Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Justinus Martyr, verdediger en uitlegger (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Justinus Martyr, verdediger en uitlegger (5)

9 minuten leestijd

Bijbellezen met Justinus

In deze aflevering gaan we het Oude Testament lezen met Justinus. In gedachten begeven we ons opnieuw naar de stad Efeze. In de dertiger jaren van de tweede eeuw vindt daar – op stenen banken in een zuilengang – een gesprek plaats tussen Justinus en de jood Trypho over het Oude Testament. Op zeker moment stelt Trypho de vraag: Waar in de profeten is voorzegd, dat de Christus gekruisigd zal worden? Dáár ligt voor Trypho blijkbaar een groot struikelblok.

In zijn antwoord maakt Justinus eerst een inleidende opmerking over de uitleg van het Oude Testament. De vorige aflevering hebben we daarnaar geluisterd. Maar vervolgens noemt hij enkele oudtestamentische geschiedenissen uit het leven van Mozes, waarin hij een ‘type’ of ‘voorafbeelding’ ziet van het kruis. Twee van die geschiedenissen gaan we hier kort na.

De uitgestrekte armen van Mozes

De eerste voorafbeelding van het kruis ziet Justinus in de geschiedenis van Exodus 17: 8-16. We lezen daar, hoe het volk Israël tijdens de woestijnreis in de rug wordt aangevallen door de Amalekieten. Mozes geeft dan aan Jozua de opdracht om met een leger tegen de Amalekieten te strijden. Zelf beklimt hij, samen met Aäron en Hur, ‘de hoogte des heuvels’. En bovenop de heuvel bidt hij voor het volk, terwijl hij zijn hand – met daarin de ‘staf Gods’ – opheft. Zolang Mozes’ arm opgeheven is, is Israël aan de winnende hand. Maar zodra Mozes zijn armen neerlaat, krijgen de Amalekieten de overhand. Na verloop van tijd worden Mozes’ armen moe. Aäron en Hur nemen dan een steen, zodat Mozes kan gaan zitten, en ondersteunen, allebei aan een kant, Mozes’ armen.

Het is dit beeld van een biddende Mozes met zijn armen uitgestrekt, dat Justinus als eerste ‘type’ van het kruis aanwijst: ‘Toen het volk oorlog voerde met Amalek, … bad Mozes zelf tot God met beide handen uitgestrekt; en Hur en Aäron ondersteunden ze de hele dag, om te voorkomen dat hij ze door vermoeidheid zou laten zakken. Want wanneer hij iets van die gestalte, die het kruis nabootste, opgaf, was het volk, zoals in het boek van Mozes staat, aan de verliezende hand, maar wanneer hij in die houding volhardde, werd Amalek in gelijke mate overwonnen. De kracht nu die hij bezat, bezat hij door het kruis’ (Dialoog, 90.4).

Calvijn en Matthew Henry

Niet iedereen zal Justinus in deze uitleg volgen. Bij uitleggers als Calvijn en Matthew Henry zoekt men tevergeefs naar een lijn van Mozes’ uitgestrekte armen naar het kruis van Christus. Ook al zien zij in de voorbiddende Mozes wel een type van Christus Die onophoudelijk bidt voor Zijn strijdende Kerk. Maar bij de kerkvaders was de uitleg van Exodus 17 met het oog op het kruis van Christus heel gebruikelijk. Ik noem in dit verband alleen de namen van Barnabas, Origenes, Gregorius van Nyssa, Cyprianus, Tertullianus en Prudentius.

Een tweede geschiedenis uit het leven van Mozes die Justinus betrekt op het kruis van Christus, is die van de koperen slang (Numeri 21). Op zeker moment komt het volk Israël in opstand tegen Mozes en tegen de Heere. Daarop ontbrandt de toorn van de Heere. Hij zendt vurige slangen onder het volk, die de Israëlieten bijten. Veel Israëlieten sterven. In die omstandigheden belijden de Israëlieten hun zonde en vragen ze of Mozes voor hen tot God wil bidden. De Heere geeft Mozes dan de opdracht om een vurige slang na te maken en te plaatsen op een stang, een lange stok. De bedoeling is duidelijk: De stang met de slang erop moet hoog opgeheven worden, zodat alle gebetenen de slang kunnen zien. De Heere belooft het Zelf: ‘en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven’. Deze slang die hoog opgeheven wordt te midden van het gebeten volk, is een type van de gekruisigde Christus. Zo spreekt de Heere Jezus Zelf er al over tijdens Zijn nachtelijke ontmoeting met Nicodémus (Johannes 3: 14-15).

Koperen slang

Ook volgens Justinus vormt de koperen slang een type van de gekruisigde Christus. De oprichting van de slang is volgens hem enerzijds gericht ‘tegen de slangen die Israël beten’. Justinus lijkt ervan uit te gaan dat door deze gebeurtenis de vurige slangen op de vlucht geslagen of zelfs gedood zijn. Tegelijk is de oprichting van de koperen slang volgens hem gericht op het behoud van de Israëlieten die gebeten werden.

Op deze twee manieren kondigt de oprichting van de slang de kruisiging van Christus aan, zegt Justinus. Het kruis van Christus betekent namelijk enerzijds ‘de dood voor de slang’ (de duivel). Anderzijds betekent ze ‘zaligheid voor wie door de slang gebeten worden en hun toevlucht nemen tot God, Die Zijn gekruisigde Zoon in de wereld heeft gezonden’ (Dialoog, 91.4).

Laten we intussen de context van Justinus’ woorden niet vergeten. Nog altijd is hij in gesprek met een joodse vluchteling, die hij vanuit het Oude Testament wil overtuigen van het feit dat de Christus gekruisigd moest worden. Diep is hij ervan overtuigd dat ook Mozes over Christus geschreven heeft (Johannes 5: 46). Maar er is vanuit het Oude Testament nog wel meer te zeggen. Daarover Deo volente een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Justinus Martyr, verdediger en uitlegger (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken