Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gewone catechismus (3, Slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gewone catechismus (3, Slot)

10 minuten leestijd

“Het eigenlijke thema van de theologie is de door de zonde schuldige en verloren mens en de rechtvaardigende God, die een Behouder is van die zondige mens. Al wat buiten dit thema om in de theologie gezocht en bediscussieerd wordt, is dwaling en vergif. Heel de Schrift is erop gericht dat zij ons Gods goedertierenheid aanprijst, die door Zijn Zoon de in zonde en verderf gevallen mens herstelt tot gerechtigheid en leven.” Het zijn woorden van Luther in zijn verklaring van de 51 e Psalm. De leer van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen had de reformator zich toegeëigend in de weg van een persoonlijke worsteling voor Gods aangezicht. Ze is zo fundamenteel dat ze niet alleen de lutherse maar niet minder de gereformeerde belijdenisgeschriften van de Reformatie heeft gestempeld.

De drie schrijvers van de Gewone catechismus [GC] behoren ieder tot een kerk die de gereformeerde belijdenis tot haar grondslag rekent. We hadden mogen verwachten dat de centrale noties van dat belijden ook helder en ondubbelzinnig in het nieuwe leerboekje verwerkt zouden zijn. Maar in dit opzicht stelt de GC flink teleur.

Begonnen wordt met de vraag Waarin vind jij je geluk?, ongetwijfeld geïnspireerd door de Heidelberger Catechismus [HC] die vraagt naar de enige troost. Om aansluiting te vinden bij de vragen van de moderne mens hebben de schrijvers voor de inzet met de vraag naar ‘geluk’ gekozen. Een originele insteek. Helaas steekt de invulling van dat ware geluk wel erg schraal en bleek af tegen het krachtige antwoord van de HC. De mens wordt getekend als “een kind dat verdwaald is, een mens die van alles heeft geprobeerd, maar die het niet lukt om werkelijk thuis te komen.”

Het bijbelse gereformeerde mensbeeld geeft een scherper en aangrijpender tekening. De mens heeft zich door zijn moedwillige afvalligheid van zijn Schepper de vloek en de eeuwige dood schuldig gemaakt [DL I/1]. De Heere vertoornt zich verschrikkelijk over zowel de aangeboren als de daadwerkelijke zonden en wil die vanwege Zijn goddelijke rechtvaardigheid straffen [HC, z.4]. Ik kom het op deze wijze in de GC niet tegen. Ik beweer niet dat het woord “schuld” in de GC ontbreekt. Maar het is alles veel te marginaal en te slap.

Ook over de functie van de Wet van God die mij aan mijn ellende ontdekt, lees ik in de GC nauwelijks. Het doorgaande werk van Gods Geest in het leven van Gods kinderen in de waarachtige bekering [HC, z.33] zoek ik tevergeefs. De HC stelt de vraag naar de scherpe prediking van Gods Wet nota bene in het stuk van de dankbaarheid: “opdat wij ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen…” De GC schijnt er niet van te weten. In plaats daarvan wordt er nogal positief geschreven over de praktijk van het christenleven: “Door de krachten van genezing en vergeving die met Gods Rijk vrijkomen, word ik nu al in ziel en lichaam hersteld en in de vrijheid gebracht om als kind van God in gehoorzaamheid voor Hem te leven.” [p. 103].

Het wonder van de genadige vrijspraak voor Gods rechterstoel krijgt naar mijn gedachte in de GC niet het nodige accent dat het op grond van Schrift en belijdenis verdient. “Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?”, vraagt de HC [z.23]. In het antwoord klinkt de verwondering over de genadige toerekening van Christus’ gerechtigheid door, en dat tegen de achtergrond van de aanklacht van “mijn geweten, dat ik tegen al de geboden van God zwaar gezondigd, en geen daarvan gehouden heb, en dat ik nog steeds tot alle boosheid geneigd ben…” Deze tonen klinken maar heel gedempt in de GC door.

In het algemeen moet gezegd dat er veel aandacht is voor de komst van Gods Koninkrijk, “Gods nieuwe wereld.” Dat is niet ten onrechte. Het gaat op Gods toekomst aan. Hij schept een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid wonen zal. Toch heb ik de indruk dat dit accent ten koste gaat van de aandacht voor het persoonlijke werk van de Heilige Geest in het leven van de enkele mens. Over de noodzaak van de wedergeboorte lezen we maar heel marginaal. De waarachtige zelfbeproeving in het verband van het Heilig Avondmaal komt niet ter sprake. En het grote eindgericht waarin de schapen en de bokken zullen worden gescheiden, wordt met een enkele zin afgedaan.

Wat al eerder in de kolommen van Bewaar het Pand aan de orde kwam: de visie op schepping of evolutie levert heel wat vragen op. We lezen: “of het nu kort of lang heeft geduurd, of alle soorten apart zijn gemaakt of dat ze uit elkaar zijn voortgekomen, dat doet niets af van de liefdevolle bedoeling waarmee God deze wereld, maar ook mij, tot zijn eer gemaakt heeft.” [p.72]. Ik lees in deze woorden een erkenning van God als de Schepper van alle leven. Toch zet deze stelling op gevaarlijke wijze de deur open voor een ondergraving van de bijbelse leer van de schepping. Met alle consequenties van dien. Hier kan de vraag gesteld worden naar de visie aangaande het gezag van de Heilige Schrift als het onfeilbare Woord van God.

De GC bevat best mooie passages. Ook heb ik waardering voor de doordachte structuur van dit boekje. Toch is mijn eindoordeel niet positief. Jammer. Een gemiste kans! Lees ik deze GC onwelwillend? Ik ben me er niet van bewust. Laat het ons gebed zijn om de leer die naar de godzaligheid is zuiver te bewaren. Voor de kerk van nu. En voor de kerk van straks.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Gewone catechismus (3, Slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's