Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Hogepriesterlijk gebed-6

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Hogepriesterlijk gebed-6

9 minuten leestijd

Eenheid

In Joh. 17:11 staat ‘opdat zij één zijn gelijk als Wij.’ De Arianen loochenen de Godheid van Christus en zeggen dat deze woorden betekenen dat Christus en de Vader één van wil en verstand zijn. Luther zegt terecht dat het dieper gaat: De Vader en de Zoon zijn één wezen. Zo is het ook met Gods kinderen. Die zijn niet alleen één in geloof, liefde, verstand en gezindheid, maar zij vormen samen één lichaam. “De kerk heet één lichaam niet omdat de christenen allen dezelfde of gelijke gedachten hebben, maar veeleer omdat zij één wezen zijn. De eenheid tussen lichaamsdelen van hetzelfde lichaam gaat verder dan een eenheid in gedachten. De gedachten van de één zijn niet één geheel met de gedachten van een ander.“ Maar alle leden van een lichaam vormen wel één geheel. De christenen vormen samen een ondeelbaar lichaam zoals Christus en de Vader één zijn, zij vormen samen één enig ondeelbaar wezen. Gods kinderen vormen een geestelijke eenheid. Alle christenen, alle heiligen, vormen één geheel. Dat betekent ook dat de aanval van de duivel op één kind van God een aanval is op alle christenen. Christus is het Hoofd van Zijn Kerk. Het gaat Hem ter harte als Gods kinderen worden aangevallen. Zij zijn immers Zijn oogappel. Toen Saul voor zijn bekering de christenen vervolgde, vervolgde Hij Christus. Als een lichaamsdeel pijn wordt gedaan dan voelt het hoofd het. Het Woord houdt de christenen bijeen.

Judas

We lezen in Johannes 17:12 ‘Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze in Uw Naam. Die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard, en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis, opdat de Schrift vervuld worde.’ Luther schrijft hier het volgende over: “Christus wil zeggen: Ik heb ze zozeer bewaard, dat zij niet misleid en ingepalmd zijn door valse leer en heiligheid; Ik heb hen zozeer vastgehouden, dat niet één van hen verloren ging, behalve die ene, de zoon des verderfs, Judas. Waarom Judas? Omdat hij het nooit met Mij en Mijn Woord ernstig heeft gemeend, nooit waarlijk in Mij geloofd heeft. Wel heeft hij zich bij Mij gevoegd, maar alleen om onder de dekmantel van Mijn Naam rijk te worden. Zo bedekt en verborgen heeft hij dat gedaan, dat niet één van Mijn discipelen het heeft opgemerkt.” Christus heeft Judas geduld en verdragen opdat de Schrift vervuld zou worden. Dan moeten we denken aan Psalm 41:10 ‘Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.’ Luther zegt dat er in zijn tijd ook Judassen zijn die met de mond in het Evangelie roemen, maar zij zoeken alleen hun eigen voordeel. Luther noemt als voorbeeld de paus. Onder de dekmantel van de Naam van Christus matigt hij zich macht aan over heel de wereld en neemt de goederen van de wereld tot zich.

Blijdschap door spreken

We lezen in Johannes 17:13 ‘Maar nu kom Ik tot U en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelf.’ De tijd nadert dat Christus ten hemel zal varen. God de Zoon zal komen tot God de Vader. Dat zegt Christus terwijl Hij nog bij de Zijnen op aarde is. Het woordje ‘dit’ geeft aan dat Christus in Johannes 17 spreekt over de bewaring van Gods kinderen. Ook al komen er verdrukkingen, Gods kinderen zullen bewaard worden. Dit te weten en te overdenken geeft blijdschap in het hart. Blijdschap omdat Christus beloofd heeft samen met God de Vader de Zijnen zo te bewaren dat niets hen kan schaden, dat de duivel of de wereld hen niet kunnen overweldigen of van God kunnen scheiden of losrukken. “Op die wijze vinden wij steeds opnieuw vreugde en troost, en worden wij hoe langer hoe vrolijker, en laten wij ons door geen leed of tegenstand neerslaan en bang maken. Ja, het wordt ons zelfs zoet en zacht al wat wij om onze liefde tot Christus verdragen moeten. Een andere goede en volkomen vreugde is er voor een christen hier op aarde niet. Al zou hij al de vreugde van deze wereld genieten, dan zou hij daarmee immers toch nog niet geholpen zijn in zijn aanvechtingen en tegenspoeden.”

Haat

We lezen in Johannes 17:14 ‘Ik heb hun Uw Woord gegeven en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben.’ De wereld staat vijandig tegenover Gods kinderen. Zij worden ketters en duivelskinderen genoemd. Luther schrijft: ‘Er lijkt geen groter zonde en schande te zijn dan een christen te zijn. In heel de wereld is er niemand te vinden die men zozeer haat als ons.” Zoals het Christus is vergaan, zo zal het ook al de Zijnen vergaan. De wereld heeft Christus gehaat, zo zal de wereld ook Zijn volgelingen haten. Geliefde lezers, als u niet van de wereld bent, zult u ook de haat van de wereld ondervinden, maar daarnaast ook de bewaring door God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het Hogepriesterlijk gebed-6

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken