Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het geweten (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het geweten (3)

“… al is het dat mij mijn consciëntie mij aanklaagt”

9 minuten leestijd

Over de plaats van het geweten in de opvoeding en de bekering

Vorige keer zijn we geëindigd met de conclusie dat de Schrift ons leert, dat álle mensen bij hun geboorte een geweten hebben meegekregen.

Ook wordt in Gods Woord de taak of functie van het geweten aangegeven: getuigen. Wie ingaat tegen de in de mens aanwezige kennis van de norm, krijgt te maken met het verschijnsel van het spréken van het geweten. Wie de norm overtreedt, wordt door zijn eigen geweten aangeklaagd. We krijgen lást van ons geweten! Het mede-weten functioneert. Ik weet met mijzelf, dat ik schuldig sta aan een overtreding van de mij bekende norm. Het gaat dan over een zeker zelfbewustzijn; iets wat je weet, waar je jezelf van bewust bent. Iets wat je jezelf herinnert.

Dieren hebben geen geweten. Je kunt ze wel africhten. Ze hebben ook wel een soort instinct waardoor ze bepaalde dingen wel doen en andere dingen niet doen. Ze ontvluchten het gevaar en zijn misschien zelfs bang voor straf, denk bijvoorbeeld aan een hond. Toch spreken we bij een dier niet van een geweten.

Het onderscheid tussen mens en dier heeft het ook te maken met het beeld van God. Dat wij een geweten hebt, komt omdat we naar het beeld van God geschapen zijn. De Heere heeft ons gemaakt, en niet wij onszelf. Hij heeft in ons hart het bewustzijn gelegd. Het bewustzijn dat God er is. Het bewustzijn wat ieder mens ten diepste heeft: dat hij niet voor niets op deze wereld is, dat hij ergens vandaan komt en ergens heen gaat, zoals de Prediker zegt en ik zeg het in eigen woorden: ‘Al gaat de zon op en al gaat hij onder, en al lijkt alles een doelloze cirkel, God heeft de eeuw in je hart gelegd. En ik weet dat alles wat God doen zal, in der eeuwigheid zijn zal.’

Nu, dat bewust zijn van God en het bewust zijn van goed en kwaad, van recht en onrecht, van zonde en schuld, heeft te maken met het beeld van God. God heeft dit in ons gelegd. Bij Adam en Eva, bij u en bij mij.

Er is ook een andere kant aan het geweten, een schaduwkant zou je kunnen zeggen. We hadden het net over kennis van goed en van kwaad. Hadden Adam en Eva een geweten? Ja, ze waren naar het beeld van God geschapen en ze wisten van het goede, namelijk: de wil van God te doen.

Maar hun geweten was toch anders dan dat van ons nu. Zij wisten namelijk niet wat kwaad was. Bij hen functioneerde het geweten niet als een beschuldigend, veroordelend geweten. Zij waren in de diepste zin ‘onnozel’, zonder kennis van het kwade.

Eva’s geweten begon haar te waarschuwen toen ze van de vrucht nam. Toen ze de eerste zondige overweging maakte, protesteerde haar geweten uit alle macht! Toen ze de vrucht aan Adam gaf, protesteerde zijn geweten ook.

Door de ontzettende werkelijkheid van de zondeval begon het geweten van de eerste mensen te spreken in aanklagende zin: “Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar dat zij naakt waren” (Gen. 3:7). Adam en Eva wéten en erkénnen dat zij kwaad hebben gedaan. Daarom vluchten zij weg van God in het dichte geboomte van de hof van Eden. Zij zijn niet, die zij behoren te zijn! Dat is het innerlijke getuigenis van hun geweten

Samenvattend mogen we zeggen, dat het geweten alles te maken heeft met het geschapen zijn naar het beeld van God en het gaat om de zondekennis, kennis van goed en kwaad. Het geweten is een ingeschapen vermogen of functie van de mens. Deze functie dwingt ons onszelf rekenschap te geven van onze daden en dat naar de normen, die wij als gezaghebbend hebben leren erkennen. De Schrift kent geen autonoom geweten, waarop wij ons kunnen beroepen om ons gedrag te rechtvaardigen. Het geweten zelf draagt geen normen aan voor de beoordeling van ons denken en streven, handelen en gevoelen. Het kan zelfs fundamenteel dwalen. Het geweten functioneert dan ook niet bij ieder mens op gelijke wijze. Het moet worden geheiligd en gereinigd door de wedergeboorte! Laten we dat laatste altijd vasthouden

Nu wil ik graag nog een paar dingen opmerken over de inhoud van het geweten.

Het geweten van ieder mens erkent, dat er sprake is van goed en kwaad. Doch wat goed en kwaad is, wordt niet bepaald door het geweten zelf. De eerste kennis van de norm ontvangt de gevallen mens uit de ingeschapen kennis van God en Zijn Wet. Die kennis wordt zeer verhelderd en toegespitst, als hij door middel van het Woord met de geopenbaarde Wet des Heeren in aanraking komt.

Elk mens draagt immers nog een vaag en verduisterd bewustzijn van het bestaan van God in zich om. Hij beschikt om een woord van Calvijn te gebruiken uit zijn commentaar op de Romeinenbrief te gebruiken nog slechts over “enige vonken der rechtvaardigheid”. Art. 14 van de N.G.B. spreekt over “kleine overblijfselen” van de gaven, die God de naar Zijn beeld geschapen mens had verleend. Die restanten ontnemen de mens enerzijds elk excuus. Anderzijds is het onmogelijk om daar door God tot zaligheid te kennen. Al het licht dat in ons is, is in duisternis veranderd (Joh. 1:5, art. 14 N.G.B.). Geliefde lezer is dat u al eens tot schuld geworden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het geweten (3)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken