Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Maar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Maar

8 minuten leestijd

Jona 1:4 Maar de HEERE wierp een groten wind op de zee, en er werd een grote storm in de zee, zodat het schip dacht te breken.

Voegwoorden zijn in onze taal heel belangrijk. Een voegwoord verbindt twee zinnen of twee woorden met elkaar. Je hebt redengevende voegwoorden (omdat, want), vergelijkende voegwoorden (zoals, alsof), gevolgaanduidende voegwoorden (dus, derhalve) enzovoorts. In de Bijbel is het tegenstellend voegwoord een heel belangrijke (maar, echter, nochtans, daarentegen). Zo’n voegwoord wordt ook wel een scharnierwoord of signaalwoord genoemd. Je zou kunnen zeggen dat het Evangelie één groot tegenstellend voegwoord is; één groot scharnierwoord; één groot signaalwoord. Heel duidelijk komt dat uit in Jona 1:4. ‘Máár de HEERE…’!

Eigenlijk zouden we hier een gevolgaanduidend voegwoord verwachten, toch? De Heere had Jona immers een duidelijke opdracht gegeven: ‘Ga naar de grote stad Ninevé.’ En dan lezen we dat tegenstellend voegwoord ‘Máár… Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis.’

En nu zouden we verwachten dat er zou staan: ‘Dús… de HEERE doodde Jona, omdat hij vluchtte’ of ‘dús de HEERE verliet Jona’ of zoiets dergelijks. Dús. Of: dáárom. En dan de straf van God voor de ongehoorzame profeet. Dat zou te begrijpen zijn geweest, dat zou ook rechtvaardig zijn geweest. Want de ziel die zondigt, zal sterven.

Maar dan dat onbegrijpelijke scharnierwoord ‘máár.’ ‘Máár de HEERE…!’

Jona was op een weg bij God vandaan. En de Heere gaat achter Jona aan.

Jona zou nooit meer naar de Heere zijn teruggekeerd. Maar de Heere zoekt Jona op. Dat kan alleen maar aan de trouw van God worden toegeschreven.

Het staat er ook met hoofdletters.

‘Maar de HÉÉRE’. En met onze Bijbelkennis weten we dan dat daar in het Hebreeuws die grote Godsnaam staat. Jahwe, of Jehova. Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Waarvan we lezen in 2 Timotheüs 2:13 ‘Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, Hij kan Zichzelven niet verloochenen.’

Daardoor kwam die storm. Want het was niet zomaar een storm. Dat kunnen we wel afl ezen uit vers 11 en 13. Dit is geen gewoon natuurverschijnsel geweest. Nee, de Heere wierp die grote wind op de zee, zo staat er. Met de bedoeling om Jona tegen te houden en Jona terug te brengen. En dat is altijd de bedoeling met die stormen.

Een mens kan denken dat alles goed gaat. Een mens kan denken dat hij straffeloos de Heere kan verlaten. Maar er komt een tijd dat de storm gaat opsteken. Dat een ernstige ziekte je in de greep neemt. Of dat er diepe wegen van rouw gegaan moeten worden. Of bittere tegenslagen je pad kruisen. Maar wat het ook is, de Heere wil het gebruiken. Want alles staat tot beschikking van de Allerhoogste.

De Heere is bezig om Jona terug te brengen. Jona moet wel wakker gemaakt worden. En hij moet wel overboord. En hij moet wel de diepte in. Hij moet Gods oordeel leren aanvaarden. Maar dat komt DV later. Nu hebben wij genoeg om over na te denken. De storm is een teken van Gods wonderlijke trouw. Jona wilde niet meer aan God denken. Maar God… Hij wilde wel aan Jona denken.

Dat soort tegenstellende voegwoorden komen we zo vaak in de Bijbel tegen. Maar. Echter. Nochtans. De Bijbelse boodschap is één grote tegenstelling met wat wij verdienen. Paulus moest in Efeze 2 constateren dat de mens dood is door misdaden en zonden. ‘Maar God’, zo kan hij vervolgens schrijven, ‘Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levendgemaakt met Christus.’

Niet het ‘dus’ van Gods rechtvaardig oordeel. Maar het ‘maar’ van Gods liefde en genade. Dat is een scharnierwoord. Dat wil zeggen dat daarom de deur van Gods Koninkrijk nog open kan gaan. Het is een signaalwoord. Een indringend en welmenend signaal. Omdat de Heere zo vaak ‘maar’ zegt, kun jij nog zalig worden. En het geheim daarvan ligt in Christus. Jij en ik zijn door eigen schuld verloren. Maar de Bijbel zegt: ‘Maar de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was’ (Lukas 19:10).

Het is met Jona uiteindelijk goed gekomen. Maar de vraag is of het met jou goed zal komen?

Zo gij Zijn stem dan heden hoort, geloof Zijn heil- en troostrijk Woord. Verhard u niet, maar laat u leiden.

Ds. M.A. Kempeneers

www.bewaarhetpand.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Maar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken