Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opstandingsgeloof in de Vroege Kerk (3, slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Opstandingsgeloof in de Vroege Kerk (3, slot)

9 minuten leestijd

Het is tussen 150 en 200 na Christus dat voor de eerste keer in de kerkgeschiedenis een boekje verschijnt dat speciaal is gewijd aan de opstanding uit de doden. Het is geschreven door een zekere Athenagoras, afkomstig uit Athene. In zijn boekje toont deze Athenagoras zich een trouw verdediger van de waarheid van de opstanding.

In het eerste deel legt hij uit, dat de Heere de doden kán en wíl opwekken. Hij kán het – als de almachtige Schepper van hemel en aarde, Die bovendien alle dingen weet. Hij wíl het – omdat het niet onrechtvaardig en ook niet onwaardig voor Hem is om gestorven mensen die Hij eerst geschapen heeft, weer op te wekken.

Drie gezichtspunten

Dan volgt het tweede hoofddeel van het boek. Daarin laat Athenagoras zien, dat God de doden in zekere zin ook moet opwekken. Hij draagt daarvoor drie gezichtspunten aan.

1. Het eerste gezichtspunt wordt gevormd door Gods bedoeling met de schepping van de mens. Met welk doel heeft God de mens geschapen? Is het niet opdat de mens zou leven en God zou verheerlijken? Of – zoals Athenagoras het zegt – om Gods goedheid en wijsheid te bewonderen? Stel nu dat alle mensen zouden sterven en niemand uit de doden zou worden opgewekt. Dan zou dat doel nooit bereikt worden. Daarom zal God de mens wel opwekken. Daardoor zullen Zijn kinderen voor eeuwig leven en Zijn goedheid en wijsheid kunnen bewonderen.

2. Het tweede gezichtspunt is de natuur van de mens. De mens is namelijk geschapen als een eenheid van ziel en lichaam. Bij het sterven vindt er een gewelddadige scheiding plaats tussen die twee. Dat kan niet zo blijven. Gelet op de natuur van de mens is het nodig dat er een moment komt dat ziel en lichaam weer met elkaar verenigd worden. Ook daarom moet de opstanding der doden plaatsvinden.

3. Het laatste argument van Athenagoras is, dat het laatste oordeel vereist, dat de doden opgewekt worden. De hele mens – met ziel en lichaam – moet namelijk voor Gods Rechterstoel verschijnen, geoordeeld worden en daarna straf of ‘loon’ ontvangen.

Twijfelende christenen

Voor wie heeft Athenagoras zijn boekje geschreven? Omdat hij angstvallig iedere expliciete verwijzing naar de Bijbel achterwege laat, lijkt het erop dat hij zich vooral richt op niet-christenen. Maar dat zijn dan toch wel mensen die geloven in een God Die alles geschapen heeft en alles kan en weet. Daarnaast zal zijn betoog ook (twijfelende) christenen hebben aangesproken. En misschien spreekt het zo vandaag nog aan.

Intussen moeten we ook vaststellen: Over Athenagoras’ onderwerp is nog wel meer te zeggen. Want Athenagoras benadrukt vooral de waarheid van de opstanding der doden. En hoe belangrijk dat ook is, vervolgens zullen we toch ook moeten nadenken over de troost en de ernst van in dit leerstuk.

Aan de ene kant bevat de opstanding der doden een boodschap van diepe en rijke troost voor hen die door Gods genade door het geloof met Christus verenigd werden. Gods kinderen mogen weten, dat niet alleen hun ziel na hun sterven ‘van stonden aan’ met Christus zal zijn. Maar ook dat hun lichaam eens in heerlijkheid zal worden opgewekt en dat ze ‘uit hun vlees’ God zullen aanschouwen. Job heeft daar vol heimwee naar uitgezien. We horen hem in Job 19:25-27 belijden: ‘Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen, Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot’.

Ernst

Maar er is ook een andere kant, die evenmin verzwegen mag worden. Toen niet en nu niet. De Heilige Schrift spreekt namelijk over tweeërlei opstanding. Naast de opstanding tot heerlijkheid is er ook een opstanding tot verdoemenis (Daniël 12:2 en Johannes 5:29).

Ná Athenagoras hebben heel wat auteurs ook daarover geschreven. Ik noem u de indrukwekkende behandeling van dit thema door Thomas Boston, in zijn Viervoudige staat. Tegen de achtergrond van de tweeërlei opstanding dringt de vraag: Hoe zal uw en mijn opstanding zijn? Naast de waarheid en de troost van de opstanding, is er ook de ernst van dit leerstuk!

Toch is het leerzaam om ook naar een schrijver als Athenagoras te luisteren. Niet alleen omdat zijn bezinning op dit onderwerp fundamenteel is geweest voor de kerk der eeuwen. Maar ook om de manier waarop Athenagoras zijn positie innam in het Athene van zijn dagen. Eerlijk en lang heeft hij geluisterd naar de bezwaren van ongelovigen tegen de opstanding. Lang heeft hij nagedacht over wat de Bijbel leert over Gods eigenschappen en over de laatste opstanding.

Wat hij vervolgens publiceert, is een uiteenzetting waarin hij de waarheid van de lichamelijke opstanding verdedigt. Gedreven door het verlangen om aan zijn tijdgenoten verantwoording af te leggen van de hoop die in hem is. Het brengt ons tenslotte bij een persoonlijke vraag in deze onzekere tijden: Mogen wij deze hoop door genade persoonlijk en op goede grond kennen?

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Opstandingsgeloof in de Vroege Kerk (3, slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken