Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Hogepriesterlijk gebed-3

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Hogepriesterlijk gebed-3

9 minuten leestijd

Christus kennen

In Johannes 17:3 is het kennen van God verbonden met het kennen van Jezus Christus. Alleen in en door Christus kan de Vader gekend worden. God de Vader heeft Zijn Zoon gezonden opdat iets groots door Hem tot stand zou worden gebracht. Luther kiest duidelijk positie tegen de paus en de besluiten van concilies. Het leven in een klooster brengt het eeuwige leven niet. Al zou men altijd vasten, al zou men geen nacht langer slapen dan een uurtje, al zou men elk uur tien doden opwekken, dat haalt niet bij het gewone christenleven. Levenslang als een kluizenaar leven, afgezonderd van de wereld, zal de zaligheid niet brengen. Luther schrijft dat God het jarenlang eten van eenvoudig voedsel (wortels en kruiden uit het woud) en het jarenlang slapen op de harde blote aarde echt niet zal belonen. Er is alleen zaligheid door het werk van Christus. Wie dat ontkent miskent de betekenis en het werk van Christus.

Voleindigd

We lezen in Johannes 17:4 ‘Ik heb U verheerlijkt op de aarde, Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen.’ Christus heeft tijdens Zijn omwandeling op aarde Zijn Vader verheerlijkt. Christus was gezonden door de Vader en al wat Hij deed moest toegeschreven worden aan de Vader. Christus leefde, preekte en deed wonderen tot eer van Zijn Vader. Dat werk op de aarde liep nu ten einde. “Om Gods wil is Christus in de duisternis geworpen, gevangengenomen en tot een smadelijke dood veroordeeld. Op die wijze is door Hem voleindigd het werk dat Hem was opgedragen.” Omwille van de lof en eer van Zijn Vader zou Christus alle eigen eer en heerlijkheid verliezen.

Verheerlijking

Luther spreekt over drie verheerlijkingen. De eerste is de verheerlijking van de Vader door Christus tijdens Zijn leven op aarde. De tweede is de verheerlijking van Christus door de Vader in opstanding en hemelvaart. De derde is de verheerlijking van de Vader door Christus door de verkondiging van het Evangelie op heel deze wereld opdat er velen zouden worden toegebracht waarin de Vader wordt verheerlijkt. Indien Christus in het graf zou zijn gebleven, zou de verheerlijking van de Vader geen voortgang hebben gevonden. Doordat de Vader Christus heeft verheerlijkt in opstanding en hemelvaart heeft de Vader ook Zichzelf verheerlijkt. Wanneer Christus verheerlijkt wordt, wordt de Vader dus ook verheerlijkt. “De Zoon moet door de Vader en de Vader moet in en door de Zoon verheerlijkt worden.” Gods kinderen zullen net als Christus op deze aarde te schande worden gemaakt, vervolgd, veroordeeld en gedood worden om der wille van Christus. Maar uiteindelijk zal de wereld veroordeeld worden en Gods kinderen zullen verheerlijkt worden. Ook Johannes 17:5 spreekt van verheerlijking: ‘En verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.’ Ook deze tekst is een bewijs van de godheid van Christus. Christus had immers heerlijkheid bij de Vader voordat de wereld was. “Toen de wereld er nog niet was, kon er niets zijn dan alleen God.” Christus is niet het eerste en voornaamste schepsel, maar Hij is eeuwig en waarachtig God.

Gegevenen

We lezen in Johannes 17:6a: ‘Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.’ De vader verheerlijken betekent Zijn Naam openbaren of bekendmaken. Dat doet Christus door de Vader te prediken. In de prediking komt uit Wie God de Vader is en wat Hij doet. “Te weten als de Naam van een zeer vriendelijke Vader Die ons, zondaren, in genade aanneemt, de zonden vergeeft, van dood en duivel verlost, in alle noden helpt en beschermt, zonder aanzien van persoon, werk of verdienste, uit louter Vaderlijke goedheid, om Hem, Zijn lieve Zoon.” Mensen maken als zij iets over God horen een bepaalde voorstelling van God. Bijvoorbeeld dat je veel goede werken moet doen om zalig te worden. Maar zo is het niet. Dat leert Christus door middel van het Woord: alleen door Zijn lijden en sterven is er zaligheid. We lezen in Joh. 17:6a ‘aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.’

Degenen die door de Vader aan Christus gegeven zijn, zal Christus ook bewaren. Hij staat er borg voor dat zij niet zullen omkomen. Uit de gegevenen des Vaders zal niemand verloren gaan. Niemand zal een schaap uit Zijn hand rukken. Het is Gods werk een discipel van Christus te worden. De vraag kan leven: Ben ik wel een schaap? Als u de stem van Christus hoort in uw hart, dan bent u een schaap. God de Vader gaf u in het hart naar Zijn stem te horen.

Gods kinderen zijn niet meer onder de macht van de duivel in de wereld. “Laat ieder vrolijk zijn en ervan verzekerd zijn dat God hem niet zal laten omkomen, want hij is een gegevene van de Vader, gegeven aan de Zoon, en met vele genadegaven begiftigd.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het Hogepriesterlijk gebed-3

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken