Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Paulus en Gods wil

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Paulus en Gods wil

12 minuten leestijd

Lang geleden werd een tekening gezien. Het was een sprekende, leerzame tekening. Een werkende straatveger en boven zijn hoofd een vriendelijke engel neerkijkend op de werkzame man. Het beeld is niet vergeten. Het leeft nog mee. Temeer omdat het levenslessen bevat. De straatveger was een van de stadsbeelden, bijzonder voor de oorlog. Het straatvegen behoorde tot de beroepen. Leren voor dit beroep was niet noodzakelijk. Voor ieder was er werk.

Aan de straatkant van de trottoirband lag meestal vuilnis. De taak van de straatveger was het vuil te verwijderen.

Dit moest naar behoren gebeuren. Op zich een gemakkelijk, eenvoudig werk. Wat de tekening van de straatveger liet zien, heb ik al in de kinderjaren gezien. Een levensles werd toen al meegegeven. Bewaard voor het laag neerzien op zo’n eenvoudige werker. Nu de tekening erbij. Een engel boven het hoofd van de werker. Kijkend, goedkeurend. Het beroep van straatveger was naar de belijdenis een eerzaam beroep. Een Goddelijk beroep. Van de werker werd wel wat gevraagd. Getrouwheid. Het doen van ’s Heeren wil. Het eenvoudige, steeds hetzelfde doen, viel daar niet buiten. De eenvoudige straatveger met zijn betrekkelijk laag salaris mocht over zijn beroep met de Heere spreken. Met de vraag: Heere, geef wat er staat in de verklaring van de derde bede. ‘Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde’ (zondag 49). Zo’n straatveger heb ik gekend. Wanneer we de inhoud van de zondagsafdeling nagaan, dan staat niemand er buiten. De woorden ‘ambt en beroep’ vormen samen een wijd begrip. Komt dit bijzonder op de biddag nog aan de orde? De Heere heeft er recht op. De Heere geeft en werkt.

Levenswerkelijkheid van ambtsdragers, predikanten en werkvolk. Op welke plaats men ook staat. Gelijken ambtsdragers op Paulus? Voor de poort was iets gebeurd wat heel zijn leven ging beheersen. De wil van de Heere. In de Bijbel, in Zijn Woord, in Zijn wet, heeft God de Heere Zijn wil bekendgemaakt. Naar die wil hebben we te handelen. Onze Schepper, de Leidsman, de Verzorger door dit leven, heeft daar recht op. Nu dient er acht op gegeven te worden dat de wil van God twee zijden heeft. Gelijk de ene zon die heeft. Naar de Schrift moeten we spreken van denken, van handelen, naar de verborgen zijde van Gods wil en de geopenbaarde zijde van Zijn wil.

Mozes heeft in opdracht van zijn Meester gezegd: De verborgen dingen zijn voor de Heere onze God. De geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen om hun die bekend te maken. Deut. 29:29. Nu wil dit onderscheid ons niet aangeven en ons voorhouden dat we met Gods verborgen wil en zo met ’s Heeren besluit niets te maken hebben. Beide zijden van Gods wil komen tot ons. De verborgene om daarin te berusten, zelfs om te leren daaruit troost te putten. De geopenbaarde om die te gehoorzamen. Mijn dagelijks werk is Gods gave, vraagt verplichting en geeft aansporing om daarover met de Gever van ambt of beroep te spreken. Nu heeft de Heere Jezus in het volmaakte gebed de wil des Heeren een plaats gegeven.

Zelf heeft Hij op aarde getrouw geleefd bij Gods wil en hoe geleefd. Met lust, heeft Jezus gezegd. Mijn spijze is dat Ik doe de wil des Vaders Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng. Joh. 4:34.

We weten wat Jezus in Gethsemane bad tot de Vader tot driemaal toe. In volledige aanvaarding en volbrenging van de wil van de Vader door Jezus. Wat nu de verklaring van de derde bede ons voorhoudt mag niet buiten ons leven staan. Gebed om wilsverzaking. Gebed om wilsgehoorzaamheid. Gebed om ambtsgetrouwheid en getrouwheid in het beroep. Jezus is gezalfd tot ambtsdrager, maar heeft tot zijn dertigste jaar een beroep gekend. Hij was timmerman.

In de werkplaats van Zijn vader en zo onder de mensen. En dat in Nazareth. In Galilea. Na Zijn dertigste jaar bleef Hij leven onder de mensen. En hoe is het nu vanuit de hemel. Hij maakt waar dat Hij is Jezus Christus de Heere. Vanaf de troon en hier beneden. Er komt en zo zal er zijn de betrachting van Gods wil in ons ambt of beroep in gewilligheid en getrouwheid. Zelfs in het kleine. Er blijkt iets van getrouwheid van ’s Heeren knechten in de hemel. Zijn engelen. Waar genade komt, daar is ook de liefde tot ’s Heeren wil en die liefde blijft. Paulus’ leven is daar een sprekend bewijs van. Het gebeuren voor de poort van Damascus en daarna het gebeuren in de straat de Rechte was voor hem onvergetelijk. Zo gaat het in het genadeleven. Ook voor ambt of beroep. Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal. Maar daar gaat wel wat aan vooraf. Paulus kwam tot confrontatie met de Heere Jezus, en hoe. Het gebeurt nog en hoe dat bepaalt de Heere naar dat Hij nodig acht. Hij is als Zijn Vader, de Hartenkenner. De Proever der nieren. Hij doorgrondt en kent ons. Hij weet ons zitten en ons opstaan. Hij verstaat van verre onze gedachten. Niets is Hem onbekend. Laten we onthouden dat Jezus slechts eenmaal op de grote dag als Wereldrechter over levenden en doden zal optreden. Hij spreekt ook in de tijd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Waar geestelijk leven gaat werken en zo door Gods Geest het hart is aangeraakt, dan is de werkelijkheid daarvan merkbaar. Bij de ene meer dan bij de ander. Dat houdt ook verband met leeftijd en bedreven zonden. De Heere stelt alles ordentelijk voor ogen. Hoe diep en zwaar de zondekennis moet zijn, die zondekennis is het gevolg van Godskennis en daar staat het verdienstelijke werk van Jezus niet buiten. Niet tot verzachting, maar tot verzwaring. Voor Saulus was het een scherpe pijl. Ik ben Jezus Die gij vervolgt. In Jezus’ volgelingen had Paulus Jezus’ Naam en zo Zijn Persoon willen doden.

Nu wordt Paulus gearresteerd en hoe is zijn houding. Paulus levert zich als een misdadiger uit. Vol overgave. Bevend en verslagen. Hij weet zich overwonnen. Hij laat ook zien dat hij overwonnen is. Al zijn gebruikte wapens levert hij gewillig in. Niet noodgedwongen. Hij levert ook zijn lichaam in. Zijn ziel. Zijn verstand en zijn gevoelsleven. Ook wat voor Paulus het voornaamste was. Ook zijn godsdienstig leven met de dwaze zelfovertuiging God de Heere een dienst te bewijzen. Wat was zijn eigen wil belangrijk geweest. Maar nu niet meer zijn wil, maar nu alleen ’s Heeren wil.

U Heere, hebt zeggenschap over heel mijn leven en in mijn leven. Leer mij Heere Uw weg. Ik zal in Uw waarheid wandelen. Verenig mijn hart tot de vreze van Uw Naam. Hij wil leven in woord en daad naar Gods wil. Dat vraagt steeds knieënwerk. Dat geeft knieënwerk.

Maar niet zonder vrucht. Persoonlijk en ambtelijk. In de samenleving en in de dienst van de Heere. Een dienst der liefde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 juni 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Paulus en Gods wil

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 juni 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken