Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Toch gegeten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Toch gegeten

9 minuten leestijd

Het is een vraag die steeds weer op de catechisatie en de jeugdvereniging terug komt. Een vraag die ook bij ouderen om een antwoord roept. Ik citeer de vraag: de mens mocht niet eten van de boom der kennis des goeds en des kwaads. God wist toch dat hij het wel doen zou? En hoe kan de mens toch ongehoorzaam zijn als hij volmaakt is geschapen?

Wat we bij het denken over deze dingen niet moeten doen is redeneren vanuit God, de Schepper. We zijn maar kleine mensen hoor en na de val erover praten en redeneren brengt ons, gezien ons verduisterde verstand, niet verder. We moeten in ons denken uitgaan van alles wat God ons openbaart en laat weten. En als het dan over de schepping en de val gaat moeten we slechts concluderen dat God de mens goed en naar Zijn Beeld heeft geschapen, maar dat de mens, opgehitst door de duivel, zijn positie onder God niet wilde erkennen en het gebod van God heeft overtreden. En ja, Adam en Eva waren volmaakt, zondeloos uit Gods hand voortgekomen. Maar dat hield blijkbaar niet in dat zij niet konden vallen. Anders had God ze niet hoeven waarschuwen immers? Laten we langs deze lijnen denken. In de geschiedenis van de zondeval laat God zien waar de oorzaak van alle ellende ligt. Bij de mens. Had God de val niet kunnen verhoeden? Natuurlijk, maar dat is iets wat geen enkele rol in ons denken mag spelen. Op die manier redenerend is God nog de schuld van alles: Waarom heeft Hij de zonde niet tegen gehouden, zo redeneren we dan!

Opgepast dus om verkeerd over God te denken. Ondertussen is het wel waar dat God geweten heeft hoe het zou lopen. Hij wist ook dat Kain zijn broer zou doden. Maar wat Kain betreft moeten we slechts bedenken dat God Kain ernstig heeft gewaarschuwd. Hij wist dat het volk in ballingschap zou gaan. Maar wat het volk betreft moeten we in onze gedachten houden het eenvoudige feit dat God het volk van te voren gewaarschuwd heeft. En bij de waarschuwingen altijd ook de belofte: Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? Genesis 4:7a. God wist dat het volk der belofte de Messias zou verwerpen. Maar hoe ernstig heeft Hij door middel van Johannes de Doper gewaarschuwd dat een ieder die de Zoon ongehoorzaam is, het leven niet zal zien in der eeuwigheid, Johannes 3:36. Maar, nog eens, al die waarschuwingen gingen gepaard met de belofte: Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven, ook weer Johannes 3:36.

Het is dus beter ons bij die dingen te houden in alle eenvoudigheid. Wat weet een mens van de verborgen dingen in Gods raadsbesluiten? Laten we ons houden aan de ons geopenbaarde dingen.

Hoe zal het echter op de nieuwe aarde zijn? Als de mens in de staat der rechtheid vallen kon, kan dat dan niet als hij opnieuw in de staat der rechtheid mag verkeren? Dan dient de verloste mens de Heere toch ook gewillig? Loopt die gewilligheid geen gevaar opnieuw in onwilligheid te veranderen? Het antwoord moet zijn: nee! Om verschillende redenen. Allereerst is daar de boze geest met zijn verleidingen niet meer. In de tweede plaats wordt de mens dan volmaakt en eeuwig geleid door de Heilige Geest, de Geest van Christus. De verloste mens draagt het beeld van Christus en is Hem in alles gelijk. Luister maar: Onze wandel is (nu) in de hemelen, waaruit wij de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus. Die ons (nu) vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Christus’ heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen, Filippensen 3:21. Met andere woorden: de mens verkeerde voor de val in een staat waaruit hij vallen kon. Maar door Christus’ volmaakte werk kom ik in een staat waarin ik niet meer vallen kan. Dank zij de opstandingskracht van Christus. Dank zij Gods onwederstandelijke genade. Dank zij de roeping en verkiezing die onberouwelijk zijn. Het is Augustinus die het heel treffend heeft verwoord: Eerst verkeerde de mens in de staat van een posse non peccare (een kunnen niet zondigen). Na de val kwam hij in de ellendige toestand terecht van een non posse non peccare (een niet kunnen niet zondigen). Straks zal het uit genade zijn een non posse peccare (een niet kunnen zondigen). U begrijpt de woordspeling in het latijn, vertaald en het nederlands. Er is ons (nog) veel verborgen. Maar dat dit gebeuren zal is zeker, want God heeft het ons geopenbaard. Voor ons blijft het gebed over en geve de Heere het u en mij: HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als vanouds, Klaagl. 5:21. Intussen hartelijk bedankt voor de vraag! Ik hoop dat ik u een beetje kon helpen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Toch gegeten

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken