Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Luther over de overdenking van de Heilige Schrift (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Luther over de overdenking van de Heilige Schrift (5)

10 minuten leestijd

In een aantal artikelen denken we – zowel in het Reformatiejaar 2017 als in 2018 – na over wat Luther naar voren heeft gebracht over de overdenking (meditatio) van de Heilige Schrift. In het eerste deel stonden we stil bij de manier waarop Luther als jonge monnik in aanraking is gekomen met de meditatie in het klooster. In het tweede deel stellen we de vraag hoe Luther in zijn werken geschreven heeft over de overdenking van de Schrift.

Mediteren

Wat is mediteren over de Schrift eigenlijk? De vorige keer hebben we geluisterd naar twee omschrijvingen van Luther. De eerste was: ‘Mediteren is: in het binnenste overdenken’. Dat betekende – zo zagen we – dat voor het overdenken van de Schrift tijd en rust nodig is. En vooral dat de genade van de Heilige Geest onmisbaar is: alleen Hij kan het Woord echt in ons hart brengen. De tweede omschrijving was: ‘Mediteren is: herkauwen’. We zagen dat Luther daarmee onder meer wees op het noodzaak van het hardop lezen van het Woord van God. En op het in kleine stukjes verdelen van de Bijbeltekst en het overdenken van de kleine woordjes.

Kloppen op de rots

In deze aflevering luisteren we naar een derde omschrijving. Ergens schrijft Luther namelijk ook dat mediteren is: ‘met Mozes kloppen op de rots’. Het is duidelijk dat Luther hier verwijst naar de woestijnreis. Op zeker moment dorst het volk. Mozes krijgt de opdracht om met zijn staf op de rots te slaan. En als hij dat doet, stroomt er water uit, zodat de Israëlieten kunnen drinken en nieuwe kracht ontvangen (Exodus 17: 1-7).

Zo is het volgens de reformator ook met de Schrift. Op het eerste gezicht kan een Bijbeltekst iets ongenaakbaars hebben, iets geslotens. Zoals de rots. Maar wie op de rots slaat, zal een stroom van water vinden die zijn dorstige ziel verkwikt.

Nu is het opvallend dat Luther niet schrijft over ‘slaan op de rots’, maar over ‘kloppen’ [pulsare]. Het laat zich vermoeden dat de reformator nog aan een ander Bijbelgedeelte heeft gedacht. Een gedeelte waar we een aansporing vinden tot gebed, en waar beloofd wordt dat God het gebed verhoort: ‘Bid en u zal gegeven worden; zoekt en hij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden’ (Mattheüs 7: 7). Als Luther schrijft over ‘kloppen’ op de rots, bedoelt hij dus, dat we de Bijbel moeten lezen met het gebed of de Heere het Woord wil openen voor ons verstand en voor ons hart.

Luthers ontdekking

Dat biddend kloppen op de Bijbeltekst blijft niet ongezegend. We weten dat uit Luthers eigen leven. Immers, zijn grote ontdekking was – menselijkerwijs gesproken – vrucht van het kloppen op de Bijbeltekst. Al is Luther zelf de eerste om erop te wijzen, dat het God was Die hem tot deze ontdekking bracht: Hij heeft Zich over hem ontfermd. Maar dan toch wel in de weg van het biddende kloppen op de Bijbeltekst.

In de voorrede op zijn Latijnse werken (1545) vertelt Luther hoe hij in zijn bestudering en overdenking van de Schrift was gestuit op Romeinen 1: 17: ‘Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.’ Deze woorden waren voor Luther als een harde, ongenaakbare rots. Luther: ‘Ik kon de rechtvaardige, de zondaar straffende God niet liefhebben, integendeel, ik haatte Hem zelfs. Ondanks dat ik als monnik onberispelijk leefde, voelde ik mijzelf toch een zondaar voor God en werd erg gekweld door mijn geweten. Ik durfde niet te hopen dat ik door mijn voldoening aan God, Hem op enige wijze zou kunnen verzoenen. En hoewel ik niet openlijk in lastering tegen God uitbarstte, morde ik toch inwendig ontzaglijk tegen Hem. Alsof het nog niet genoeg zou zijn dat God, die geplaagde, met alle soorten van ongeluk beladen, door de erfzonde en de wet der Tien Geboden eeuwig verloren zondaar, nu ook nog door het evangelie ellende op ellende zou vermeerderen, en met Zijn gerechtigheid en Zijn toorn moest. bedreigen Zo woedde ik wild met een verward geweten.’

Poort van het paradijs

Toch kon Luther het niet laten om als een dorstige op de rots van deze Bijbeltekst te blijven kloppen: ‘Evenwel klopte ik als een wanhopige bij Paulus aan om deze plaats [uit de brief aan de Romeinen] te verstaan. Ik had een brandende dorst om te weten wat Paulus bedoelde.’

En in die weg ontfermde God Zich over Luther. Hij deed een fontein ontspringen uit de rots: ‘Toen heeft God Zich over mij ontfermd! Dag en nacht was ik diep in gedachten verzonken, totdat ik eindelijk acht gaf op het tekstverband van de woorden … Toen begon ik de gerechtigheid Gods te verstaan, als zulk één waardoor de rechtvaardige door de gave Gods leeft, namelijk uit het geloof. Ik begon nu te zien dat dit de bedoeling is: door het evangelie wordt de gerechtigheid Gods geopenbaard, namelijk de passieve [gerechtigheid], door welke de barmhartige God ons door het geloof rechtvaardigt. Zoals geschreven staat: ‘De rechtvaardige zal door zijn geloof leven (vgl. Romeinen 1:17) … Op die manier is deze plaats van Paulus voor mij werkelijk de ‘poort van het paradijs’ geworden’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 januari 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Luther over de overdenking van de Heilige Schrift (5)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 23 januari 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken