Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Noodzaak tot vermaning!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Noodzaak tot vermaning!

10 minuten leestijd

“Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven van de algemene zaligheid, zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen…” [Judas: 3].

Judas, “dienstknecht van Jezus Christus en broeder van Jakobus”, zet zich aan het schrijven. Het zijn niet de minsten aan wie hij zijn brief richt: “de geroepenen, die door God de Vader geheiligd zijn en door Jezus Christus bewaard.” Met hen wil hij het een en ander delen. Zijn hart is vol met de woorden die hij aan deze medechristenen kwijt wil: “ik doe alle naarstigheid…” Waarover wil hij schrijven? Over de gemeenschappelijke zaligheid. Dus over het heil dat door Gods genade zijn deel is en dat hij ook in het leven van de geadresseerden aanwezig acht. Welk heil, welke zaligheid zou dat zijn? Het kan niet anders: dat is de zaligheid waarin allen mogen delen die Christus Jezus tot hun Zaligmaker hebben. Die daarom God tot hun Vader en de Heilige Geest als hun Trooster hebben. Judas laat weten: daar wil ik nu graag over schrijven. Over dat wat Gods kinderen gemeenschappelijk hebben.

Wat zoekt Judas? Hij zoekt de gemeenschap der heiligen. Hij is misschien ver verwijderd van zijn broeders en zusters die een even dierbaar geloof als hijzelf verkregen hebben. Het zijn deels ook heel andere mensen dan hij is. Hij, een Jood. De anderen - onder hen zijn ook Joden, maar evenzeer Grieken en Galaten, Macedoniërs, Syriërs en Romeinen. Hij, een man. Maar onder die anderen waren ook vrouwen. Vrije mensen, maar ook slaven. Allerlei soorten mensen. Maar ze hadden iets gemeenschappelijk: de zaligheid. Dat is de band die trekt! Er is een gemeenschappelijkheid die hen bindt. En Judas voelt de sterke drang, hij heeft de grote behoefte om die gemeenschap ook te beoefenen. “Ik doe naarstigheid...”, zo schrijft hij, “ik beijver me, ik wil niet anders dan dat...” Hij zegt: dat wil ik met u delen. Want dat heb niet alleen ik, dat hebt u ook...

Het is niet voor niets dat hij begint met “geliefden...”. Er is een liefdesband die trekt. “Geliefden...” - dat wijst allereerst op de liefde die van Boven komt. Judas weet: degenen aan wie ik schrijf, die zijn door God geliefd. Voorwerp van eenzijdige, soevereine, eeuwige liefde. God, de drie-enige God, heeft in liefde op hen neergezien. Wel, als ze door God geliefd zijn, dan heeft hij ze ook lief. Want hijzelf mag door genade ook in die liefde delen. Hij kent er wat van, wat Paulus ooit aan de gemeente van Rome schreef: “... de liefde Gods is in onze harten uitgestort, door de Heilige Geest die ons is gegeven.” Die liefde die voortkomt uit het hart van de Heere, die doet ook menselijke harten ineen smelten. Beiden voorwerp van genade en van goddelijke liefde. Wel, dan hoeft Judas er geen moeite voor te doen om te schrijven: “geliefden...” Ik denk aan het bekende gedicht van Jacobus Groenewegen uit de 18e eeuw: “Zoete banden die mij binden / aan des Heeren lieve volk. / Gewis, het zijn mijn hartenvrinden / hunne taal mijn hartentolk. / Het zijn de kinderen van mijn Vader / en van ‘t zelfde huisgezin. / Wij bestaan elkander nader / als de band van aardse min...”

Het is een groot voorrecht als we iets van die gemeenschap der heiligen kennen. Want ze is de vrucht van de Heilige Geest in het leven van Gods kinderen. Wij hebben God lief, en daarom hebben we ook de broeders en de zusters lief. Dat kan niet anders. Wat is dan de aantrekkingskracht? Wat zal dan het gezamenlijke herkenningspunt zijn? Wat zal daarom de gesprekstof uitmaken? Judas laat het ons weten: de gemeenschappelijke zaligheid... Dat is de zaligheid van Hem die de Zaligmaker is. Daar wil Judas over schrijven... En daarna weer een brief terug ontvangen... Zodat er geestelijke gemeenschap ervaren wordt...

Maar, en dat is de grote verrassing aan het begin van deze brief - het komt er niet van. Van het schrijven van zo’n brief. Over de gemeenschappelijke zaligheid. Misschien heeft Judas de eerste letters al op het papier gezet. Om breed en diep te gaan schrijven over de inhoud van die zaligheid en over de weg der zaligheid en over de Bron der zaligheid en over de heerlijkheid van die zaligheid. Maar het komt er niet van. Er is iets anders, waarmee hij zijn brief vullen moet. En wij weten: het is de Heilige Geest die hem daarin leidt. Over de zaligheid - het wordt hem op dit moment verhinderd. Het is alsof de Heilige Geest er een sluier over heen trekt. “Nee Judas, hoe goed het ook zou zijn - dat zal dit keer de inhoud van uw brief niet zijn. Er is iets anders waartoe Ik u aanzet om uw brief mee te vullen.” Judas schrijft het: “Zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven, namelijk om u te vermánen...” Geen lofzang zal er dus klinken in Judas’ brief, maar een aanzet tot strijd. Geen vertroosting, maar vermaning. Geen met elkaar delen in de dingen van de zaligheid, maar elkaar aanzetten tot waakzaamheid.

En nog kan dat nodig zijn. Door de prediking. Door de verkondiging van het Woord van God. Als Nicodemus de Heere Jezus opzoekt, heeft hij misschien het plan om eens een stevig gesprek over het Koninkrijk van God te hebben. En als u of ik ons zetten onder de bediening van het Evangelie willen we graag bemoedigd en gesticht worden. Maar de Heilige Geest kan wel eens een andere pijl op Zijn boog leggen. Is ook de prediking van de Heere Jezus Zelf niet vol vermaning geweest? Vermaning, terechtwijzing – dat heb ik niet alleen nodig als ik de Heere niet ken. Als ik nog steeds buiten Hem leef. Maar het is niet minder nodig in het leven van Gods kinderen. Zalig die zich láát vermanen!

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Noodzaak tot vermaning!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's