Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Morenland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Morenland

8 minuten leestijd

Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken. Psalm 68:32

Het gaat in de tekst over het tegenwoordige Ethiopië. Een land dat diep in Afrika ligt. In de Bijbel komen we Morenland een aantal keren tegen. En daar heeft dat volk geen beste naam. Het wordt ons getekend als een oorlogszuchtig volk. Daarbij is Morenland ook het symbool van een volk dat ver weg is. Ver weg van Jeruzalem en het heiligdom. Morenland, daar doelde de Heere Jezus op toen Hij sprak van ‘de einden der aarde’. En dan is Morenland ook nog het symbool van de zondige mens. Zo komen we dat tegen in Jeremia 13 bijvoorbeeld: Zal ook een Moorman zijn huid veranderen of een luipaard zijn vlekken? Zo zult gijlieden ook kunnen goed doen, die geleerd zijt kwaad te doen.

En zo krijgen we de geestelijke lessen van deze tekst aangereikt. Ons wordt allereerst een beeld geschetst van de mens. Een beeld dat door Paulus in Romeinen 3 wordt uitgewerkt. Daar kijken wij in de spiegel van ons bestaan. ‘Wij hebben te voren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn (…) er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe’. Dat is de Moorman. Dat is ook de Chinees. En de Europeaan. Dat bent u en dat ben ik. De mens die geneigd is om God en zijn naaste te haten. We hebben een ziel die zwart is van zonden en ongerechtigheden. En zelf hebben we geen mogelijkheid om het anders te maken. Hebt u daar al erg in gekregen? Wat het is om zóndaar te zijn?

En nu zegt de tekst: Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken. Maar hoe komt Morenland daar nu toe? Hoe zal het ooit zijn handen kunnen uitstrekken tot God, als het niet eerst van God gehoord heeft? Dus, voordat Morenland de handen naar God uit kan strekken, moet God eerst Zijn handen naar Morenland uitstrekken. En daarom laat de Heere Zijn Evangeliewoord in de heidenwereld horen. En dan moet er ook nog het wonder gebeuren dat gesloten harten geopend worden. Want anders reageert er geen mens.

Maar nu laat God dat Woord nooit ledig tot Zich wederkeren. En daarom zijn ze gekomen naar Jeruzalem. De koningin van Scheba. De kamerling van Candacé. Die kwamen allebei uit Morenland. Ze hebben het Woord van de levende God gehoord. Misschien door een handelsreiziger die iets heeft verteld van Israëls God. Maar hoe dan ook en door wie dan ook. Die boodschap is geloofd. En toen zijn ze gegaan.

En zo werkt God nog. De Schrift laat ons zien dat, voordat een mens God begint te zoeken, God de mens zoekt. God is altijd de eerste. Kijk maar in Genesis 3. Adam en Eva lopen bij God vandaan met het voornemen om nooit meer een vinger naar Hem uit te strekken. Maar…Gód strekt Zijn handen uit en het klinkt uit Zijn mond. Waar zijt gij?

Dat is toch een wonder? Dat God Zijn handen uitbreidt, zelfs tot een wederstrevig volk? Dat de Heere mensen achterna wandelt die van Hem weggelopen zijn? En als God Zijn handen uitstrekt naar Morenland. Dan zien we dat wonder gebeuren. Als de Geest meekomt in dat gepredikte Woord. Dan gebeurt er wat onze tekst zegt: Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.

En wat wordt daar dan mee bedoeld? Wanneer strekt iemand zijn handen uit? Wel dat is iets wat een drenkeling doet. En dan betekent het: red mij! Dat doet ook een bedelaar. En hij bedoelt: geef mij! En ook een kind doet dat. En dan vraagt het: help mij! In de tekst zit iets van nood. Morenland zal zich háásten. In het Koninkrijk van God heeft alles haast. Ai, háást U tot mijn hulp en red! Hoor naar de stem van mijn gebed!

En dan geeft de Heere aan drenkelingen en bedelaars, schuldigen en armen er nog een garantie bij. Kijk maar in de tekst. Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken. Want hoe je het ook wendt of keert, de tekst is een belofte. Hoe ver weg ze ook zijn. Of ze nu in het zuiden van Afrika of in de binnenlanden van China wonen. Hoe zondig, en hoe vijandig ze ook zijn. Morenland zál! En daar staat de drie-enige God garant voor. De drie-enige God zegt: Ik wil… en zij zullen.

En zolang deze woorden in de Bijbel staan, zolang is er voor een zwarte, blanke, gele of rode zondaar hoop.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 juli 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Morenland

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 juli 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken