Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eenzaam maar niet alleen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eenzaam maar niet alleen

9 minuten leestijd

Richteren 15:8 En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af en woonde op de hoogte van de rots van Etam.

Aan het einde van haar leven, in 1959, schreef koningin Wilhelmina (overgrootmoeder van koning Willem-Alexander) een autobiografisch boek met de titel Eenzaam maar niet alleen. Hoewel ze in het boek niet op de titel terugkomt, laat de betekenis zich raden. Toen zij tien jaar was, stierf haar vader, koning Willem III en werd zij koningin. Haar moeder Emma nam haar taken waar tot ze achttien jaar was. En toen ontving Wilhelmina als jong koninginnetje – helemaal in haar eentje – de honderdvijftig leden van de Staten-Generaal, toen nog allemaal mannen. Stel je dat eens voor. Daarna had ze een ongelukkig huwelijk met Hendrik en hierdoor voelde ze zich vaak erg eenzaam, ook al was ze elke dag omringd door hovelingen en politici. Je hoeft geen koningin te zijn om te weten wat eenzaamheid temidden van anderen is. Je bent op een feest, maar jouw geliefde heeft het net uitgemaakt en je voelt je eenzamer dan wanneer je gewoon alleen zou zijn. Ook Simson is vaak eenzaam en ook vaak alleen geweest.

Nadat Simson de akkers, olijfgaarden en wijngaarden heeft verbrand, doen de Filistijnen iets dat nog erger is. Ze jagen Simsons vrouw en schoonvader in hun huis en steken dat in brand, zodat ze omkomen in de vlammen. Op de bruiloft hadden Simsons metgezellen haar gedreigd met vuur te verbranden als zij het raadsel niet aan haar man zou ontfutselen. Door Simson te verraden had ze het toen overleefd. En nu komt ze toch nog om in de vlammen van haar eigen volk. Simson is hierdoor zwaar getroffen. Hij hield ondanks alles toch van zijn vrouw. En als hij hoort wie het gedaan hebben, wreekt hij zich. En dan komen we een aparte uitdrukking tegen in vers 8: hij sloeg hen, de schenkel en de heup. Eenvoudig gezegd betekent dat: hij sloeg ze kort en klein, hij brak hun armen en benen. Hij vermórzelde hen, op een verpletterende manier.

En zo weet God Simson weer te brengen tot de taak waartoe Hij hem riep: om Israël te verlossen. In de Naam van de HEERE moest hij de vijanden bestrijden. Dat was zijn taak.

In de uitoefening van die taak staat Simson echter helemaal alleen. Heel anders dan de richters vóór hem. Die richtten het land met hulp van het volk. Als hij de bazuin blies, dan stond het volk achter hem, denk aan Gideon en Jeftha. Daaraan kon je zien dat het volk tot bekering kwam. Het was een teken dat ze weer in de wegen van de Heere wilden gaan. De richter was niet alleen hun aanvoerder, maar ook hun geestelijke leidsman. Hij richtte hen, dat wil zeggen, hij maakte hen de wetten en rechten van God bekend. Dat was zijn functie.

Maar als Simson de Filistijnen bestrijdt, dan zien we niets van dat alles. Israël houdt zich afzijdig en moet niets van Simson hebben. En als Simson dat merkt, gaat hij eenzaam in een spelonk wonen, op de rots Etam. En zo is Simson eenzaam temidden van zijn eigen volk. Hij wordt niet begrepen en is niet gewenst. Nog nooit is het volk geestelijk zo laag gezonken geweest. Elke keer kwam er toch weer verootmoediging en ging men roepen tot God. Maar nu blijft het stil.

Ze waren blind voor hun eigen verlosser en zagen niet dat Simson door God gezonden was.

Zien jullie ook parallellen met ons volk en onze tijd? Wat een bemoeienissen heeft God met ons land gehad. Wat een voorrechten hebben wij gekregen, vergeleken met landen als Azerbeidzjan en Sri Lanka. Eeuwen lang mag de prediking van vrije genade al klinken. Er zijn grote tekenen en wonderen geweest. Maar waar is de vreze des Heeren gebleven, ook in de kerk? Wat is er een lauwheid, en een verdeeldheid. Wat een dwalingen en duisternissen.

Christus wordt algemeen vergeten. De Verlosser wordt massaal genegeerd. Nederland heeft God niet meer nodig. En ook in de kerk gaat het vaak meer om de christen dan om de Christus. Men maakt zich drukker om de vrouw in het ambt, en de homo in het huwelijk, en de liturgie in de dienst, en de oecumene van de kerken, dan dat men zich druk maakt om het ene nodige. De grote levensvraag: hoe kan ik rechtvaardig voor God verschijnen, de allesbeslissende zaak, om Christus nodig te hebben, daar hoor je in de kerkelijke vergaderingen maar weinig over.

Jongelui, laat de Verlosser niet staan. Zwijg niet en negeer Hem niet. Dat is het ergste wat je kunt doen. Maar roep Hem aan en bekeer je tot Hem, schuil bij Hem. Zoek eerst dat Koninkrijk te kennen en die Koning te dienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Eenzaam maar niet alleen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken