Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het geweten (13)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het geweten (13)

Over de plaats van het geweten in de opvoeding en de bekering

9 minuten leestijd

Geliefde lezer, de vorige keer zijn we geëindigd met de opmerking: wanneer uw geweten is ontwaakt, wanneer het u aanklaagt en u onrustig maakt, dan gaat ongetwijfeld die vraag leven: maar hoe wordt mijn geweten dan gereinigd? Hoe komt er vrede in mijn hart? Op die gewichtige vraag hopen we de volgende keer, als de Heere dat geeft, in te gaan. Die vragen wil ik dan nu ook met Gods hulp proberen te beantwoorden. Wat is Gods werk in de ziel, in het geweten, toch een geheim. Wie zal dat kunnen uitleggen? De Heilige Geest is zo nodig om het te leren verstaan en om er iets over te schrijven.

Het gaat dus over de meest wezenlijke vragen: hoe de Heere dat werkt, hoe je geweten gereinigd wordt, hoe je schuld vergeven wordt, hoe je zonden vergeven worden, zodat je recht mag komen te staan tegenover de Heere. Want zo alleen kan er de ware vrede in je zijn en veroordeelt je geweten je niet meer, maar spreekt het je vrij. Paulus mocht daar heerlijk van getuigen: ‘Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God’ (Romeinen 5:1). Vanuit die beleefde werkelijkheid schrijft hij dan ook met betrekking tot zijn geweten: ‘En hierin oefen ik mijzelven, om altijd een onergerlijke consciëntie te hebben bij God en de mensen.’ Zijn geweten was gereinigd door het bloed van Christus en nu was het zijn verlangen om dat geweten niet weer te laten bezoedelen door de zonden. Het was daarin zijn verlangen om heilig voor God en mensen te leven.

Daar ging ook in het leven van Paulus wel iets aan vooraf. Denk maar aan zijn ontmoeting met Christus op de weg naar Damascus. Daar werd hij aan zijn eigengerechtigheid ontdekt. Hij zag de dwaasheid in om Gods kinderen te vervolgen en daarin Christus. Zijn hele leven werd hem daar tot schuld.

Op de noodzaak van die kennis van schuld wijst ook de profeet Jeremia, wanneer hij schrijft: ‘Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEE- RE uw God hebt overtreden.’

In zijn klein vragenboekje gaat ds. L.G.C. Ledeboer in op de noodzaak van die ellendekennis, als hij vraagt: ‘Waarin openbaart zich die rechte kennis?’ Het antwoord luidt: ‘In zichzelf schuldig te kennen en God te billijken in Zijn straffen.’

Daar moet het komen: dat u met de strop van veroordeling, met de tranen van berouw neervalt voor de voeten van Prins Immanuël. Lees maar eens hoe Bunyan dat zo treffend beschrijft in zijn boek De Heilige Oorlog. Luister maar hoe David dat onder woorden brengt in Psalm 51:

Ik heb gedaan, wat kwaad was in Uw oog;

Dies ben ik, HEER’, Uw gramschap dubbel waardig.

Het geweten overtuigt David ervan dat hij niet alleen gezondigd heeft, maar ook dat hij straf verdient. Denk maar aan de belijdenis van de moordenaar aan het kruis: ‘En wij toch rechtvaardiglijk, want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben.’ Matthew Henry zegt: ‘Ware boetvaardigen erkennen de rechtvaardigheid Gods in al de straffen over hun zonde.’ Zo werkt de Heilige Geest in de beleving, dat Hij mij naar recht veroordelen mag en kan. Luther onderstreept de noodzaak om onszelf te leren veroordelen. Hij zegt daar het volgende over: ‘Zolang als jij jezelf rechtvaardigt en handhaaft voor God, door jezelf te verontschuldigen, door het te ontkennen, door het te bagatelliseren, door gewenning of door een farizeïstische houding van compenseren, word je voor altijd en immer veroordeeld door God. Maar wie zichzelf veroordeelt, zal niet veroordeeld worden door God. Wie zichzelf veroordeelt, wordt door God vrijgesproken.’ Dat is de les die we verder geestelijk leren moeten met zondag 5 waar de vraag wordt gesteld: “Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er enig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen?” Hier is dus zo’n zondaar aan het woord, die onderschrijft dat hij schuldig staat voor God en dat hij daarom straf verdiend heeft. Maar er is nog nader onderwijs nodig in een vitaal punt, namelijk dat er voor de schuld betaald moet worden. Luister maar naar het antwoord: God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede; daarom moeten wij aan haar, óf door onszelven, óf door een ander, volkomenlijk betalen. Geliefde lezer is dat voor u een geestelijke werkelijkheid geworden, dat u de schuld betalen moet, omdat Gods gerechtigheid dat eist? Daar wordt een onmogelijkheid geboren, want Gods Woord zegt het ons zo duidelijk met de woorden van de berijmde Psalm 49 vers 3: “Hij kan dien prijs der ziele, dat rantsoen, aan God in tijd noch eeuwigheid voldoen”. Is dat uw nood geworden: “Betaal Mij wat gij schuldig zijt en niet te kunnen betalen?” Dan wordt daar de bede geboren: “wat moet ik doen om zalig te worden, want dat is van mijn kant onmogelijk”. Mag u daarmee instemmen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 november 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het geweten (13)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 november 2018

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken