Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Adam, waar ben je? (2, Slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Adam, waar ben je? (2, Slot)

9 minuten leestijd

“Tegenwoordig proberen sommige christenen een middenweg te zoeken tussen orthodoxe theologie en vrijzinnige theologie: ze zijn orthodox als het gaat om de centrale delen van het evangelie, maar vrijzinnig als het gaat om Genesis 1-3. Dat kan nooit goed gaan; uiteindelijk loopt dit hele denken, zoals sinds de Verlichting steeds weer gebeurd is, in voortschrijdende etappes uit op vrijzinnige theologie.”

Met deze zinnen zet dr. Willem Ouweneel zijn boek ‘Adam, waar ben je?’ in. Het betreft de stelling boven hoofdstuk 1. De bijbeltekst uit 2 Timotheüs 4 die hij daarbij plaatst, is zo mogelijk nog scherper: “Er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen; en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot fabels wenden.” Het is vanaf het begin duidelijk wat het uitgangspunt van de schrijver is. De conclusie van zijn betoog wordt onomwonden al aan het begin geponeerd: schepping en evolutie zijn onverenigbaar. Wie beide wil combineren, levert onmiskenbaar en onontkoombaar in op de betrouwbaarheid van de Heilige Schrift als het onfeilbare Woord van God. Die kostprijs is al te hoog!

Dr. Ouweneel schreef het grootste deel van zijn boek nog voordat vorig jaar in reformatorisch Nederland de discussie begon naar aanleiding van het boek van dr. Gijsbert van den Brink ‘En de aarde bracht voort’. Toch zag hij nog kans in dit boek zijn weerwoord te geven. Ouweneel beheerst de ‘kunst’ veel te zeggen met veel woorden. De betoogtrant is glashelder, maar door de vele herhalingen en uitweidingen is het geheel wel wat vermoeiend. Belangrijker is: zijn argumentatie is steekhoudend. Naar mijn gedachten weerlegt hij de stellingen van Van den Brink c.s. op overtuigende wijze.

Het front waartegen Ouweneel zich keert is dat van de opvatting dat Adam een “geëvolueerde hominide” was, in het boek gemakshalve steeds aangeduid als AGH. Dat wil zeggen: een mensachtig wezen, geproduceerd door evolutionaire biologische processen. Aanhangers van deze gedachte willen graag ruimte laten voor de idee van menselijke evolutie, en tegelijk (!) willen ze op een of andere manier vasthouden aan de noties van de historische Adam en de historische zondeval. Daarbij vallen grote namen als die van John Stott, James I. Packer en Tom Wright, naast die van Gijsbert van den Brink. Dat ‘historische’ van Adam en van de zondeval moet dan wel worden omgebogen naar iets dat plaatsvond toen de wereld al lang bevolkt was door mensachtige wezens, en waar de dood altijd al een plaats had gehad.

Al op de eerste bladzijden van zijn boek laat Ouweneel zijn afwijzing blijken, Hij voegt zich onder meer bij woorden van de calvinistische baptist en theoloog John Piper: “Ik geloof niet in evolutie als de manier waarop Adam mens werd. Ik denk dat God Adam en Eva schiep uit het stof van de aardbodem. Ik denk dat hij uniek was en dat hij de vader van de hele mensheid is – Adam en Eva – en dat hij niet het product is van een lang evolutieproces. Ik kan dat niet rijmen met de manier waarop het in de tekst staat. En ik denk dat het erg belangrijk is dat Adam een historische figuur was, omdat dat de manier is waarop hij behandeld wordt door de andere Bijbelschrijvers. De kernpassage in Romeinen 5 stort in elkaar, en de hele aard van Gods verbondssluiting met Adam, en dan zijn val, en dan Christus die de tweede Adam is, daar blijft niets van over als Adam geen historische persoon is.”

Met dit citaat is als in een notendop de inhoud van Ouweneels stellingname weergegeven. Hijzelf heeft er heel wat meer woorden en wel tien hoofdstukken voor nodig. Bij zijn uiteenzetting over de evolutieleer wijst de schrijver op de onafscheidelijke ideologische setting daarvan. Aan het slot van dat hoofdstuk geeft Ouweneel als zijn mening, dat het onmogelijk is om consequent te geloven zowel in de betrouwbaarheid van de Bijbel als in darwiniaanse evolutie. We moeten het ene of het ander kiezen. Deze steeds weer onderbouwde stelling komt op veel plaatsen in het boek terug. Deze slotsom deel ik. Vandaar dat ik dit boek van harte aanbeveel. Laat de lezer de wijdlopigheid maar op de koop toe nemen.

In de recensie in De Wekker (7 december 2018) wordt Ouweneels boek “een tegenboek bij Gijsbert van den Brinks evolutieboek” genoemd. Dat is raak getypeerd. De bespreking zelf in ons kerkelijk orgaan stelt hevig teleur. De recensent doet vermoeden dat hij de conclusies van dit tegenboek niet deelt. Eind jaren 80 van de vorige eeuw schreef ene ds. A.M. Lindeboom een boek met de titel ‘De theologen gingen voorop’. Het ging over de teloorgang van de Gereformeerde Kerken. Moeten we vrezen dat ooit eens een dergelijk boek over onze kerken geschreven zal moeten worden? God verhoede het!

N.a.v. Willem J. Ouweneel, Adam, waar ben je? En wat doet het ertoe? Een theologische evaluatie van de nieuwe evolutionistische hermeneutiek. Uitgeverij Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 2018. 383 pag. Prijs € 29,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 februari 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Adam, waar ben je? (2, Slot)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 februari 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken