Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Hogepriesterlijk gebed-7

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Hogepriesterlijk gebed-7

9 minuten leestijd

Taak

In Joh. 17:15a staat ‘Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt.’ Christus begeert niet dat Zijn discipelen tegelijk met Hem ten hemel worden opgenomen. Zij hebben immers een taak te verrichten op aarde. “Ik wil dat zij Mijn Rijk zullen uitbreiden en Mijn kudde vermeerderen. Ik bid U dat U ze niet uit de wereld wegneemt, hoe graag die wereld van hen als van een last bevrijd zou willen zijn, en zijzelf, op hun beurt, de wereld moe en zat zijn. Ik kan hier in deze wereld niet langer blijven, maar zij, die Mijn Woord ontvangen hebben, zullen nog velen moeten toebrengen, die door hun prediking in Mij geloven zullen. Ziehier de reden waarom de christenen, en in het bijzonder de predikers van het Evangelie, de begeerte naar het leven moeten hebben. En de reden waarom door ons gebeden moet worden, zoals ook Christus gedaan heeft, dat zij een lang leven zullen hebben.” Geliefde lezers: bent u de wereld ook moe en zat? Bidt u dat predikers een lang leven mogen hebben? Verlangt u naar de uitbreiding van Gods Koninkrijk?

Bewaring

We lezen in Joh. 17:15b ‘maar dat Gij hen bewaart van den boze.’ Gods kinderen in de wereld zijn te vergelijken met een klein kuddeke te midden van wolven en brullende leeuwen die hen dreigen te verscheuren. Wie zal hen te hulp komen? Hoe kunnen zij staande blijven? Hoe is het mogelijk dat zij de moed niet verliezen tegenover zulke gruwelijke vijanden? De tirannen en de duivelen in de hel bedenken veel boze raadslagen. Zij willen de volgelingen van Christus uitmoorden. Christus bidt dat de Zijnen bewaard worden. “Zie, dit is ons verweer, dit is het wat ons moed geeft. Zij zullen nooit met ons kunnen doen hetgeen zij willen en begeren, ook niet al barsten zij bijna van toorn en grimmigheid. Zij zullen het eens moe worden, niet meer kunnen. God zal ons ontrukken aan hun tanden. En zij zullen te gronde gaan.” Omdat Gods kinderen niet van de wereld zijn worden zij door God de Vader bewaard. Dit wordt verwoordt in Joh. 17:16 ‘Zij zijn niet van de wereld, gelijk Ik van de wereld niet ben.’ Gods kinderen worden bewaard tot op de dag dat het God behaagt hen uit de wereld te verlossen en zij ontkomen zullen aan al het onheil en verderf dat de wereld zal overkomen. Geliefde lezers: mag u in deze troost delen?

Heilig

In Joh. 17:17 staat ‘Heilig ze in Uw waarheid, Uw woord is de waarheid.’ De inhoud van deze woorden uit het Hogepriesterlijk gebed is: “Bewaar ze zo dat ze heilig blijven, namelijk in Uw waarheid, dat is, in uw Woord, waarin de ware heiligheid is.” Heiligheid buiten en tegen het Woord is geen heiligheid. Luther denkt hierbij aan Roomse heiligheid die bestaat uit vasten, bidden, zelfkastijdingen en geestelijke oefeningen. Het gaat om echte, ware heiligheid. Het Woord laat ons zien wat ware heiligheid is. Het Woord leert ons geen hoogmoed maar ootmoed. Het Woord spreekt niet over wraak maar over liefde tot vijanden. Luther spreekt over ‘boevenheiligen’ als het gaat over Roomsen die zich verheffen op hun zogenaamde heiligheid. “Tegenover de ware christenen zijn zij de meest giftige en bloeddorstige mensen die er zijn.” Door genade delen Gods kinderen in het ware geloof waaruit de goede werken als vruchten voortkomen. “Maar die zijn dan niet prestaties van ons, maar bewijzen en tekenen van Gods genade en kracht.” Eigen vroomheid maakt een mens niet heilig. Er is in de mens niets waaruit ooit de ware heiligheid zou kunnen voortkomen. “Vasten, barrevoets gaan, van het bezit van aardse goederen afzien, een hoge mate van ootmoed tonen en zichzelf kastijden, het zijn alle prestaties die ook door boeven en bandieten, door Turken en heidenen, vertoond kunnen worden. U die dit leest: vertrouwt u op eigen heiligheid of mag u door genade de ware heiigheid kennen?

Gezonden

We lezen in Joh. 17:18 ‘Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden.’ Christus heeft de discipelen de wereld ingezonden opdat zij het Evangelie zouden prediken. Dit geldt ook predikanten. Zij zijn gebonden aan het Woord. Christus is door God de Vader in de wereld gezonden. In de woorden van Christus klinkt de stem van God de Vader. De hoorders moesten naar Christus luisteren, zo moeten zij ook naar de discipelen luisteren. Er staat in Lukas 10:16 ‘Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mijn verwerpt, die verwerpt Hem, Die Mij gezonden heeft.’ De apostelen en de Evangeliedienaren preken hetzelfde als wat Christus gepreekt heeft. Predikers mogen geen eigen denkbeelden naar voren brengen. Zij mogen alleen het Woord van God verkondigen. Luther schrijft dat pausen en bisschoppen heel rijk zijn en zich als vorsten gedragen. Zij moeten echter “dienaren van Christus zijn die door de wereld worden gehaat, die ondankbaarheid, smaad en vervolging lijden. Maar o nee, daar willen zij niet van horen! Zij worden liever met rust gelaten.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 3 September 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Het Hogepriesterlijk gebed-7

Bekijk de hele uitgave van Thursday 3 September 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken