Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Cyprianus – pastor in tijden van grote sterfte (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Cyprianus – pastor in tijden van grote sterfte (5)

9 minuten leestijd

In de afgelopen periode hebben we verschillende keren geluisterd naar de boodschap van het boekje dat Cyprianus van Carthago in 252 schreef ter gelegenheid van een ernstige pestepidemie. In deze aflevering blikken we terug en proberen we tegelijk de hoofdinhoud van het boekje samen te vatten.

Beproeving

Het ging Cyprianus in zijn boekje Over de sterfelijkheid – dat vermoedelijk teruggaat op een preek! – vooral om vier vragen die leefden bij zijn gemeenteleden. Een van die vragen is: Waarom treft de besmettelijke pestziekte niet alleen heidenen, maar ook christenen? Hebben zij niet al genoeg te verduren gehad door de vervolgingen?

In zijn antwoord op die vraag maakt Cyprianus duidelijk, dat er uiterlijk geen verschil is tussen wat er qua rampen gebeurt in het leven van ongelovigen en ware gelovigen. In Prediker 9: 2 lezen we: Enerlei wedervaart den rechtvaardige en den goddeloze, den goede en den reine, als den onreine; zo dien die offert, als dien die niet offert; gelijk den goede, alzo ook den zondaar; dien die zweert, gelijk als dien die den eed vreest.

Tegelijk geldt, dat er tóch een onderscheid is. Voor de ware gelovigen vormen rampen namelijk een beproeving. God loutert Zijn kinderen door het lijden en brengt Zijn eigen werk in hen naar boven. Cyprianus wijst zijn gemeenteleden in dat verband onder andere op de beproeving van Abraham, Job en Paulus.

Praktisch

Een tweede vraag die Cyprianus in zijn boekje van een antwoord voorziet, is, hoe christenen zich in de praktijk moeten gedragen in tijden van de pest. Daarover schrijft Cyprianus kort, maar heel praktisch: De epidemie van zijn dagen zal duidelijk maken ‘of de gezonden de zie-ken bijstaan, of familieleden en bloedverwanten elkaar liefhebben in de vreze des Heeren, of de artsen hun zieken niet ontvluchten, of de hebzuchtigen hun onverzadigbare verlangen naar woeker en stelen tenminste onder de schrik voor de dood aan banden weten te leggen’.

Dan zijn er nog twee andere vragen die in Over de sterfelijkheid behandeld worden: De vraag hoe een christen moet omgaan met het verlies van geliefden die zelf ook gelovig waren, en de vraag hoe een christen moet omgaan met het besef dat hij zelf ook ernstig ziek kan worden en kan sterven.

Vreemdeling

In zijn beantwoording van die vragen wijst Cyprianus nadrukkelijk op het feit dat christenen vreemdelingen zijn in deze wereld. Daarbij grijpt hij terug op een Bijbelse uitdrukking. De aanduiding ‘vreemdeling’ treft men immers zowel in Oude als in Nieuwe Testament aan. Wat het Nieuwe Testament betreft, is het bijvoorbeeld zo, dat van de geadresseerden van 1 Petrus wordt gezegd dat zij ‘vreemdelingen’ zijn. Hun leven wordt aangeduid als ‘de tijd uwer inwoning’ – in het Grieks wordt daar een woord gebruikt, dat een tijdelijk verblijf in een vreemd land aanduidt (paroikia). En in Hebreeën 11 wordt van de aartsvaders gezegd dat zij ‘gasten en vreemdelingen op aarde’ zijn geweest.

Voor Cyprianus betekent het feit dat christenen vreemdelingen zijn in deze wereld, vooral twee dingen. Allereerst wordt ermee gezegd, dat christenen niet thuis zijn in deze wereld. Ze ervaren de vijandschap van deze wereld, in de vorm van vervolging. Bovendien zijn er de aanvallen van de duivel en is er onophoudelijk de strijd met de zonde. Zou een christen daar niet van verlost willen worden?

Vreemdeling zijn op aarde kent ook een positieve keerzijde. Het betekent namelijk in de tweede plaats ook, dat het echte vaderland hierboven is. Sterven is voor Gods kind een reis naar huis, naar het hemelse vaderland, waar de hemelse heerlijkheid hem wacht. Op een van de eerste bladzijden van zijn boekje schrijft Cyprianus: ‘Het loon van het leven en de vreugde van de eeuwige zaligheid, de eindeloze blijdschap en het bezit van het paradijs, dat wij lang geleden verloren, al die dingen komen eraan, terwijl de wereld voorbijgaat. Op het aardse volgt het hemelse, op het kleine het grote, op het vergankelijke het eeuwige’.

Kritische vragen

Welnu, deze twee gegevens, de strijd en moeite in het hiernumaals én de vreugde van het hiernamaals, stempelen Cyprianus’ antwoord op de vraag, hoe christenen moeten omgaan met verlies van hun medegelovigen en met hun eigen levenseinde. Nadrukkelijk roept de bisschop van Carthago zijn gemeenteleden op om niet bedroefd en niet bevreesd te zijn.

Intussen laten zich op dit punt wel kritische vragen stellen. Met die vragen – twee – hoop ik de volgende keer deze artikelenreeks te besluiten. Ik kondig ze nu vast aan. De eerste vraag: Doet Cyprianus met zijn oproep aan zijn geloofsgenoten om helemaal niet bevreesd of bedroefd te zijn, wel helemaal recht aan de Schrift? Laat de Bijbel niet zien, dat er bij een gelovige ook vrees en verdriet kan zijn – en soms ook mág zijn? En de tweede vraag: Is wat Cyprianus schrijft, niet wat te snel en te gemakkelijk gezegd, als we letten op het feit dat hij zelf in tijden van vervolging wegvluchtte uit Carthago en buiten de stad onderdook?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Cyprianus – pastor in tijden van grote sterfte (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken