Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De wil en het doen van de Heere

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De wil en het doen van de Heere

10 minuten leestijd

Rond de Paas- en Pinksterdagen is er een belijdenisdienst. Meestal zijn het jongeren die openbare belijdenis doen of zoals wel gezegd wordt ze doen geloofsbelijdenis. Zelf mocht ik daar vele jaren bij betrokken zijn. Onvergetelijk. Nu was op de belijdeniszondag de gewoonte dat de aanstaande belijdende leden van de gemeente, begeleid door de predikant, onder het zingen van de regels ‘Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten in. Daar staan o Godsstad onze voeten’ (Psalm 122:1) de kerkzaal binnenkwamen en daarna gingen zij zitten op de stoel of in de bank. Nu ging er van die gereedstaande stoel of bank een welkomstgroet uit. Het moment was altijd ontroerend. Soms heel bijzonder. Soms waren het personen die door de voorzienige leiding van de Heere met de Kerk en zo met het Woord in aanraking kwamen. Enkelen moesten ook gedoopt worden. Aan het belijdenis doen gaat veelal een periode van bezinning, van overweging, vooraf. Het is fijn als er in die tijd een goed contact is met de predikant of ouderling. Er kunnen vragen zijn. Gemoedsvragen. Geestelijke vragen. Vragen die het belijden raken. Het belijden op de belijdeniszondag en daarna. Want de één staat hier en de ander staat daar in de samenleving. Er wordt ook gehoord: in het gevraagde ja-woord spreekt het persoonlijk geloof. Ook hoort men: belijdenis doen en avondmaal horen bij elkaar. Van een belijdend lid wordt avondmaalsviering verwacht. Al deze vragen zijn niet van nu. Ze werden in de vorige eeuw al gehoord. Nu leven ze in elke gemeente. Vaak ook te zien op de avondmaalszondag na het belijdenis doen. Een levensvraag is: waarom en waartoe gaat men aan het avondmaal? Wat heeft het Woord, de kerkdienst gedaan? Leven de kerkdiensten? Nog een belangrijke zaak: door de doop in de Naam van de drie- enige God is men dooplid van de Kerk geworden. Gedragen op de doopzondag in de kerk, met ’s Heeren bedoeling als men mag blijven leven om zeker vanaf 4 of 5 jarige leeftijd mee te gaan naar de Kerk en het christelijk onderwijs te gaan volgen. In het doopuur hebben de ouders beloofd en voorgenomen als hun kind tot zijn of haar verstand gekomen is, in de voorzeide leer naar hun vermogen te onderwijzen of te doen en te helpen onderwijzen. Welk een zegen heeft de Heere erbij gegeven: het christelijke, reformatorische onderwijs. Wat ouders niet kunnen wordt op school gedaan. Het dient tot levenskennis, ontwikkeling, vorming en zegen. Het reformatorische onderwijs is geen traditie van vader op zoon. Een Goddelijke gave, met een Goddelijk doel. Laten docenten zich dit bewust zijn en zich daarvoor inzetten. Nu mag niemand leven met een afschuifsysteem. Want dat is erg. De docent heeft het snel gedaan. Gaat het mis met de jongen of het meisje dan wordt in de eerste plaats gewezen naar de school. Het wijzen naar de ander is in het paradijs al begonnen. Dat er voor de opvoeding en levensvorming thuis, voor de catechese in de kerk en voor de docent op school steeds het gebed tot de Heere zij, Die mildelijk geeft en niet verwijt. En vanzelf is het kind erbij betrokken. Onder ons mogen veel behoeftige, bedelende ouders aan Gods genadetroon zijn. De overtuiging dient in de ontwikkelingsperiode te groeien bij het kind of bij de kinderen dat God de Heere een levensplaats heeft gegeven in de kerk. De plaats kan wisselen. Men kan door werkkring of huwelijk in een andere plaats terecht komen. Dan vindt men voortaan daar zijn of haar plaats. Gaat het over die plaats, God de Heere geeft een goede, juiste plaats. Over de plaats in de Kerk mag en moet zelfs naar het Woord met de Heere gesproken worden. Wie het doet komt op of gaat een goede weg. Wie dit gezocht heeft, komt niet beschaamd uit en stemt niet in met kerkroem of domineesroem. Ook het laatste is een gevaar. Eren om het werk in de wijngaard staat daarbuiten. Afgeven op kerk of predikant en erin roemen dat men het nu gevonden heeft, heeft geen grond in de Schrift. Mensenverering en –verheerlijking smelten weg als sneeuw voor de zon. Verandering van kerk moet pijn doen. De verlaten Kerk moet men niet kunnen vergeten. Wanneer dit niet zo is, dan is het onttrekken aan de Kerk niet juist en zeker niet recht. Het gaat immers in het leven allereerst om het Woord, de Kerk en de prediking. Daar heeft de Heere ons vanaf ons doopuur aan gebonden. Dat behoort zeker voor elk die belijdenis doet te leven. Met de vraag aan de Heere Hem te kennen. Het leven door en met de Heere. God wil daarop gewezen worden. Welk een wonder is dit. God de Heere maakt dode zondaren tot wedergeborenen. Het geboorteproces voltrekt zich. In Jakobus 1:18 wordt daarop gewezen. Welk een tegenstelling is het met wat staat in de verzen 14 en 15. Op beeldende wijze wordt daar het verloop van het zondeproces beschreven. Maar in vers 18 wordt het heilswonder getekend. Het volmaakte geschenk van God. God de Heere is de Gever van het nieuwe leven. Het waarachtige, eeuwige, onvergankelijke leven. Onverliesbaar. Jakobus gebruikt het beeld van een vrouw die een kind ter wereld brengt. Wat er bij de geboorte en na de geboorte gezien wordt. Gelijk er blijdschap mag zijn in de kraamkamer, zo is er blijdschap in de hemel. Blijdschap over wat er zich op aarde voltrekt en dat naar het wilsbesluit van de Heere. Achter de wedergeboren mens staat de willende God. Middellijk voltrekt zich het willen van God. God doet geboren worden door het Woord der Waarheid. Dat is de prediking, de inhoud ervan en zo de verkondiging van de Waarheid. De enige Waarheid. Door de verkondiging vernieuwt de Heere mensen. Jakobus constateert de werkelijkheid ervan. Het belang van de Woordverkondiging is zeer groot. God de Heere vernieuwt daardoor mensen. Dat gebeurt in de Kerk. De Kerk is ’s Heeren werkplaats.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

De wil en het doen van de Heere

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 mei 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken