Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lessen uit 1 Thessalonicensen (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lessen uit 1 Thessalonicensen (6)

Genade en vrede

9 minuten leestijd

Genade zij u en vrede van God onzen Vader en den Heere Jezus Christus. (1 Thessalonicensen 1: 1b)

Na de afzender en het adres vraagt de groet aan het begin van de Thessalonicensenbrief onze aandacht: ‘Genade zij u en vrede van God onze Vader en de Heere Jezus Christus’.

Gebruikelijke groet

Als we deze heel bekende woorden horen – Paulus begint er veel van zijn brieven mee – is het gevaar groot, dat we alleen holle klanken beluisteren. Zonder dat de diepe inhoud tot ons doordringt. Het is daarom goed apart over deze rijke groet na te denken.

In de tijd van het Nieuwe Testament werd in het Griekse taalgebied vaak het woord ‘chaire’ gebruikt aan het begin van een brief. Letterlijk vertaald betekent dat: Wees blij, wees verheugd. In de loop van de tijd kreeg dit woord de betekenis: Wees gegroet. Daarnaast werd in Joodse kringen de groet ‘shalom’ gebruikt: Vrede.

Als Paulus nu aan het begin van de Thessalonicensenbrief zijn groet neerschrijft, sluit hij enerzijds bij deze bestaande groeten aan en geeft hij er tegelijk een verdiepte inhoud aan.

Paulus gebruikt namelijk niet het Griekse woord ‘chaire’, maar een woord dat daar in de klank veel op lijkt: ‘charis’. En dat woord heeft de betekenis van ‘genade’.

En als de apostel daar de Joodse groet ‘vrede’ aan toevoegt, laat hij er geen onduidelijkheid over bestaan, wat voor genade en vrede hij bedoelt: die ‘van God onze Vader en de Heere Jezus Christus’.

Zó gaat de apostel ook in zijn brieven met zijn medemens om. Hij gebruikt geen ijdele, inhoudsloze woorden, maar woorden die tot de rand gevuld zijn met een diepe betekenis. Het stelt ons voor de vraag hoe wij onze woorden gebruiken. In onze gesprekken, maar ook in onze mails, en appjes.

Eerste woord

Laten we er vervolgens eens op letten, dat het woord ‘genade’ – na de afzender en het adres – het allereerste woord in de Thessalonicensenbrief is. Het is alsof Paulus ermee wil zeggen: Het allerbelangrijkste dat ik u voor alle andere dingen toewens en toebid, is genade. Laat die genade ook het allereerste zijn, dat u zoekt in uw leven!

In dezelfde lijn tekent Fergusson bij onze tekst aan: ‘In de eerste plaats moet door ons Gods genadige gunst en welwillendheid gezocht worden, hetzij voor onszelf (Psalm 4: 6), hetzij voor anderen’.

Bron en kanaal

Juist voor mensen die dorstig zijn geworden naar Gods genade, ligt er vervolgens zoveel onderwijs in de slotwoorden van vers 1. Daar maakt de apostel namelijk duidelijk, bij Wie er genade gezocht moet worden. Bij ‘God de Vader en de Heere Jezus Christus’. God de Vader is de Bron (‘fountain’) van alle genade. En Christus is het Kanaal (‘conduit’) – zo schrijft Fergusson – waardoor Gods genade tot ons gebracht wordt.

Hij voegt eraan toe: ‘Genade en vrede zijn zulke zaken die we niet kunnen verdienen door eigen inspanning of moeite; ze komen van God, ze moeten van Hem gezocht worden, en we moeten meer afhankelijk zijn van Zijn zegen als het gaat om het verkrijgen van iets dat onder het kompas van genade en vrede valt, dan van onze wijsheid, inspanning of ijver’. Bovendien kunnen genade en vrede alleen gezocht worden, als we deze dingen ook zoeken van Christus als Middelaar. Hij heeft deze zegeningen immers verworven!

Vrede

Behalve over genade schrijft Paulus ook over vrede. Hij doet dat in de tweede plaats. Want alleen wie genade van God ontvangen heeft, kan ook echte vrede ervaren. Vrede zonder genade is geen echte vrede. Dat is alleen maar valse rust.

Wat wordt met de echte ‘vrede’ bedoeld? Fergusson noemt drie aspecten. Het gaat voor alles om vrede met God door het bloed van Christus. En – de Schotse predikant noemt dat er in één adem bij – om vrede in het geweten.

In de tweede plaats gaat het om vrede met de schepselen. Wie vrede met God kent, komt ook in een andere verhouding te staan tot de engelen (Kolossensen 1: 20), tot de medemens en tot zichzelf. Er wordt in de Bijbel zelfs gesproken over vrede met de dieren van het veld (Hosea 2: 18).

In de derde plaats heeft het woord ‘vrede’ ook de betekenis van welvaart en zegen, zoals daar in Psalm 122 van gezongen wordt.

Genade en vrede – dat zijn de twee dingen die de apostel de gemeenteleden in Thessalonica allereerst toewenst. Kort geleden is een aantal van hen – wie het zijn, is in de hemel bekend – tot echte bekering en geloof gekomen. Maar ook voor de ware gelovigen geldt, dat ze in dit leven altijd weer genade nodig hebben. Zodat ze bewaard worden in de staat van de genade. Zodat Gods genade des te meer zal blijken in hun leven. Zodat de zonde meer en meer ten onder gebracht zal worden. Zodat ze mogen wandelen op een wijze die in overeenstemming is met de genade die ze ontvingen.

En als er zo genade nodig is voor hen die tot echte bekering kwamen, hoeveel te meer dan niet voor hen die nog alleen uitwendig tot de gemeente behoren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 juni 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Lessen uit 1 Thessalonicensen (6)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 juni 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken