Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kenmerkenprediking (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kenmerkenprediking (2)

9 minuten leestijd

Waar hebben we het over als het gaat om de kenmerken? Laten we ons daar allereerst maar op richten. Over de prédiking van die kenmerken komen we Deo volente daarna nog wel te schrijven. Kenmerken – komen we dat woord in de Bijbel tegen? Nee, in letterlijke zin niet. Althans niet in de onder ons gebruikelijke vertalingen. In de belijdenisgeschriften dan? Ook hier is het antwoord: wie naar dit woord op zoek gaat, zal het ook in de formulieren van enigheid niet ontdekken. En toch ook weer wel. De zaak zelf namelijk terdege. Voorheen gebruikte men voor het woord kenmerk ook wel: merkteken. En ziedaar: op dat woord stuiten we wel als we de belijdenisgeschriften doorlezen. In artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis worden de merktekenen van de ware kerk opgesomd. U kent ze misschien wel. Het zijn er volgens de belijdenis drie: de zuivere prediking van het Evangelie, de zuivere bediening van de sacramenten en of de kerkelijke tucht naar de bedoeling van Christus wordt gehanteerd. Daaraan kent men de ware kerk.

Maar dat artikel gaat nog verder. Want je kunt wel behoren tot een kerk die deze kenmerken draagt, maar dan is een volgende vraag: ben je nu ook zelf een wáár, een levend lid van deze kerk? Ook op deze vraag geeft artikel 29 NGB antwoord: “Aangaande degenen die van de kerk zijn, die kan men kennen uit de merktekenen der christenen, te weten uit het geloof, en wanneer zij, aangenomen hebbende de enige Zaligmaker Jezus Christus, de zonde vlieden en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben (…) en hun vlees kruisigen met zijn werken.” Daaraan zijn dus de ware christenen te kennen. Door deze dingen kenmerken ze zich. Door het ware geloof en door een leven van bekering en heiligmaking.

Als we spreken over kenmerkenprediking, dan bedoelen we daarmee: zulk een prediking van het Woord van God dat daarin deze en andere kenmerken van Gods kinderen nadrukkelijk aan de orde komen. Met welke functie? Ter toetsing, ter beproeving van zichzelf. Dus zoiets als wat we lezen in het formulier voor de bediening van het Heilig Avondmaal: “Opdat wij tot onze troost des Heeren Avondmaal mogen houden, is ons voor alle dingen van node, ten eerste: dat wij ons tevoren recht beproeven…”

Beproeving, toetsing vereist! Het gaat dus om de kenmerken van het leven met de Heere. Je kunt ook zeggen: de kenmerken van het werk van de Heilige Geest. Die zijn niet alleen van belang in de week van voorbereiding voor het Avondmaal, maar die moeten gedurig aanwezig zijn. Om het met de catechismus te zeggen: met het oog op een getroost leven en een zalig sterven.

Onze belijdenisgeschriften – en in dat spoor de kerkelijke formulieren – spreken daar dus wel over. De Bijbel zelf ook? Want, hoe hoog we onze belijdenis ook hebben, het moet wel in overeenstemming zijn met het Woord van God. Spreekt de heilige Schrift ook over deze dingen? Mijn antwoord is: het Woord van God is er vol van. Laat ik vanuit het Oude Testament volstaan met slechts een enkel voorbeeld. In Jesaja 40 en volgende klinken heerlijke heilsbeloften voor het volk van God. De Heere die met Zijn oordelen was gekomen, belooft nu het volk te verlossen uit de ballingschap. In het geheel van deze toezeggingen neemt het 43 e hoofdstuk een bijzondere plaats in. De Heere maakt Zichzelf bekend als Degene die het volk verlost, “Ik heb u bij uw naam geroepen; gij zijt Mijn. Ik ben de Heere, uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland…” Evenals de Heere eerder bij de Sinaï deed, maakt de Heere ook nu aan het volk bekend wie Hij voor dat volk is en zal zijn. Dus: wat Hem kenmerkt ten opzichte van het volk. En welk merkteken draagt dat volk dan? Ook dat mag Jesaja zeggen: “Dit volk hen Ik Mij geformeerd. Zij zullen Mijn lof vertellen.” Wat het volk kenmerkt, is dat het ’t maaksel van de Heere is. Zijn ontstaan heeft het aan Hem te danken. Maar ook zijn bestaan en zijn voortbestaan. Welnu, dat zal te merken zijn. Wie tot dat volk behoort, zal de lof van de Heere uitzeggen. Dat zal het volk kenmerken. Wat het Oude Testament betreft, hoef ik nu alleen nog maar te verwijzen naar het boek der Psalmen. Daar waar je Gods kinderen in het hart ziet, aldus Luther. Maar het is ook te zien en te horen. Met name in de Psalmen komen we tal van kenmerkende trekken van Gods volk tegen. Wat te denken van de dichter van Psalm 119? Hij looft de Heere in de oprechtheid van zijn hart [7]. Hij is vrolijk in de weg van Gods getuigenissen [14]. Hij is een vreemdeling op de aarde [19]. Zijn ziel kleeft enerzijds aan het stof [25], maar desondanks belijdt hij dat hij vastkleeft aan Gods getuigenissen [31]. Hij is een metgezel van allen die de Heere vrezen [63]. Zijn ziel bezwijkt van verlangen naar Gods heil [81]. Hij belijdt dat hij bij tijden dwaalt als een verloren schaap. Daarom is zijn gebed: Zoek, o Heere, Uw knecht! Bij dat alles vergeet hij Gods geboden niet [176]. Al met al: kenmerken, of niet?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kenmerkenprediking (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken