Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spijkers en gaatjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Spijkers en gaatjes

8 minuten leestijd

Genesis 50:15 Toen Jozefs broeders zagen dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten; en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad dat wij hem aangedaan hebben.

Ik las eens van een jochie dat vaak ondeugend was. Op een dag nam zijn vader een plankje en elke keer als die jongen weer wat uithaalde, sloeg zijn vader een spijker in die plank. Het duurde niet lang of die plank was zo vol spijkers, dat er niet één meer bij kon. Toen de jongen dat zag, ging hij erover nadenken en beloofde zijn vader dat hij zijn leven zou beteren. En elke dag die goed ging, trok zijn vader een spijker uit de plank. En toen die op een goede dag weer helemaal leeg was, liet hij hem aan zijn zoon zien. Maar wat zei die jongen? ‘Ik zie de gaatjes nog waar de spijkers hebben gezeten’. Als een herinnering aan al die verkeerde dingen. Dit is iets wat we in de Bijbel en in het geestelijke leven ook tegenkomen. Ook in de Jozefsgeschiedenis.

Het blijkt dat de broers nooit zijn vergeten wat ze Jozef hebben aangedaan. Maar zolang vader Jakob nog leefde, hebben ze zich veilig gevoeld. Jozef zou toch geen wraak op hen nemen, want hij wilde zijn vader niet nog meer verdriet bezorgen. Maar nu is hij gestorven, en wat zal Jozef nu doen? Ze vreesden kennelijk dat die wraak alsnog zou kunnen komen.

Maar het is toch inmiddels al meer dan veertig jaar geleden dat dit gebeurd is? En ze hebben er toch berouw van gehad? Ze hebben hun kwaad toch aan Jozef beleden? En heeft Jozef hen niet heel duidelijk vergeven en zijn liefde aan hen getoond? Ja, dat is allemaal waar. En toch waren die broers onrustig. En toch dachten ze nog terug aan het kwaad dat zij hun broer hebben aangedaan.

We zien hieruit dat de zonde ons leven lang meegaat. Mensen krijgen soms jaren later nog last van dingen die in hun vroege jeugd zijn gebeurd. Vorig jaar stierf er iemand in onze gemeente die bijna honderd jaar was. Het was een godvrezende man, die ook jarenlang ouderling is geweest. Maar hij vertelde mij enkele weken voor zijn dood hoeveel last hij had van dingen die hij gedaan had toen hij vijftien jaar was. Dat was vijfentachtig jaar geleden!

Misschien denk je: maar als je zonden vergeven zijn, dan hoef je je daar toch niet meer druk om te maken? Dat is toch verzoend? De Heere vergeeft en vergeet toch? Laat dat vanuit God bezien zo zijn, maar vanuit de mens bezien, ligt dat toch anders.

Luister eens naar David in psalm 25. Daar is hij aan het einde van zijn leven gekomen. En als hij terugkijkt naar zijn leven, dan ziet hij ze weer, de zonden van zijn jeugd. En dan vraagt hij: ‘Sla de zonde nimmer gâ, die mijn jonkheid heeft bedreven’. David was een kind van God. David kende de vergeving van zonden. Maar hij kon ze zichzelf niet vergeven. Hij zag al de gaatjes in de plank van zijn leven. En datzelfde lezen we bij Paulus. Hij schrijft in 1 Korinthe 15:9 ‘Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de gemeente Gods vervolgd heb.’

Dat heeft hij zichzelf nooit kunnen vergeven. En dat zien we ook bij de broers van Jozef. Die hebben het zichzelf nooit kunnen vergeven wat zij Jozef hebben aangedaan. En vandaar hun bange vraag.

Je hoort sommige mensen weleens heel snel en onbezorgd zeggen dat ze niet meer denken aan hun zonden, want die zijn vergeven. God is toch liefde? En er staat toch dat wie zijn zonde belijdt, vergeving zal krijgen? Nou, beloofd is beloofd en daar hoef je dus niet meer over in te zitten.

Maar Gods kinderen vergeten echt niet wat er verkeerd is gegaan in hun leven. Ze kunnen zich dat niet vergeven. En de Heere herinnert hen daar bij tijden ook aan. Want David en Paulus waren geïnspireerd door de Heilige Geest toen zij psalm 25 en 1 Korinthe 15 schreven. Hij liet hen dat opschrijven.

Zodat Gods kinderen daar in 2018 door worden onderwezen en bemoedigd. De Geest brengt het verleden weleens voor de aandacht. Niet omdat er bij God geen vergeving is, maar om Gods kinderen ootmoedig en klein te houden. En dat ze steeds weer opnieuw vragen: zeg Gij tot mijn ziel: Ik ben uw heil alleen.

ds. M.A. Kempeneers www.bewaarhetpand.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 juli 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Spijkers en gaatjes

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 juli 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken