Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Hogepriesterlijk gebed-4

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Hogepriesterlijk gebed-4

9 minuten leestijd

Gegevenen

We lezen in Johannes 17:6b ‘Zij waren Uwe, en Gij hebt ze Mij gegeven.’ Christus spreekt deze woorden tot vertroosting van Gods kinderen. Luther schrijft: “Niet één mens kan eraan ontkomen om, zodra hij aan God begint te denken, te verschrikken.” Dat komt vanwege de zonden. Het geweten veroordeelt de zondaar. Maar de woorden van Christus nemen die vrees weg. Wie in Christus mag geloven behoort tot het kuddeke dat God uitverkoren heeft en eigendom is van Christus. De duivel wil de vraag oproepen of je wel uitverkoren bent. Luther schrijft “Wat er in de Schrift over te lezen staat, heeft allerminst de bedoeling om arme en aangevochten zielen, die hun zonden gevoelen en die daarvan gaarne verlost zouden zijn, bang te maken en te verschrikken, maar bedoelt veeleer ze daarmee te troosten. Zich hierover zorgen te maken, dat laten wij over aan hen die het Evangelie missen of die naar Christus’ stem niet willen luisteren.” De Vader heeft Gods kinderen aan Christus gegeven.

Er ligt een rijke, vertroostende les in. Juist als het gaat over de verkiezing zijn er veel vragen en aanvechtingen. Hebt u er ook last van? Weet u ook van de boze influisteringen van de vorst der duisternis, van een beschuldigend geweten en een veroordelende wet? Luther schrijft terecht dat wie in Christus mag geloven uitverkoren is, behoort tot het kuddeke dat God uitverkoren heeft.

Uw woord bewaard

Er staat in Johannes 17:6 ‘En zij hebben Uw Woord bewaard.’ Opmerkelijk dat er niet staat ‘Mijn Woord’ dus het Woord van Christus, maar ‘Uw Woord’ dus het Woord van God de Vader. Daarmee onderstreept Christus de eenheid die er is tussen de Zoon en de Vader. Het Woord van Christus is niet anders dan het Woord van de Vader. Dat Woord spreekt van Gods goedheid, liefde, troost en hulp. We lezen in Johannes 17:7 ‘Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is.’ Alles wat Christus heeft, doet, werkt en geeft komt bij God de Vader vandaan. We lezen in vs. 8a ‘Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven.’ Christus spreekt het Woord van de Vader. Dat Woord komt tot ons door middel van de prediking. Dat Woord, de prediking, toont ons het hart en de wil van de Vader. Wat tot onze zaligheid nodig is, is daarin te vinden.

Welke betekenis heeft het Woord voor u? Welke waarde heeft de prediking voor u? Het Woord en de prediking leren ons de weg tot de zaligheid.

Gezonden

We lezen in vs. 8b ‘En zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.’ God de Vader heeft Christus gezonden. Wat de duivel ook inwerpt, hoe het geweten ook aanklaagt en beschuldigt, Gods kinderen hebben een genadige en vriendelijke Vader in de hemel. “Ik weet nu dat ik een genadige, vriendelijke Vader in de hemel heb, Die uit onuitsprekelijke, hartelijke liefde en goedheid Zijn lieve Zoon Jezus Christus tot mij gezonden en mij geschonken heeft, met al wat Hij verworven en gedaan heeft, zodat ik noch zonde, noch dood, noch duivel behoef te vrezen.” Die wetenschap geeft troost, vreugde en vrede.

Mag er verwondering en aanbidding zijn vanwege de zending van de Zoon door de Vader? Er ligt rijke troost in: door het werk van de Zoon hebben Gods kinderen een genadige en vriendelijke Vader in de hemel. De Heere geve de troost en vreugde daarvan te beleven.

Gebed

We lezen in vs. 9a ‘Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld.’ Het is Christus om de Zijnen te doen. Christus bidt om bewaring voor hen in de wereld. Allen voor wie Christus bidt worden behouden en bewaard. Vreselijk zijn de woorden: ‘Ik bid niet voor de wereld.’ Die wereld is verloren. Die wereld zou daarvan moeten schrikken, maar dat doet zij niet. Zij leeft gerust voort, spot en lacht. “Zij slaat Christus’ woorden in de wind. Zij laat ze aan zich voorbijgaan, als waren het woorden van een dwaas.” Luther wijst erop dat Christus toch ook wel voor de wereld gebeden heeft, namelijk voor hen die nog tot geloof moeten komen. Daarom dienen Gods kinderen ook te bidden om bekering van wereldlingen. Luther maakt in dit opzicht onderscheid tussen persoon en gedrag. Dat betekent bidden om hun bekering en om verijdeling van hun boze daden. Er zijn twee groepen mensen: Gods kinderen en de vijandige wereld, de doodsvijanden van het Woord van God met een wrede haat tegen Christus en Zijn Woord. Zij lasteren en woeden tegen het Evangelie.

Behoren wij tot de Gode vijandige wereld of tot hen die de Heere mogen vrezen? Laten wij het Woord van God aan ons voorbijgaan of heeft het Woord van God vrucht mogen afwerpen in ons leven? Bidden wij om bekering van wereldlingen? Mag het onze smeking zijn: Uw Koninkrijk kome?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het Hogepriesterlijk gebed-4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken