaar bevestigd worden. Tot hun taak behoort dat zij volharden in de gebeden en in de bediening van het Woord en de sacramenten. Voorts dat zij als goede herder zorg dragen voor heel de gemeente en zich ervoor inspannen dat alles in goede orde geschiedt.

Nadrukkelijk bepaalt de kerkorde (art. 17) dat er zoveel mogelijk gestreefd wordt naar onderlinge gelijkheid ook ten aanzien van de ouderlingen en diakenen.

Hoogleraren hebben tot taak de Bijbel uit te leggen en de zuivere leer te verdedigen tegen afwijkingen en zo potentiële predikanten te leren en te vormen.

Ouderlingen worden door de gemeente verkozen uit een voordracht van de kerkenraad. De gemeente moet die verkiezing goedkeuren, de kerkenraad benoemt de gekozen broeders waarna de ouderlingen worden bevestigd. Tot hun dienst behoort het hoeden van de kudde, het toezien op leer en leven van de predikant, zorgen dat alles in goede orde geschiedt, het jaarlijks afleggen van het huisbezoek, trachten anderen te bewegen tot het geloof in Christus (art. 23) en het uitoefenen van de tucht als dat nodig is.

Diakenen worden op gelijke wijze als de ouderlingen verkozen, benoemd en bevestigd. Tot hun opdracht behoort het vervullen van de dienst der barmhartigheid.

Ouderlingen en diakenen zullen afhankelijk van de plaatselijke regeling drie of meer jaren dienen, waarna ze niet direct herkiesbaar zijn, uitzonderingen daargelaten.

De achtergrond van de ambten of diensten zoals die in de CGK gelden vindt zijn oorsprong in de Reformatie. Tegenover de hiërarchie van de ambten zoals die in de RK-kerk waren ontstaan werd het ene ambt van ouderling gesteld. Samen met de andere ouderlingen vormen zij het college van de kerkenraad dat leiding aan de gemeente moet geven. De reformator Bucer onderscheidt daarbij de leerouderling (predikant en hoogleraar), de regeerouderling (ouderling) en de hulpouderling (diaken).

Bijbels gezien kun je de ambten zien als een voortzetting van de taken die de apostelen in de vroege kerk hadden. Later werden zij bijgestaan door diakenen (Hand. 6) en weer later zien we dat met name de apostel Paulus evangelisten aanstelt en in plaatselijke gemeenten oudsten bevestigt. Een verdere uitwerking van de ambtsleer tref je in het Nieuwe Testament niet aan.

In het Oude Testament zien we de drie ambten van profeet, priester en koning. Hoewel er relaties te zien zijn met de huidige ambten, moet vooral beseft worden dat in het Nieuwe Testament die drie ambten verenigd zijn in ieder christen. Terecht wordt wel gezegd dat ieder christen in het ambt van alle gelovigen staat.

2. De taken van de ouderling

Zoals al eerder gezegd bestaat de dienst van de ouderlingen uit het (samen met de dienaren van het Woord) hoeden en weiden van de kudde, het toezien op de leer en het leven van de predikant, het alles betamelijk en in goede orde laten geschieden, erop toezien dat hun mede-ambtsdragers hun ambt trouw waarnemen en jaarlijks huisbezoek afleggen en het uitoefenen van de tucht. Daarbij zullen ze de leden van de gemeente vertroosten, vermanen en onderwijzen onder andere met het oog op de avondmaalsviering. De ouderlingen zullen tevens trachten anderen te bewegen tot het geloof in Christus.

In deze opsomming van de opdracht van de ouderling wordt centraal het huisbezoek genoemd. Het huisbezoek wordt daar niet persé als doel op zichzelf genoemd, maar meer als middel om de andere genoemde doelen te verwezenlijken. Van belang is daarbij te beseffen dat het huisbezoek niet het enige middel is dat ingezet kan worden, maar wel een belangrijke. Over huisbezoek zal in een aparte paragraaf gesproken worden.

Het uitoefenen van tucht is een van de opdrachten van de ouderling. Het is niet prettig wanneer de tucht moet worden uitgeoefend. Tucht is een middel met de bedoeling om de onder tucht gestelden op te roepen zich te bekeren van hun verkeerde opvattingen of handelingen. De tucht wordt altijd samen met de andere ouderlingen en predikant(en) uitgeoefend. Het gaat dan in eerste instantie om tucht over gemeenteleden, maar ook om tucht over ambtsdragers.

In de Kerkorde (de artikelen 71-79) wordt nadere uitleg gegeven over de wijze van handelen rondom de censuur en kerkelijke vermaning. De Bijbelse principes uit Mattheüs 18 zijn belangrijke uitgangspunten. Het gaat daarbij om het zo nodig afhouden van het heilig avondmaal en indien de vermaningen en de censuur voortdurend niet leiden tot herstel ten finale om de excommunicatie oftewel de ban. Wanneer een ambtsdrager een openbare of grove zonde bedrijft zal ook hij onder censuur worden gesteld. Dit zal in de meeste gevallen tot afzetting uit het ambt leiden. Predikanten worden in dat geval eerst geschorst.(art. 79).

Behalve de taak van tuchtuitoefening heeft de ouderling de roeping om samen met de andere ambtsdragers er zorg voor te dragen dat alles betamelijk en in goede orde geschiedt. We hebben het hier over algemene kerkregering, leiding geven aan de gemeente.

Allereerst valt hierbij te denken aan het feit dat er erediensten worden belegd en dat daar alles voor georganiseerd moet worden. Er zal een gebouw van samenkomst moeten zijn, een predikant in wiens levensonderhoud voorzien moet worden, gemeentelijke activiteiten moeten mogelijk gemaakt worden, er zal toegezien worden op de zuiverheid van de leer, er zullen contacten onderhouden worden met andere kerken, overheden e.d. enzovoorts. De kerkenraad zal er op moeten toezien dat de zaken van algemene kerkregering, waaronder ook het beheer van de financiën valt, de geestelijke regering niet gaat overheersen.

Integendeel, de algemene kerkregering staat in dienst van de geestelijke regering.

Met betrekking tot het bewaren van de zuivere leer wordt van de ambtsdragers verwacht dat zij een formulier ondertekenen waarin zij verklaren in te stemmen met de drie formulieren van enigheid en beloven in alles te handelen naar de geldende kerkorde en de verdere bepalingen en besluiten van de CGK. Extra wordt genoemd dat de kerkenraden er op toe hebben te zien dat de kinderen van de gemeente onderwijs volgen dat in overeenstemming is met de leer van de kerk zoals dit bij de kinderdoop beloofd is, en ook dat de gemeente toegerust wordt zodat de Heere in leer en leven gediend wordt om weerstand te bieden aan zowel de negatieve invloeden van verderfelijke lectuur als ook van de overige moderne communicatiemiddelen. (art. 54, 55)

Belangrijk is ook dat de ambtsdragers hebben toe te zien op elkaar. Zo zullen de ouderlingen ook actief aandacht hebben te besteden aan de prediking. Samen met de predikant dragen zij er verantwoordelijkheid voor dat de prediking de harten van de toehoorders raakt, uiteraard onder inwachting van de Heilige Geest.

De kerkenraad houdt ook de wacht bij het Heilig Avondmaal zodat er niemand wordt toegelaten tot de tafel dan die belijdenis van het geloof heeft afgelegd en getuigenis geeft van een godvruchtige wandel.

Ook bij het beleggen van de zondagse samenkomsten, een van de hoofdtaken, maakt de kerkenraad via een handdruk duidelijk dat hij de leiding heeft. De eredienst wordt voorafgegaan en ook afgerond met het zogenaamde consistoriegebed. De dienstdoende ouderling draagt de dienst aan de Heere op en roept de hulp van de Heilige Geest in. Na afloop wordt daarvoor dankgezegd en opnieuw gebeden voor de vrucht op de preek.

Wat betreft de overige genoemde doelen van het ouderlingschap, zoals vertroosten, vermanen, onderwijzen en bewegen tot het geloof zal besproken worden in de paragraaf over huisbezoek.

3. Het huisbezoek

Zoals eerder gezegd moet het afleggen van huisbezoek in eerste instantie als middel worden opgevat om bepaalde doelen te verwezenlijken. Echter, omdat het jaarlijks afleggen van huisbezoek expliciet in de kerkorde genoemd wordt, wordt het daarmee ook een doel op zichzelf.

Het is van belang te zien dat het huisbezoek ten tijde van de reformatie en nog jaren daarna toegespitst was op de avondmaalsviering. De avondmaalsviering is tot Zijn gedachtenis en daarin wordt de gemeenschap met de Heere en met elkaar beoefend. Het gaat daarbij om de troost te ervaren van het offer van Christus. Dit speelde in tijden van vervolging en moeiten een sterke rol. Vermaning kan ook een facet zijn van het avondmaal. Zij die een ergerlijk leven leiden of een valse leer koesteren moeten vermaand worden zich te bekeren en zich met God te verzoenen. Het is een belangrijke zaak dat gemeenteleden hierin onderwezen worden. En zij die God nog niet kennen worden ernstig bewogen tot het geloof in Christus.

Om te kunnen vertroosten en te kunnen vermanen, is allereerst nodig dat er goed geluisterd wordt. Het tijdens het huisbezoek vragen naar de algemene welstand van het te bezoeken gezin is dan ook een eerste noodzakelijkheid. Ouderlingen die tijdens het huisbezoek alleen maar spreken, schieten schromelijk tekort. Hoe zouden ze kunnen vertroosten en/of vermanen als ze niet weten wat er leeft?

Het geven van onderwijs, onder andere met het oog op het avondmaal, wordt ook genoemd. De ouderling wordt geacht thuis te zijn in het Woord van God en de leer van de kerk. Bijbellezen en gebed zijn onmisbare onderdelen van het huisbezoek. Een goede samenvatting van het huisbezoek luidt: ‘God ter sprake brengen bij mensen, en mensen ter sprake brengen bij God’.

Dit alles komt overeen met wat Paulus in de brief aan Efeze schrijft. God heeft diensten aan de mensen gegeven: ‘om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus, opdat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn, heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden, maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem die het Hoofd is, namelijk Christus’ (Ef. 4:12-15 HSV).

Wanneer dan in het vervolg (vs16) geschreven wordt over de banden die het lichaam samenvoegen , verbinden en van voedsel voorzien dan kunnen we in dit beeld direct denken aan de functie en betekenis van de ambtsdragers.3

Hiermee zijn de kernen van het huisbezoek weergegeven. Het is goed dat de ouderling zich regelmatig afvraagt: wat beogen we eigenlijk met het huisbezoek, wat is het doel?

4. Kerkelijke vergaderingen

Zoals al gezegd heeft een ambtsdrager in zijn eentje niet de mogelijkheid om besluiten te nemen, maar samen met zijn mede-ambtsdragers vormt hij een college dat leiding aan de gemeente geeft, namelijk de kerkenraad. In de vergaderingen van de kerkenraad zullen geen andere dan kerkelijke zaken behandeld worden en dat op kerkelijke wijze.

In breder verband zijn er ook vergaderingen van kerken in een regio, classis geheten, waarin alleen zaken besproken mogen worden die in de kerkenraad niet konden worden afgedaan of wat behoort tot de kerken van de bredere vergadering in het algemeen. Kerkenraden vaardigen een predikant, een ouderling en een diaken af naar deze vergadering en geven hen geloofsbrieven en eventueel instructies mee. De classisvergaderingen vinden doorgaans twee keer per jaar plaats, in het voor- en in het najaar.

Een keer per jaar komen classes die bij elkaar in de buurt liggen bij elkaar voor een zogenaamde particuliere synode. Er zijn er vier, een in het noorden, oosten, westen en het zuiden.

Eens in de drie jaar roept een daarvoor aangewe-zen kerk een generale synode bij elkaar met afgevaardigden uit de particuliere synoden. Ook deze vergadering behandelt alleen zaken die op een smallere vergadering niet konden worden afgedaan of die het algemeen belang van het geheel van de kerken raakt.

De vergaderingen zijn openbaar en kunnen door gemeenteleden en anderen worden bijgewoond, behalve wanneer de vergadering over vertrouwelijke zaken spreekt, dan gaat de vergadering in comité.

De meest voorkomende vergadering is die van de kerkenraad. De kerkenraad heeft het ambtelijk opzicht over al het kerkenwerk. Bij voorkeur worden er in consensus besluiten genomen en als dat niet mogelijk is met meerderheid van stemmen. Elke kerkenraadslid en elk gemeentelid kan desgewenst in beroep gaan tegen een kerkenraadsbesluit bij de classis. Onderlinge geschillen of klachten kunnen ook ter behandeling worden voorgelegd aan de commissie geschiloplossing.

Veel kerkenraden stellen een moderamen aan, dat namens de kerkenraad de bevoegdheid heeft om vergaderingen voor te bereiden, besluiten uit te voeren en in voorkomende gevallen voorlopige beslissingen te nemen in spoedeisende zaken.

In veel gevallen heeft de kerkenraad een commissie van beheer ingesteld die namens de raad de financiën en andere materiële zaken beheert. Zo worden er vaker commissies van voorbereiding of uitvoering ingesteld, maar te allen tijde onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad.

Eens per jaar ontvangt de kerkenraad visitatoren van de classis die er op toezien of de ambtsdragers ieder voor zich en gezamenlijk trouw hun ambt waarnemen.

5. Roeping, verkiezing en bevestiging

Wanneer een ouderling door de kerkenraad tot dat ambt wordt benoemd, dan is dat gebeurd via een verkiezing door de gemeente. Eerder heeft de kerkenraad de gemeente gevraagd namen in te dienen van broeders waarvan zij ziet dat deze de gaven van de Heilige Geest hebben ontvangen om de gemeente in het ambt te dienen. Op de kerkenraad wordt uit die ingediende namen door verkiezing zo mogelijk een dubbeltal aan de gemeente voorgesteld. Na gehouden verkiezing door de gemeente wordt de ouderling door de kerkenraad benoemd.

Door middel van de verkiezing wordt de gekozene geroepen in de dienst van God. Als de benoemde ambtsdrager na enige tijd wordt bevestigd in zijn ambt in een openbare eredienst, geeft hij dan ook een bevestigend antwoord op de vraag of ‘hij in zijn hart ervan overtuigd is dat God Zelf hem door Zijn gemeente tot deze dienst geroepen heeft.’ Het is goed voorstelbaar dat de verkozene die roeping ook inwendig wil ervaren. Een moment van bezinning na de verkiezing is dan ook alleszins redelijk. Soms zullen ambtsdragers rekening moeten houden met andere roepingen en omstandigheden, te denken valt aan de roeping van het gezin of de gezondheid. Wanneer een ouderling de roeping niet kan opvolgen dan vraagt hij de kerkenraad om ontheffing, hij is immers al benoemd. Dit zal dan met redenen omkleed moeten zijn. Anders kan het gezien worden als een eigenmachtig neerleggen van het ambt en daardoor trouweloos verlaten van de dienst (art. 80).

Deze zaken maken het ambt niet alleen gewichtig maar geven ook aan dat we het niet zelf opgenomen hebben, maar in de dienst van God staan. Dat geeft de zwaarte aan maar tegelijkertijd ook de steun van: ‘Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.’ (1Tess 5;24 HSV) Niet zonder reden wordt het ambtswerk ook een voortreffelijk werk genoemd.


Ad Heijstek, ouderling CGK Veenendaal (Pniël) en lid van de redactie


1 Het comité is in 2024 opgeheven. Ambtelijk Contact functioneert nu zelfstandig

2 De synode van 2019 heeft het ambt van hoogleraar geschrapt. Dit besluit ligt overigens nog onder revisie

3 Zie Prof. Dr. J.P. Versteeg in ‘Kijk op de kerk’.

Dit artikel werd u aangeboden door: Christelijk Gereformeerde Kerken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2025

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's

Voor nieuwe ouderlingen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2025

Ambtelijk Contact | 24 Pagina's