Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Heilig leven (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Heilig leven (4)

10 minuten leestijd

“Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen. De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.” Zo begon ik ook het vorige artikeltje. Het zijn woorden die we lezen in Jesaja 6, het roepingsvisioen van de profeet. De Heere is een heilig God, de geheel Andere! Daar moest Jesaja en daar moest ook het volk van Juda van doordrongen worden. Heilig is de Heere!

Maar in deze geschiedenis blijkt ook nog iets anders. Wie bij de heilige God verkeert, wie tot het verbond van die God van heiligheid behoort, dient zelf ook heilig te zijn. Dat beseft de profeet Jesaja als hij het ontzagwekkende gebeuren in de hemel ontwaart. Wat hij ziet en wat hij hoort, is heel anders dan wat hij bij zichzelf en bij het volk constateert. Vandaar ook dat hij het vol schrik uitroept: “Wee mij, want ik verga! Omdat ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden van een volk, dat onrein van lippen is!” Een belijdenis van schuld en schaamte. Jesaja beseft: als de heilige God Zich openbaart zoals Hij heden doet, dan kan ik daar niet zijn. Dan verga ik. En hij voegt er veelbetekenend aan toe: “Want mijn ogen hebben de Koning, de Heere der heirscharen, gezien!”

Het is in heel de Bijbel duidelijk – we beperken ons nu tot het Oude Testament - dat bij de heilige God een heilig volk hoort. Als deze God gemeenschap met de mens zoekt, dan zal die mens zelf ook heilig moeten zijn. Bij de heilige God hoort geen onreinheid en onheiligheid. Dat is een onmogelijke combinatie. Jesaja besefte dat maar al te zeer. Zo ook de dichter van Psalm 130: “Zo Gij, Heere, de ongerechtigheid gadeslaat…, Heere, wie zal bestaan?” Voor ‘ongerechtigheid’ (dat is: het overtreden van Gods geboden) kan hier evengoed ‘onheiligheid, onzuiverheid’ worden ingevuld. De zonde brengt immers niet alleen schuld tegenover de rechtvaardige God teweeg, maar heeft ook verdorvenheid, onreinheid tot gevolg. “Wie zal bestaan…” – een retorische vraag; het antwoord is er al in begrepen. Soortgelijke vragen komen we tegen in de Psalmen 15 en 24. “Heere, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op de berg Uwer heiligheid?” “Wie zal klimmen op de berg des Heeren? Wie zal staan in de plaats van Zijn heiligheid?” Aangrijpende vragen. De antwoorden die we in beide Psalmen vinden, niet minder. Wie? Wie zal bij God verkeren? “Die rein van handen en zuiver van hart is. Die zijn ziel niet opheft en die niet bedrieglijk zweert. (…) Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt. Die met zijn hart de waarheid spreekt. Die zijn geld niet geeft op woeker en geen geschenk aanneemt tegen de onschuldige…” Wie aan deze eisen van heiligheid voldoet, “die deze dingen doet, die zal niet wankelen in eeuwigheid.” Met andere woorden: die kan in de nabijheid van de heilige God verkeren…

Gods heiligheid eist van mensen dat ze dezelfde heiligheid bezitten. Als de Heere de geheel Andere is, dan zal ook de mens en het volk dat Hem toebehoort, geheel anders moeten zijn dan degenen die van de Heere en Zijn dienst niet weten. Dat heeft het volk Israël wel ervaren. In Deuteronomium 7 spreekt Mozes namens de Heere het volk toe. Hij doet dat met woorden waarin blijkt dat de Heere Zijn heilige claim op dit volk legt. Hoe typeert hij het volk? “Gij zijt een heilig volk den Heere, uw God. U heeft de Heere, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op de aardbodem zijn” [Deut. 7: 6]. Daar hoort onlosmakelijk bij wat er op volgt: “Houdt dan de geboden en de inzettingen en de rechten die Ik u heden gebied, om die te doen!” [Deut. 7: 11].

En de Heere houdt het niet bij deze algemene vermaning. Nee, Hij vult het concreet in. Omdat het in alle concreetheid zal moeten blijken in het volksbestaan van Israël. Het begint al daarmee dat het volk zich niet met de heidenvolken mag verzwageren. “Gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen.” Daar schuilt namelijk een levensgroot gevaar in. “Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, zodat zij andere goden zouden dienen. En de toorn van de Heere zou tegen u ontsteken, en u spoedig verdelgen” [Deut. 7: 4, 5]. En dat alles vanwege de heiligheid van de Heere en de vereiste heiligheid van Zijn volk.

Het boek Leviticus bevat zelfs een groot aantal aaneengesloten wetten die deze vereisten van heiligheid nader concretiseren [Lev. 17-26]. De Heere gaf ze aan Mozes op de berg Sinaï [Lev. 27: 34]. Zowel in het dagelijkse leven als in de gebruiken in het heiligdom moest het blijken, wat het uitgangspunt van dat alles was: “Gij zult heilig zijn, want Ik, de Heere uw God, ben heilig!” [Lev. 19: 2]. Israël moest beseffen hoe bevoorrecht het was, door als enig volk zulk een God te hebben, en van zulk een God het volk te zijn. Adeldom verplicht!

Was de praktijk in Israël hiermee in overeenstemming? De prediking van de profeten laat op veel plaatsen het tegendeel horen. “Mensenkind, zeg tot haar: Gij zijt een land dat niet gereinigd is… Haar priesters doen Mijn wet geweld aan. Zij ontheiligen Mijn heilige dingen. Tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het onreine en reine geven zij niet te kennen. Ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd!” [Ezech. 22: 24-26].

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 april 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Heilig leven (4)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 april 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken