Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kenmerkenprediking (6)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kenmerkenprediking (6)

10 minuten leestijd

Laten we nog eens even verder lezen in onze Catechismus, en wel in zondag 31, antwoord 84. Daar gaat het over het Koninkrijk der hemelen, namelijk hoe dat ‘Hemelrijk’ door de prediking van het heilig Evangelie wordt ontsloten en toegesloten, ofwel: open gaat of dicht gaat – en (ontzaglijke mogelijkheid!) dicht blijft. Hoe? Vorige keer legden we de vinger bij die twee aanduidingen: dat Evangelie wordt verkondigd en openlijk betuigd. Waar het nu om gaat, is het antwoord op de vraag wie het voorwerp van de Evangelieverkondiging zijn.

Dat is tweeledig. Enerzijds “de gelovigen”, anderzijds “alle ongelovigen.” De Catechismus spreekt dus met twee woorden. Richt zich op twee categorieën binnen de gemeente. Degenen die delen in een waar zaligmakend geloof, en anderen van wie dat niet geldt. Ten aanzien van deze laatsten voegt antwoord 84 er nog aan toe: “zij die zich niet van harte bekeren.”

Onze belijdenis maakt dus onderscheid. Ze zegt dat de prediking van het Evangelie onderscheidend moet plaatsvinden. De dienaar van het Woord moet zich onder de prediking bewust zijn van het feit dat er, gemeten aan een geestelijke maatstaf, verschillende mensen onder zijn gehoor zijn. Dat er zijn die door een waar geloof Christus Jezus als hun Zaligmaker kennen, en die door dat geloof Hem en al Zijn schatten en gaven deelachtig zijn. Het zijn degenen die door het werk van de Heilige Geest zijn wedergeboren tot een levende hoop. Wier verstand krachtig door Gods Geest is verlicht. Hun hart was van nature gesloten, maar door de wederbarende kracht van Gods genade is dat harde hart verbroken en voor Zijn genadewerk geopend. Hun wil die dood en verdorven was, is levend gemaakt. Al met al: zij zijn uit de duisternis, waarin ze van nature verkeerden, getrokken tot Gods wonderbaar licht. In meerdere of mindere mate weten zij daarvan ook te getuigen. En komt het werk van Gods genade ook tot uiting in hun godzalige levenswandel.

Maar die genade geldt helaas niet allen. Wel behoren allen tot de gemeente die de Naam van de Heere Jezus draagt. Wel zijn ze allemaal – de meesten vanaf hun geboorte al – in de lichtkring van Gods verbond gebracht, en hebben daarvan het teken en zegel ontvangen. Gods beloften voor tijd en eeuwigheid gelden hun. Die beloften worden hun ook welgemeend gepredikt. Verkondigd en voorgesteld met bevel van geloof en bekering [DL, 2/5]. Maar het kwam er tot heden niet van, van dat hartelijke geloof en van die waarachtige bekering. Laat het duidelijk zijn: de Heere roept hen ernstig. En Hij betoont hun ernstig en waarachtig wat Hem aangenaam is, namelijk dat ook zij tot Hem komen. Maar ze bleven tot heden wie ze waren: ongelovigen en onbekeerden, die wel de naam christen dragen, maar hun hart is en bleef tot nu toe onveranderd.

Twee categorieën mensen dus. Er loopt een scheidslijn, niet alleen door de wereld, maar ook door de christelijke gemeente heen. Gods Woord trekt een scheiding tussen kerkmensen en kerkmensen. En dat nu is de geweldige ernst die als achtergrond van de Bijbelse prediking geldt. Want in de prediking van het Evangelie moet daarmee rekening worden gehouden. Dat moet ook concreet en helder worden benoemd. Al eerder in deze artikelen wees ik op de prediking van de Heere Jezus, de grote Profeet en Leraar. Altijd en steeds weer was in Zijn Woordverkondiging deze ernstige werkelijkheid aanwezig. Zijn Woord tot bijvoorbeeld de discipelen en anderzijds tot de uitwendige vromen was onderling verschillend. Enerzijds: “Vreest niet, gij klein kuddeke. Want het is uws Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven” [Luk. 12: 32]. Anderzijds: “Gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben” [Joh. 5: 40]. Met name in de gelijkenissen van de Heere Jezus blijkt Zijn onderscheid makende prediking duidelijk: wijze en dwaze maagden, een dwaze en een wijze bouwer, de oudste en de jongste zoon, schapen en bokken, etc. Onderscheiding dus in de prediking tot gelovigen en ongelovigen. Met voor ieder een toegespitste boodschap, aansluitend bij de nood van zijn of haar leven. De grote scheiding. De alles beslissende cesuur!

Maar daarmee is niet alles gezegd. Die onderscheiding in de prediking gaat nog verder. De catechismus gebruikt in antwoord 84 niet zonder reden de woordjes “allen en een ieder.” Een nadere onderscheiding dus. Onderscheid binnen de kring van de gelovigen. En niet minder binnen de categorie van de ongelovigen. Zoals Gods Woord zelf ook onderscheid maakt tussen de verschillende standen in het geloof. Thomas wordt vermaand om zijn kleingeloof. De Kananese vrouw wordt geprezen vanwege de grootheid van haar geloof. En de discipelen worden aangesproken vanwege de aanvechting van hun geloof. Schrijft de apostel Johannes in zijn eerste zendbrief niet achtereenvolgens aan kinderkens, jongelingen en vaders in het geloof. Van ieder van hen noemt hij de kenmerken. Zo spreekt hij ze ook aan. Maar ook onder de ongelovigen en onbekeerden is onderscheid. Er is verschil in de mate van onverschilligheid, openlijke vijandschap, geveinsdheid en lauwheid. Zij allen dienen regelmatig in de prediking te worden aangesproken. En ook dan zullen de kenmerken van hun houding vanuit de Schrift aangewezen en afgemaand moeten worden. Allen en een ieder!

Op 13 januari 1954 hield de pasbenoemde professor W. Kremer zijn inaugurele rede aan de School te Apeldoorn. Hij sprak over Geestelijke leiding in de prediking. Als één van de vereisten van zulke leiding noemde hij, dat de verkondiging dient afgestemd te zijn op de werkelijkheid in de gemeente. Mijn volgende artikeltje hoop ik te beginnen met daaruit iets aan te halen. Nog steeds leerzaam. Voor dienaar en gemeente.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Kenmerkenprediking (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken