Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lessen uit 1 Thessalonicensen (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lessen uit 1 Thessalonicensen (5)

Afzender en adres

9 minuten leestijd

Paulus en Silvánus en Timótheüs aan de gemeente der Thessalonicenzen, welke is in God den Vader en den Heere Jezus Christus: Genade zij u en vrede van God onzen Vader en den Heere Jezus Christus. (1 Thessalonicensen 1: 1)

Een brief

Na het overhaaste vertrek uit Thessalonica zijn Paulus en Silas eerst naar Beréa gegaan (Handelingen 17: 10-12). Vandaar is Paulus naar Athene gereisd (Handelingen 17: 13-15). Na enige tijd voegen Silas en Timotheüs zich daar bij hem. Paulus is intussen echter vol zorg over de gemeente in Thessalonica. Hij stuurt Timotheüs terug naar deze gemeente (1 Thessalonicensen 3: 1-3). Zelf trekt hij verder naar Korinthe. En als na enige tijd Silas en Timotheüs in Korinthe aankomen, besluit de apostel een brief te schrijven aan de Thessalonicensen. Het is de brief die we vers voor vers met elkaar willen gaan lezen in deze rubriek.

Het was in de oudheid de gewoonte om een brief volgens vaststaande regels te beginnen. Eerst vermeldde je de afzender, daarna de geadresseerde(n), in de derde plaats schreef je een groet en tenslotte een dankzegging. Dat patroon zien we in de brieven van Paulus bijna altijd terugkeren. Ook in de Thessalonicensenbrief. Tegelijk geeft Paulus aan deze algemeen verbreide gewoonte een christelijke inhoud. Hoe dat gebeurt, zullen we nu gaan zien.

Afzender

Paulus begint met de afzender van de brief te vermelden. Dat was in die tijd gebruikelijk, zodat als iemand een opgerold document ontving, hij in één oogopslag kon zien van wie het schrijven was.

Het eerste dat opvalt aan de afzender, is dat Paulus zichzelf niet uitvoerig introduceert. Hij duidt zichzelf niet aan als apostel of iets dergelijks, maar noemt alleen zijn eigen naam. Fergusson zegt hierover: ‘Een dienaar van Christus moet niet altijd of gewoonlijk zijn waardigheid als en gezag als dienaar … bena-drukken, behalve wanneer het duidelijk is, dat zoiets bijdraagt aan de voortgang van het werk van zijn Meester’. Een les in ootmoed dus.

Het tweede opvallende is dat Paulus nog twee namen noemt: die van Silas en Timotheüs. Waarom juist deze twee? Het eerste antwoord is dat juist deze twee mannen betrokken zijn geweest bij de stichting van de gemeente in Thessalonica; het zijn mannen van het eerste uur. Bovendien zijn ze op het moment dat Paulus zijn brief geschreven heeft, ook aanwezig geweest in Korinthe. Ze betuigen als het ware hun instemming met Paulus’ woorden.

Intussen ligt er volgens James Fergusson een belangrijke les in de drie namen waarmee de Thessalonicensenbrief begint. Drie mannen die eerder betrokken zijn geweest bij het ontstaan van de gemeente, blijken ook na hun vertrek biddend betrokken te zijn op de zaak van Gods Koninkrijk in Thessalonica. Ze bidden, leven mee en onderhouden briefcontact. De vraag is: Kennen wij – zeker als we in de ambtelijke dienst werkzaam zijn – ook iets van deze betrokkenheid?

Adres

Vervolgens vraagt de manier waarop Paulus de gemeente van Thessalonica aanduidt, onze aandacht. Laten we bedenken dat de apostel alle reden had om bezorgd te zijn over de Thessalonicensen. Hij had hen achtergelaten in een situatie van onzekerheid en vervolging. De gelovigen in deze stad waren nog maar enkele maanden geleden tot bekering gekomen. Hun kennis was nog maar erg beperkt. Voor zover ze uit heidense kringen kwamen (vergelijk vers 9), waren ze de heidense leefpatronen nog maar korte tijd ontwend.

Tegen die achtergrond klinkt de aanduiding van de gemeente van Thessalonica als een geloofsbelijdenis. Paulus zegt namelijk over ‘de gemeente der Thessalonicenzen’, dat zij ‘is in God den Vader en den Heere Jezus Christus’.

Zoals altijd hebben we te bedenken, dat Paulus de gemeente naar haar wezen aanspreekt. Naar haar wezen is de gemeente een gemeente van ware gelovigen. Dat betekent niet dat er geen kaf onder het koren schuilgaat. Er zijn ook ongelovigen en schijngelovigen in de gemeente. Daar houdt de Bijbel steeds weer rekening mee.

Daar zullen wij ook rekening mee moeten houden. Er zijn bekeerden, onbekeerden en schijnbekeerden in de kerk. En voor hen allen geldt dat ze zich ook nog weer in zulke heel verschillende situaties bevinden. De prediking moet daarom onderscheid maken. Bovendien moet ze proberen zondaren te ontdekken en te ontmaskeren. Want niets is zo liefdeloos als een prediking waarin iedereen die belijdenis heeft gedaan, maar wordt behandeld als een waar gelovige. Soms wordt dat met een misplaatst beroep op het ‘oordeel der liefde’ wel verdedigd. Dat is gevaarlijk, want dan wordt er enerzijds iets waars geschreven, namelijk dat het ‘oordeel der liefde’ moet worden gehanteerd. Maar anderzijds wordt dat verkeerd toegepast. We zullen toch allen wel aanvoelen, dat het nooit de bedoeling van het ‘oordeel der liefde’ kan zijn om de dwaze maagden in slaap te laten en de dwaze bouwer rustig te laten zitten op zandgrond. Wij kennen de harten niet. Maar juist daarom moet er in de prediking gesepareerd en gewaarschuwd worden.

Terug naar Paulus’ woorden. Als hij de gemeente van Thessalonica aanduidt als ‘in God den Vader en de Heere Jezus Christus’, gaat hij dus aan deze realiteit niet voorbij. Wel spreekt hij de gemeente hier aan naar haar wezen. Of zoals Fergusson het zegt: De band met God en Christus is ‘uitwendig in alle zichtbare leden van de kerk’, maar daarnaast ‘inwendig in ware gelovigen’. Een volgende keer meer daarover.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Lessen uit 1 Thessalonicensen (5)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken