Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lessen uit de eerste Thessalonicensenbrief (19)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lessen uit de eerste Thessalonicensenbrief (19)

Tentenmaker En Heraut

9 minuten leestijd

Alzo wij, tot u zeer genegen zijnde, hebben u gaarne willen mededelen niet alleen het Evangelie Gods, maar ook onze eigen zielen, daarom dat gij ons lief geworden waart. Want gij gedenkt, broeders, onzen arbeid en moeite; want nacht en dag werkende, opdat wij niemand onder u zouden lastig zijn, hebben wij het Evangelie Gods onder u gepredikt. (1 Thessalonicensen 2: 8-9).

Op allerlei manieren maakt Paulus in 1 Thessalonicenzen 2 duidelijk, hoe hij in Thessalonica verkeerd heeft. In deze aflevering willen we verder gaan met luisteren naar de verdediging van de apostel. Als Gods Geest deze dingen zo uitvoerig heeft laten opschrijven, kan het niet anders of daarin liggen ook allerlei lessen voor ons vandaag.

Het hart van de apostel

In vers 8 gunt Paulus ons een blik in zijn hart. Aan het begin van dat vers schrijft hij dat hij ‘zeer genegen’ tot de Thessalonicenzen is geweest. Paulus roept hier – tegen de achtergrond van vers 7 – het beeld op van een liefhebbende moeder die ernaar verlangt haar kind te voeden. En in het slot van het vers zegt hij, dat de Thessalonicenzen hem ‘lief geworden’ waren. Wonderlijk is dat! De apostel kende de Thessalonicenzen aanvankelijk helemaal niet. En na zijn verblijf van enkele weken natuurlijk nog maar een klein beetje. Maar toch is er liefde in zijn hart. Een liefde die God in zijn hart legde. Vrucht van de onbevattelijke liefde van Christus voor zondaren.

Zo is het nog. Als de Heere een dienaar van het Woord naar een gemeente zendt, legt Hij altijd liefde tot zo’n gemeente in het hart van een dienaar. Wat een zegen als die liefde mag blijven, verdiept mag worden en als er steeds meer een band mag komen door het Woord. Laat dat het gebed mogen zijn van dienaren en gemeenteleden!

Het is deze liefde geweest, waardoor de apostel niet alleen het Evangelie van God wilde meedelen aan de Thessalonicenzen, maar daar ook zichzelf voor over had: ‘Alzo wij … hebben gaarne willen mededelen … ook onze eigen zielen’. De vorige keer hebben we al iets van de betekenis van die woorden overdacht. Paulus wilde er ook mee zeggen, dat hij – na alle lijden dat hem in Filippi overkomen is – met gevaar voor zijn leven naar Thessalonica gekomen is en daar gepreekt heeft. Maar er is meer. Dat gaat Paulus duidelijk maken in vers 9.

De handen van de apostel

Paulus doet hier een beroep op de herinnering van de Thessalonicenzen: ‘Want gij gedenkt, broeders…’. De apostel wil zeggen: U herinnert zich het wel… Wat? Dat hij tijdens zijn verblijf in Thessalonica zware arbeid heeft verricht. ‘Onze arbeid en moeite’, schrijft hij. Volgens Fergusson wijst het woord ‘arbeid’ naar ‘je inspannen totdat je vermoeid bent’, terwijl ‘moeite’ verwijst naar ‘werken nadat je al afgemat bent’. De apostel heeft dus gewerkt totdat hij zeer vermoeid was, en daarna heeft hij, vermoeid, doorgewerkt. ‘Nacht en dag’, zoals hij zelf met een joodse uitdrukking schrijft.

Welk werk de apostel deed, weten we uit Handelingen 18:3. Hij was ‘tentenmaker’. Dat handwerk of vergelijkbare werkzaamheden zal hij ook in Thessalonica uitgeoefend hebben. Zijn drijfveer daarbij was: ‘opdat wij niemand onder u zouden lastig zijn’. Fergusson legt dat als volgt uit: Als Paulus toch om financieel onderhoud van de Thessalonicenzen had gevraagd, zou ‘vanwege niet genoemde redenen de voortgang van het Evangelie anders vertraagd zou zijn onder hen’.

Fergusson wijst erop, dat Paulus door andere gemeenten wel werd onderhouden (2 Korinthe 11:8 en Filippenzen 4:14). Het is, zo schrijft hij, Bijbels dat dienaren van het Woord niet worden ‘ingewikkeld in de handelingen des leeftochts’ (2 Timotheus 2:4), maar zich helemaal kunnen wijden aan de dienst van het Evangelie. Alleen als er in een gemeente gebrek, armoede of een goddeloos gebrek aan offervaardigheid (‘profane unthankfulness’) is, geldt het voorbeeld van de apostel in Thessalonica.

Intussen liggen in de tekening van Paulus als tentenmaker in Thessalonica, tenminste drie lessen:

[1] De bewogenheid van de apostel met zielen: Zozeer was Paulus gericht op de zaligheid van zielen en zó verlangde hij naar een goede ingang van het Evangelie, dat hij daarvoor nacht en dag wilde werken en zware handenarbeid wilde verrichten, toen dat nodig was.

[2] De wijsheid van God: Wat Paulus tijdens zijn verblijf in Thessalonica nooit heeft kunnen zien, maar wat achteraf duidelijk werd, is dat God Zijn wijze bedoeling had met Paulus’ handenarbeid. Later zullen namelijk in de gemeente van Thessalonica verschillende mensen zijn die in een overgeestelijke en overspannen verwachting van de wederkomst hun dagelijks werk neerleggen. En dan zal de apostel hen oproepen om met hun eigen handen te werken en zijn voorbeeld na te volgen (2 Thessalonicenzen 3:6-12).

[3] De uitnemende liefde van Christus: Want het was Christus’ liefde die de apostel bracht tot zijn zelfopofferende leven. Van nature blies Paulus ‘dreiging en moord’. Maar God veranderde de leeuw in een lam. En Christus zond Paulus in grote bewogenheid uit naar de Thessalonicenzen om het Woord onder hen te brengen.

De mond van de apostel

Intussen is de apostel natuurlijk niet alleen naar Thessalonica gekomen om daar te werken. Het ging hem erom, het ‘Evangelie Gods’ mee te delen (vers 8). Als een heraut. Maar daarover Deo volente de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 februari 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Lessen uit de eerste Thessalonicensenbrief (19)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 februari 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken