Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging. (Lukas 18:37)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging. (Lukas 18:37)

8 minuten leestijd

(Lukas 18:37)

Barthimeüs leidde een moeilijk leven. Er waren immers geen blindeninstituten, er waren geen sociale uitkeringen, niets van dat alles. Hij was blind en arm. En Barthimeüs is niet de enige van wie dit in de Bijbel geschreven staat. Zo lezen we in Openbaringen 3 een scherp getuigenis over de Laodicenzen. ‘Gij weet niet dat gij zijt, …arm en blind…’

En zegt de Schrift het niet van ons allemaal? Is dat niet de werkelijkheid van elk mens van nature? Als het gaat om de geestelijke dingen, dan zijn we blind. Voor onze zonde en schuld. En dat blijkt uit het feit dat we geen last hebben van de zonde. En datzelfde geldt van genade. We kunnen misschien aangeven wat het woord ongeveer betekent, maar dat we er blind voor zijn, blijkt uit het feit dat we geen moeite doen om die genade te krijgen.

Omdat hij blind was, was Barthimeüs ook arm. Ook dat zegt de Heere Jezus over de Laodicensen. En ook over ons. We kunnen denken dat we heel wat hebben. Geld, een huis, een auto, noem maar op. En ook op geestelijk gebied kunnen we denken dat we heel wat bezitten. We zijn toch gedoopt, we zijn kinderen van het verbond, we zijn trouw meelevend kerklid enzovoorts. Maar als het meer niet is, dan zijn we geestelijk toch arm. Want tenzij wij wedergeboren worden, kunnen wij het Koninkrijk van God niet binnengaan. En dan ben je arm. Als je zonder God leeft en buiten Zijn Koninkrijk staat.

Hebben wij dat al geleerd? En hebben wij daar de Heere Jezus voor nodig gekregen? Barthimeüs wel.

Op zekere dag ging er een grote menigte voorbij en aan Barthimeüs werd verteld dat Jezus voorbijging. En dat waren woorden waar hij van opveerde. Want hij had het gerucht gehoord dat Jezus zieken genas en nooddruftigen hielp.

Diezelfde boodschap is ook de hoop voor een zondaar of een zondares die aan zijn geestelijke blindheid en armoede is ontdekt. En dan denk ik aan wat Calvijn daarover heeft gezegd. Namelijk dat waar het Woord wordt gepredikt, dat Jezus daar voorbijgaat ‘in het gewaad van het Woord’. Hij is met en in dat Woord aanwezig. En zo klopt Hij op ons hart. Hetzij om ons te nodigen, hetzij om ons te waarschuwen, hetzij om ons te onderwijzen, wat dan ook.

En dat is dan de tijd waarop Barthimeüs actief moet gaan worden. Want stel voor dat hij dit moment voorbij laat gaan. Dan was Jezus aan hem voorbijgegaan. En dan was hij blind gebleven. Daarom roept hij Hem nu aan. Luidkeels, en aanhoudend.

En zo moeten wij dat ook doen. Als Jezus voorbijgaat, dan is het de welaangename tijd. De profeet Jesaja heeft gezegd: Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is. Roept Hem aan terwijl Hij nabij is. En als we dat niet doen, dan blijft het eeuwig donker. En dan blijven we eeuwig arm.

En dan moeten we niet zeggen: ‘Ja maar, het geloof is toch een gave Gods? En wedergeboorte en bekering zijn toch geen dingen die ik zelf kan bewerken? Dat moet God toch doen?’

Dat zijn wel rechtzinnige waarheden, maar als we daarmee rustig kunnen doorleven, dan worden die waarheden leugens in onze mond. Want inderdaad is het zo, dat alleen de Heere de zaligheid kan geven. Het is Zijn werk en Zijn genade. Maar tegelijkertijd zegt Hij wel: ‘Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven’. En als Jezus voorbij gaat in het gewaad van Zijn Woord, dan moeten we niet uitstellen. Als Hij weer voor ons staat, dan moeten we Hem aanroepen. Hij geeft toch Zijn belofte dat wie Hem aanroept in de nood, die vindt Zijn gunst oneindig groot? Hij wil blinden toch het liefelijk gezicht geven en armen met goederen vervullen?

Laten we een voorbeeld nemen aan die arme en blinde bedelaar in Jericho. Van veel dingen heeft hij spijt gehad. Maar van één ding nooit. En dat is het moment geweest dat hij is gaan roepen tot Jezus. Zone Davids ontferm U mijner! En zo zal een zondaar het nooit berouwen als hij tot de troon der genade leert vluchten. Want Hij heeft tot het huis Jakobs niet gezegd: zoekt Mij tevergeefs. Nee, Hij belooft: wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 januari 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging. (Lukas 18:37)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 januari 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken