Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zondekennis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zondekennis

8 minuten leestijd

Romeinen 1:28-2:1

In Romeinen 1 wordt concreet gesproken over de verbreiding van de zonde. We vinden hier een van de plaatsen waar de apostel spreekt over homoseksualiteit. Daaraan voorafgaande lezen we de algemene stelling: “Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid, om hun lichamen onder elkander te onteren” (vers 24). Deze waarheid geldt van alle mensen, welke geaardheid men ook beleeft. Dat kan al verhelderend zijn als we spreken over dit onderwerp. Onreinheid leeft in ieders hart, bij u en bij mij, hetero en homo.

Van hieruit spreekt Paulus dan over homoseksualiteit op zich. Hij noemt als kenmerk: deze zonde gaat in tegen “het natuurlijk gebruik”. Dus ook tegen de scheppingsorde. God heeft de volkeren overgegeven tot het bedrijven van deze zonde. Dat betekent niet dat ieder individueel door de Heere werd overgegeven. Wel geldt het bijvoorbeeld van onze Nederlandse cultuur; heeft de Heere ons volk losgelaten of overgegeven aan de zonde? Als de samenleving dit kenmerk vertoont, dan dringt het virus van de cultuur ook de kerk binnen. Deze zonde komt via de wereld de kerk binnen, ook in afzonderlijke levens.

Dit eerste niveau in de praktijk der zonde gaat voorop. Er volgen nog twee niveaus:

In vers 28 tot 32 komen andere zonden aan de orde. Ook hier weer lezen we dat God mensen heeft overgegeven aan die zonden. De zonden die hier genoemd worden staan dichterbij, komen in ons aller leven in algemene zin voor. Het gaat over grove zonden zoals hoererij en moord, twist en gierigheid, enz. Maar hij noemt ook zonden, die wij minder geneigd zijn serieus te nemen. Rome zou dit lichte zonden noemen, wij doen dat misschien ook. Ik noem er enkele: bedrog, achterklap, hoogmoed, ongehoorzaamheid, onverzoenlijkheid. De apostel stelt deze zonden dus naast en volgend na zonden als homoseksualiteit. De olievlek van de zonde heeft zich hiermee over ieder uitgebreid. Het doortrekt het hele leven. Wij spreken niet over lichte zonden, maar we accepteren deze soort van zonden vrij snel en makkelijk. We maken een heel verkeerd onderscheid. Er waren in de oudheid drie zonden, die als zeer zwaar werden aangezien. De Reformatie echter maakt in principe geen onderscheid tussen de ene en de andere zonde. Homo of hetero, onreinheid bij beiden staan gelijk; alleen de homo die praktiseert, heeft dit uitzonderlijke kenmerk: het is tegen de natuur. Dat maakt ook het gesprek hierover moeizaam en gevoelig. De kerk moet bedenken: spreken we over “onnatuurlijke” zonden, dan moeten we ook eerlijk spreken over “natuurlijke” zonden. Qua ernst staan deze zonden volgens de apostel op één lijn. Zonde is zonde.

Deze afweging stelt niet sommigen in het isolement der zonde, maar komt tot ons allen. Bent u hoogmoedig? Vroom hoogmoedig (dat kan helaas)? Bent u onverzoenlijk? Praten we makkelijk over anderen? Gods wet veroordeelt dat evenzeer. Wie zo onder elkaar over de zonde spreken, zijn te herkennen aan het kleed van de ootmoed. Dan wijzen we niet naar anderen. Ook niet naar overspel of diefstal, naar twist en verharding, naar onbekeerden of gevallenen. De wortel leeft in ieders hart.

Er is nog een derde niveau: in 2:1 komt dan wel de genadeslag: “Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.”

Er zijn mensen die anderen oordelen om deze zonden. Dat oordeel over anderen is een kenmerk van onbekeerlijkheid. Dat is in verbinding met ongeloof de zwaarste zonde. We zijn allen zondaren maar als we dat van onszelf ontkennen vanwege een hard oordeel over anderen, dan zijn we wel heel diep besmet met de zonde. En is deze zonde ook niet algemeen? Het gaat niet alleen over een makkelijk en snel oordeel over de buurman, het gaat erom dat we denken er zelf boven te staan. Dat is een teken van Farizeïsme. Dan tonen we helder aan dat we geen genade kennen.

Hoe diep is de zonde tot ons ingedrongen! Hier moeten we allen het hoofd buigen. Het trof me dat een predikant uit onze kerken pasgeleden is begraven (op zijn eigen aanwijzing) met de tekst: En ga niet in het gericht met Uw knecht! Dat is een oprecht teken van eerlijke ootmoed. Als we dat door genade geleerd hebben, dan zijn we door alles heen gezakt en is het bloed der verzoening gepast en nabij. Voor zondaren die in deze diepten zijn terecht gekomen, geldt: Wie in ’t stof lag neergebogen, wordt door Hem weer opgericht. Beste lezers, dat hebben we allen nodig. Kennis der zonde die leidt tot ootmoedig geloof!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 maart 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Zondekennis

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 maart 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken