Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christus en de bezetene van Gadara (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christus en de bezetene van Gadara (1)

10 minuten leestijd

En zij voeren voort naar het land der Gadarénen, hetwelk is tegenover Galiléa. En als Hij aan het land uitgegaan was, ontmoette Hem een zeker man uit de stad, die van overlangen tijd met duivelen was bezeten geweest; en hij was met geen klederen gekleed, en bleef in geen huis, maar in de graven. (Lukas 8:26-27)

Heel wat keren hebben we in de achterliggende periode nagedacht over het begin van de Eerste Thessalonicenzenbrief. Het lijkt me wijs om deze behandeling voor enige tijd te onderbreken en nu eerst een wat kortere serie over ‘Christus en de bezetene van Gadara’ te laten volgen.

Veel bezetenen

Eén van de dingen die opvallen als we het aardse leven van de Heere Jezus overzien, is dat er juist in deze periode opvallend veel bezetenen voorkomen. Waarom is dat zo?

Een belangrijk antwoord op die vraag heeft Augustinus al gegeven. Volgens hem probeert de duivel op allerlei manieren het werk van de Heere na te bootsen. En als God Zijn eigen Zoon zendt in het vlees, dan zendt de duivel zijn eigen onderdanen ook in het vlees. Al is de manier waarop God de Zoon Mens geworden is, natuurlijk van een totaal andere orde dan de manier waarop de duivelen bezit nemen van gevallen Adamskinderen.

We kunnen aan het antwoord van Augustinus nog iets toevoegen: De Heere heeft deze ‘verhoogde activiteit’ van de vorst der duisternis ook hierom toegelaten, dat daardoor twee dingen gepreekt zouden worden: Allereerst hoe erg onze verloren toestand buiten God is. In elke bezetene zien we immers als onder een vergrootglas het beeld van wie wij door de zonde geworden zijn. Maar in de tweede plaats wordt juist in de ontmoeting tussen Christus en de bezetenen ook duidelijk, hoe groot de macht van Christus is. Hij is gekomen ‘opdat Hij de werken des duivels verbreken zou’ (1 Johannes 3:8). We hopen die twee dingen ook te zien in de geschie-denis van de bezetene van Gadara.

Laat ons overvaren aan de andere zijde

Het begin van dit gedeelte tekent ons het beeld van een eenvoudige vissersboot op het Meer van Galilea. Nog niet zo lang geleden heeft een geweldige stormwind de golven opgezweept en het schip heen en weer geslingerd. En de discipelen hebben geroepen in doodsnood: ‘Meester, Meester, wij vergaan’ (vers 24). Toen is de Heere Jezus opgestaan. Een enkel machtswoord heeft Hij gesproken. De golven zijn tot bedaren gekomen. En nu vaart het schip in alle rust verder. Vanuit het noordwesten, Kapernaüm, naar het zuidoosten.

Daar heeft de Heere Jezus Zelf opdracht toe gegeven. In vers 22 heeft Hij gezegd: ‘Laat ons overvaren aan de andere zijde van het meer’. Eigenlijk is dat een verwonderlijke opdracht. Want aan de andere zijde van het meer ligt het land van de Gadarenen of de Gergesenen. Een overwegend heidens gebied, dat min of meer buiten de grenzen van Israël ligt. Dáár gaat de Heere Jezus heen. Naar een onreine streek. Naar een gebied waar niemand is die naar Hem vraagt. Om daar een onreine zondaar op te zoeken in zijn verloren toestand en hem zalig te maken.

Vertolken die paar eenvoudige woorden – ‘laat ons overvaren aan de andere zijde’ – niet het geheim van de zaligheid van zondaren? Geldt niet voor de zaligheid van een ieder die door Christus werd opgezocht, ditzelfde wonderlijke geheim? Dat Christus kwam, van de andere kant, door een nacht van storm en golven, maar gedreven door die liefde die in opdracht van Zijn Vader het verlorene zoekt?

Voet aan land

In gedachten zien we het schip aanmeren en de Heere Jezus Zijn voet aan land zetten. En dán gebeurt het: Vanuit de verte komt een man schreeuwend en dreigend aanrennen. Vreselijk is zijn aanblik. Hij draagt niet eens kleding aan zijn lichaam. En zijn lichaam vertoont allerlei wonden en bloeduitstortingen.

Laten we eens nagaan, wat onze tekst over deze man zegt. Het eerste wat we van hem lezen, is dat hij ‘van overlangen tijd met duivelen was bezeten geweest’. Een man die als het ware helemaal bezet gehouden wordt door de vorst der duisternis. Een man die niet eens de beschikking heeft over zijn eigen vermogens. Een willoze prooi in de handen van de vorst der duisternis.

Uit de vader de duivel

Dat wordt volgens de tekst in twee dingen zichtbaar. Allereerst lezen we iets over zijn uiterlijke verschijning: ‘hij was met geen klederen gekleed’ en is dus ieder schaamtegevoel verloren. In de tweede plaats vermeldt de tekst iets over zijn woonplaats: Hij ‘bleef in geen huis, maar in de graven’. Deze man woont ergens in de rotsgraven zoals die er veel waren dichtbij Gadara. Daar drijft de duivel hem heen. Calvijn zegt, dat de duivel deze man met de voortdurende aanblik van de dood wilde pijnigen en angst wilde aanjagen.

Het portret van deze man is overigens nog wel iets scherper te tekenen, zo hopen we een volgende keer te zien. Maar is datgene wat we nu hebben gelezen, al niet aangrijpend? Vooral omdat deze man als onder een vergrootglas laat zien, hoe onze natuurlijke toestand is. Want van nature geldt het voor ons allen: de duivel toegevallen. De Heere Jezus zegt het, ook tot verbondskinderen: ‘Gij zijt uit de vader de duivel’. En dat is iets dat ‘van overlangen tijd’ zo is; reeds van het uur van onze ontvangenis af. Wat is het nodig, dat Christus in het gewaad van Zijn Woord én in de kracht van Zijn Heilige Geest komt en hetzelfde gaat doen, als wat Hij deed in het leven van deze bezetene.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 februari 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Christus en de bezetene van Gadara (1)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 februari 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken