Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vragen bij de doop van volwassenen (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vragen bij de doop van volwassenen (2)

11 minuten leestijd

De vorige keer zijn we begonnen met de beantwoording van een vraag over de bediening van de heilige doop aan een oudere, die zijn of haar leven lang al trouw kerkelijk meelevend is. Omdat er nog meer vragen daarover zijn, zal ik met leven en welzijn de volgende keer verder gaan met het beantwoorden van de vraag.

In nummer 8 van ons blad hebben we geschreven over de vragen die gesteld worden aan degenen die als volwassene gedoopt worden. Om toegelaten te worden als belijdend lid van de gemeente moet de betrokkene eerst het sacrament van de Heilige Doop ontvangen. De vragen die daarbij gesteld worden mogen ons niet afschrikken. Er wordt nogal wat gevraagd, dat is waar, maar Gods Woord doet niets anders dan ons de noodzaak van geloof en bekering voorhouden.

Nadat we er het een en ander over hebben geschreven kreeg ik enige reacties op het artikel, waarvoor hartelijk dank! Fijn dat er meegedacht wordt over deze dingen. Ik zal nu proberen de reacties wat te verwerken in dit vervolgartikel.

Mag de kandidaat gevraagd worden te beloven aan het sacrament van het Heilig Avondmaal deel te nemen? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we eerst goed zien wat het doen van openbare geloofsbelijdenis eigenlijk is. De begeerte om geloofsbelijdenis af te leggen en zo belijdend lid van de gemeente te worden is feitelijk een vraag om toegelaten te worden tot de Tafel des Heeren, de Dis des Verbonds. Het is dus niet allereerst een vraag van de kerk aan de kandidaat, maar het is een vraag van de kandidaat aan de kerk.

Heb ik het goed, dat wij in onze kringen door de vrees voor automatisme en oppervlakkigheid het doen van geloofsbelijdenis en het deelnemen aan het Heilig Avondmaal van elkaar los gemaakt hebben? We laten onze jonge mensen dan toe tot het afleggen van openbare geloofsbelijdenis en zijn blij als ze de begeerte uitspreken de Heere te willen vrezen, maar laten na te vragen of ze beloven ook aan de Tafel de dood des Heeren te verkondigen.

In onze christelijke gereformeerde kerken zijn we groot gebracht onder een prediking die ons in het spanningsveld zette. Ik denk dat het bijbels is. God Zelf komt niet tot ons met wensen en verzoeken maar met bevelen, het bevel van bekering en geloof. Maar hoe moet dat? Het te moeten en niet te kunnen, het niet te kunnen en toch te moeten plaatst ons in een spanningsveld waar wij ons op geen enkele manier onderuit mogen worstelen.

In dat spanningsveld krijgt de belofteprediking een grote plaats, het ‘al wat u ontbreekt, schenk ik zo gij het smeekt’. In de prediking moeten deze dingen aan de orde komen. De prediker heeft mensen voor zich die wedergeboren moeten worden, maar ook gedoopt zijn en het teken van het verbond dragen. En door de toepassing van de Heilige Geest word ik door dat spanningsveld van eigen verantwoordelijkheid enerzijds, en het werk van God in ons anderzijds op de knieën gebracht. In de werkelijkheid van te moeten en niet te kunnen gaan wij de betekenis van de Heilige Doop verstaan, waarin de Heere genadig en soeverein tot ons komt als een belovend God.

Als onze kandidaat – om wie het in deze artikelen steeds gaat – de rijke betekenis van de Heilige Doop gaat verstaan, zal hij begeren gedoopt te worden. Jammer dat zijn ouders hun roeping destijds hebben verzaakt om hem ten doop te houden. Maar misschien zit er in zijn geval nu toch een groot voordeel aan, namelijk dat hij gaat inzien dat de Heere als een belovend God ook tot hem komt en het heerlijk verbond aan zijn voorhoofd wil betekenen en verzegelen. Dat wens ik hem van harte toe! Dan komt er een uitzien naar de Heere en daarmee ook een uitzien naar het ontvangen van het sacrament en…het doen van openbare geloofsbelijdenis en…

Ja, er loopt onmiskenbaar een lijn van de doopvont naar de avondmaalstafel. Opene de Heere onze jonge vriend de ogen en laat het zijn gebed tot de Heere zijn om waarheid in zijn binnenste. Automatisme en oppervlakkigheid is er wel terdege. Maar de Heere zal ook eenmaal vragen: wat hebt u met Mijn Woord gedaan. Het is zo persoonlijk!

Anderzijds is er ook sprake van een dode orthodoxie. Laat ik daar tenslotte ook de vinger bij leggen. De kerk moet in prediking en pastoraat waken voor een gemeente van meelopers en ja-knikkers als het om de waarheid gaat, maar waar het hart in feite koud onder blijft.

Er zijn twee-erlei kinderen des verbonds. De gemeente bestaat ook uit schapen en bokken. Maar we mogen nooit zeggen: dat is nu eenmaal zo. Een bok zijn is verloren zijn en verloren gaan. Uitwendig verbondskind zijn eveneens. Het gaat om de inlijving in Christus en daar moeten we naar staan. Het gaat om het behoud van onze ziel en vooral, om de eer van de Koning der Kerk.

Weet u waar ik het benauwd mee kan hebben? Met mensen die jaar in, jaar uit dezelfde blijven. Wel godsdienstig, maar niet bekeerd. Wel kerkelijk, maar buiten Christus. Wel zwaar, maar jezelf nooit te licht bevonden voor God. Wel gedoopt, maar geen Avondmaalganger.

Een dergelijke praktijk binnen een gemeente bergt een groot gevaar in zich. Jongeren (en ouderen) die hier doorheen prikken, staan daarom makkelijk open voor een andere godsdienstige sfeer van activisme, geloofsopbouw, opwekking en een ‘kiezen voor Jezus geloof’. In dergelijke kringen ben je eigenlijk al ‘bekeerd’ als je je aanmeldt, je overkomst wordt als de wedergeboorte gezien en voortaan behoor je bij het volk dat van het ene opwekkingslied naar het andere de hemel tegemoet reist. We zien het om ons heen gebeuren. En zo raakt men al meer en meer verwijderd van het arme zondaars geloof van Mattheus 5 vers 3, Zefanja 3 vers 12 en Jesaja 66 vers 2. Ja, zoekt u die verzen maar eens op. Horen we bij diegenen die iets kennen van de droefheid naar God, maar ook van de vreugde in God, geleerd op de school van de Heilige Geest?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Vragen bij de doop van volwassenen (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken