Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE

9 minuten leestijd

(Gen. 49 vers 18)

Jacobs Advent, wachten op Gods heil.

De Heilige Geest neemt ons mee naar het ziekbed van de aartsvader Jacob. Hij weet dat dit ziekbed ook zijn sterfbed zal worden. Hij roept zijn zonen om rondom zijn bed te komen staan. Hij zal verlicht door de Heilige Geest hen woorden toevoegen aangaande hun toekomst. Wat een voorrecht wanneer we een sterfbed krijgen, om zo nog afscheid te mogen nemen van onze kinderen en ze nog een woord van de Heere mogen meegeven. Dan dringt de vraag zich onwillekeurig op, geachte lezer, wat zou u uw kinderen nog te zeggen hebben?

Jacobs ervaring

Uit de zegeningen die Jacob uitspreekt kunnen we meerdere dingen opmaken. In de eerste plaats dat hij ingewonnen is met de weg die de Heere gaat. Want hoe heeft hij vastgehouden aan Rachel en aan Jozef. Maar nu mag hij het uitroepen: “Juda, gij zijt het”. Uit Lea, de achtergestelde, zal Christus geboren worden. Wat een voorrecht als je op je sterfbed zo met Gods wil verenigd mag worden, waar u misschien wel heel uw leven tegen gevochten hebt. Maar we maken nog iets anders op uit deze zegeningen. Jacob krijgt zijn leven terug wanneer hij spreekt over zijn zoon Dan. Hij vergelijkt hem met een slang. Sluw en arglistig. Is dat ook niet zijn leven geweest? Hoe heeft hij misbruik gemaakt van de honger van Ezau en de blindheid van zijn vader? Wanneer wij een sterfbed krijgen is het Gods Geest Die ons doet terugblikken op de afgelegde weg. Wie kan dan voor God bestaan? Dan klaagt heel ons leven ons aan: verzondigd, Gods geboden menigmaal overtreden. Wie kan dan sterven?

Jacobs verwachting

Te midden van die aanvechting horen we plotseling Jacob uitroepen: “Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE”. Daar mag hij afzien van zichzelf en opent Gods Geest in hem een oog des geloofs op de Zaligmaker. Want wanneer hij spreekt over zaligheid, staat daar in het Hebreeuws het woord dat we kennen als Jozua, in het Grieks Jezus. Hier mag hij weer zien op de Zaligmaker, Die in de wereld komen zou om Zijn volk van hun zonden te verlossen. Hij mag met zijn grootvader Abraham zien op de Verlosser. Zoals de Heere Jezus dat getuigd heeft: “Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien en is verblijd geweest”. Wat een intense vreugde doortintelt de ziel als hij mag zien dat deze Zaligmaker gekomen is om nu voor al zijn zonden te betalen. Dan is het met de dichter van Psalm 32 “G’omringt me, daar Gij mij in ruimte stelt, met blij gezang dat mijn verlossing meldt”. Dan wijkt de duisternis, dan moet de duivel loslaten, dan droogt de Heere de tranen van berouw, dan springt de ziel op van vreugde. Ja, dan is het met Thomas: “Mijn Heere en mijn God”.

Jacobs sterven

Geliefde lezer, het hier gebruikte woord ‘verwachten’, kunnen we ook vertalen met hopen. Het is een geloofswoord. Het is niet een hopen, zoals wij dat kennen in het dagelijks taalgebruik. Wanneer wij zeggen dat we op iets hopen, dan weten we het niet zeker. Bij ons is hopen een ‘misschien’. Een mens hoopt op persoonlijk geluk, ja ook wij hopen als de rijke jongeling op een eeuwige gelukzaligheid. Maar waar is die hoop op gegrond? Gods kinderen mogen hopen op de Heere en Zijn beloften, en Die zijn onwankelbaar, daarom is de hoop en verwachting niet ijdel, maar zeker en vast. De dichter van Psalm 71 heeft het mogen belijden: “Want Gij zijt mijn Verwachting, Heere HEERE, mijn Vertrouwen van mijn jeugd aan.” Hier is de taal des geloofs. Hier is een dichter aan het woord, die met Jacob geleerd heeft dat alle hoop op mensen, op rijkdom , op geld, op eigen gerechtigheid, ijdelheid is. Hij steunt alleen op de Heere HEERE. Zo ook David in Psalm 39. In deze psalm spreekt hij over de kortheid en de vergankelijkheid van het leven. Hij drukt dit uit in de woorden: “Zie, Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld en mijn leeftijd is als niets voor U. immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid.” Maar, als hij dit heeft mogen belijden, de mens is ijdelheid, ook de bekeerde mens, dan richt hij zijn hoop en verwachting, ja zijn gehele zaligheid, met Jacob op de Heere en roept hij het uit: “En nu, wat verwacht ik o, Heere? Mijn hoop die is op U.” Met die hoop kan Jacob sterven, een hoop die nooit beschamen zal.

Uw sterven?

Geliefde lezer, u en ik moeten met Jacob sterven. Wat is dan uw verwachting, uw hoop? Mag u met Jacob delen in die Adventsverwachting? Met een geloofsoog zien op Jezus, de Zaligmaker? Dan denk ik aan Simeon, met die Zaligmaker in zijn armen. Hij gaat dan zingen: “Zo laat Gij, Heer’, Uw knecht, Naar ’t woord, hem toegezegd, Thans henengaan in vrede; Nu hij Uw zaligheid, Zo lang door hem verbeid, Gezien heeft, op zijn bede. Zo kan de Kerk van het Oude en Nieuwe Testament sterven met de Advenstverwachting, Christus Jezus. Kunt u ook zo sterven?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken